No.2 Dutch Troop - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

No.2 Dutch Troop

Wolverhampton > Commando's

Van Irenebrigade naar commando's  van No.2 Dutch Troop

In juni 1940 leek het of de kaarten al waren geschud. Duitsland, had op  Engeland na, vrijwel heel Europa bezet. Churchill wilde zich echter niet bij die  suprematie neerleggen en wilde zo spoedig mogelijk ook tot offensieve acties  overgaan. Luitenant-kolonel D. Clarke van de Britse Imperial General Staff ging over tot de oprichting van een guerilla-eenheid, die sinds de Boerenoorlog  (1899-1902) in Zuid-Afrika, Kommando's heetten. De Britse Eerste Minister en  oorlogsleider Winston Churchill, die zelf ooggetuige was geweest van de  Boerenoorlog, gaf in  1940 de aanzet tot oprichting van kleine speciale  eenheden, waarvan de militairen later de naam "Commando" zouden  krijgen.

In 1940 kreeg een  bekende Schot, Lord Lovat, opdracht landingen uit te voeren in de bezette landen  van Europa. Lord Loval ging op zoek en verzamelde uit het Britse leger mannen,  die de naam "legercommando's" kregen.  Deze  legercommando's voerden al in 1940 de eerste landingen, zogenaamde raids,  vanuit zee uit op de kust van Noorwegen, o.a. Spitsbergen, Lofoten, Vagsöy en de  fjorden. Nagenoeg zonder  verliezen keerden zij, met medenemen van Noren, terug naar Groot-Brittannië.  Dit  was de aanzet tot het formeren van de eenheden welke de naam Commando kregen.  Deze eenheden werden genummerd van 1 - 12 en aangeduid: Nr. 1 Commando, Nr. 2  Commando etc.  Alleen Nr. 10  werd aanvankelijk weggelaten. Dit werd later gevormd, namelijk Nr. 10 Inter  Allied Commando. De begin 1940 uitgevoerde landingen werden testlandingen  genoemd en zouden later nog vele malen op de kusten van Europa worden uitgevoerd.

Vanaf januari 1942 kregen een groot aantal mannen van de Prinses Irene  Brigade en andere uit bezette gebieden afkomstige militairen een mogelijkheid om  ook commando te worden.  Zij werden eerst  in vier groepen gesplitst en ingedeeld bij verschillende Britse Commando  eenheden, o.a. de nummers 3, 4, 9 en 12 Commando. Zo kwam No.10 Inter Allied Commando tot stand, bestaande  uit militairen uit Nederland, Frankrijk, België, Noorwegen, Polen, Joegoslavië,  Roemenen  en zelfs enkelen uit Oostenrijk en Duitsland  en een X-Troop (genaturaliseerde buitenlanders).

 Commando Tellinga

Omdat het om uiterst gevaarlijk klussen ging, bleef het aantal  vrijwilligers van de Prinses Irene Brigade voor deze opleiding beperkt en na een  strenge selectie bleven uiteindelijk slechts achtenveertig man over. Op 22 maart  1942, in feite de geboortedag van het Korps Commando Troepen, vertrokken zij  o.l.v. Kapt. Roos en Ltn. Linzel per  trein vanuit Wolverhampton naar Schotland om daar een vooropleiding in Bute, Ayr,  Dunoon of Troon te volgen.  Daarna begon de  eigenlijke commando-opleiding in het "Commando Basic Training Centre" te  Achnacarry, gelegen in de eenzaamheid van het Schotse Grampian gebergte. Het centrum,  aanvankelijk genoemd: "Commando Depot", bevond zich op het terrein van  Achnacarry Castle, een prachtig groot landgoed van het hoofd van de Schotse Clan  Cameron. Op dit enorme terrein stonden tenten opgesteld voor elk acht personen.  Hier moesten de toekomstige commando's zes weken training doorbrengen.

Deze training was  zeer zwaar en menig aspirant commando, die de training niet kon volbrengen, werd  teruggestuurd naar zijn onderdeel. Om in het bezit te komen van de groene baret moest, de training van A tot Z worden gevolgd. Ontbrak je éénmaal dan was het  met je gebeurd. In het gunstigste geval kon je de training nog één keer zes  weken overdoen. Na 6 weken zware training kwam dan de dag van de uitreiking van  de groene baret. De uitreiking ging altijd met veel ceremonieel gepaard.  Logisch, want de training was niet alleen zwaar, maar ook bikkelhard. Je mocht  je dan ook met recht commando noemen.

'Jullie blijven hier zes weken, waarin we je meer  soldaat zullen maken, dan al die training in de afgelopen twee jaar heeft kunnen  bereiken. Dan zal er een intergeallieerd commando nummer 10 worden gevormd,  bestaande uit onderdelen van verschillende nationaliteiten. En hiervan gaan  jullie deel uitmaken. Alles gebeurt hier in looppas. Je traint in looppas, je  wast je in looppas, je eet in looppas en je doet zelfs je behoefte in looppas.'

Luitenant-kolonel Charly Vaughan, commandant van dit trainingskamp sprak  de mannen bij aankomst aan: "Jullie zijn hier gekomen  om een harde training te ondergaan. Velen van jullie zullen afvallen. en de  grootste straf voor jullie is terugzending  naar je oude legeronderdeel. Je  moet hier hard werken en de kost is schraal, dat hoort bij de training. Dat  laatste was de lijfspreuk van die kolonel."

'Bij oefeningen werd altijd met scherp geschoten.  Gemiddeld verloor het kamp twee a drie mannen per maand als gevolg van de  realistisch doorgevoerde training. Sommige werden doodgeschoten of getroffen  door een granaatscherf, anderen verdronken of vonden de dood tijdens  bergbeklimmen."

'We spreidden ons bed op het stro op de stenen vloer in  de hut. Dat viel nog mee, want soms moest je ook slapen op drassige grond aan de  oevers van Loch Lochy.'

's Morgens vroeg om half zes sloeg de regiments  sergeant-majoor met een dikke stok op de ijzeren wanden van de hut met de  woorden: Waky, waky boys, rise and shine. Daarna wassen en scheren met koud  water uit de Lake, drie boterhammen naar binnen werken en op naar de parade van  acht uur.'

Bij Loch Arkraig kregen we een oefening waarbij we 36  uur achtereen in de weer waren, berg op berg af met zwaar bepakte rugzak zonder  eten.'

'Er waren van die zgn. geforceerde marsen, waarbij je  binnen een uur 11 km. moest lopen over een bobbelig grindweg en hier en daar ook  nog een rivier overstak.'

Het is een dubbel  verzwaarde infanterie opleiding. Veel speedmarsen, afstanden oplopend van 5 tot  25 miles, met volle uitrusting. Zwaar bepakt, soms extra zwaar bepakt, grote  rugzakken extra gevuld om gewicht te krijgen én te dragen, daarbij altijd zwaar  bewapend. Oefeningen in bergbeklimmen, kaart en kompas lopen in de bergen.   Zware nachtoefeningen in overleven met weinig voedsel.
Er werd veel  gewerkt in zogenaamde subsecties, waardoor je erg op elkaar was aangewezen en  kameraadschap werd gekweekt. Alles moest "samen" worden gedaan; als de één wat  moest doen, moest de ander mee..... en omgekeerd onder het motto: "me and my  buddy". Bij deze training behoorde ook bijna elke dag verzwaarde gymnastiek  (altijd  met ontbloot bovenlichaam) zoals veld - en crosslopen, oefeningen met  zware palen, geweergymnastiek, geweervechten, ongewapend en met de  commandodolk vechten, rivieren over steken en meren over peddelen,  zelfverdediging, verdedigingssporten zoals boksen en diverse veldsporten. Het  doel: teamgeest, om doorzettingsvermogen kweken.

'In het  begin leuk, maar later niet meer!'

Onderdeel van de  training was natuurlijk ook het uitvoeren van landingen vanuit de Schotse Lochs   met landingsboten met platte bodem, niet een keer, maar wel duizend maal. De  heuvels op  (nooit naar beneden), altijd in looppas en altijd werd met scherp  geschoten en explosieven gebruikt.

'Was je doodmoe  bijna boven op de heuvel aangeland dan tirailleren, handgranaat werpen, dekken  en weer terug in de looppas naar de boten en.. opnieuw naar boven tot de  oefening perfect was.'
'Drijfnat en  uitgeput 'mocht' je dan, weer in looppas, een speedmars afmaken of door naar de  hindernisbaan om gezamenlijk - weer onder vuur en explosies - deze hindernisbaan  enkele malen te nemen.'

Het voordeel van kleine landingsboten was de dubbele  bodem gevuld met kurk. Het is meerdere malen gebeurd dat, ofschoon de boot werd  lekgeschoten, deze toch bleef drijven.
Slapen mochten de  commando's wel, maar het gebeurde regelmatig dat 's nachts alarm werd geblazen  voor wéér een oefening met o.a. de speedmars etc. etc.. Na terugkomst niet meer  naar bed, maar gelukkig wel een stevig ontbijt om daarna 'gewoon' weer aan het  dagelijks trainingsprogramma te beginnen.
Uiteindelijk ontvingen na deze loodzware  opleiding slechts  vijfentwintig Nederlandse cursisten het felbegeerde  commandobrevet en de bijbehorende groene baret.

Commandobadge

 
Op 25 juni 1942 werden de vijfentwintig  Nederlandse commando´s overgeplaatst naar een ontruimde school in het het  Schotse plaatsje Troon. Hier werd onder het bevel van luitenant  Mulder  No.2 Dutch Troop officiëel opgericht, als onderdeel van No.  10 Inter Allied Commando. Het embleem van  Nr. 2 Dutch Troop was het gevechtsmes ("fighting knife"). De badge op de  groene baret droeg de spreuk: Nuncaut Nunquam (Nu of Nooit). De  commando-uitrusting bestond voornamelijk uit het gevechtsmes, pistool, geweer,  brengun, tommygun, handgranaten en explosieven.
 
Exercitie o.l.v officieren

De officieren Lt.  Linzel, Lt. Knottenbelt en Lt. Ruysch van Dugteren werden bij de troep ingedeeld. Op 16  juli 1942 vertrok No.2 Dutch Troop naar Port Madoc, een plaatsje in het noorden  van Wales, om zich bij No.10 (Inter Allied) Commando, onder leiding van  luitenant-kolonel D. Lister, te voegen. Als tegemoetkoming voor de extra zware  training werden de commando's daar ingekwartierd bij burgers. Dit werd  gedaan om de veiligheid van de commando's te verzekeren. Over geheel  Groot-Brittannië werden de commando's bij burgers ingekwartierd, zodat zij ook  wisten wat in het land gebeurde.    
In de tweede helft van 1942 bereikte de  Nederlandse Troop de beoogde sterkte toen vijfenveertig afgetrainde commando´s  de gelederen kwamen versterken en het wachten was nu nog op de eerste  operationele opdracht. Op 31 mei 1943 verhuisde No.2 Dutch Troop met de andere  onderdelen van No.10 Inter Allied Commando naar de Engelse badplaats Eastbourne,  wat tot het eind van de oorlog de thuisbasis zou blijven van deze internationale  eenheid.  2 oktober 1943 vertrokken ze voor een bergtraining naar Braemar, in het noorden van Schotland. Er waren geruchten dat ze daarna naar de  Balkan zouden gaan. Het liep allemaal anders.
Op 6 december kwam Prins Bernhard op bezoek in  Port Madoc en bracht voor deze commando-eenheid een rood-wit-blauwe vlag mee,  die hij overhandigde aan Lt. Mulder met de woorden: "Nederland is trots om over zo'n troep te beschikken. Doe u best waar ter wereld  u wordt ingezet en mijn beste wensen vergezellen u."
Op aandringen van luitenant Linzel en Prins  Bernhard besloten de Britten om No.2 Dutch Troop samen met een Britse  commandobrigade in het Verre Oosten in te zetten. Een aantal Nederlandse  commando´s stonden bepaald niet te springen om naar Azië af te reizen, zij  wilden liever tegen de Duitsers vechten om het vaderland te bevrijden, maar op  aandringen van Prins Bernhard gingen de meesten toch overstag. Op 11 december  1943 was het dan eindelijk zover en vertrok de s.s. Streadhead vanuit Gourock in  Schotland richting Azië. Niemand wist nog de precieze plaats: Australië,  Brits-Indië of Sumatra? Het werd uiteindelijk Brits-Indië, waar zij als  lijfwacht voor Admiraal Mountbatten moesten fungeren.
Op 15 januari kwamen ze in Bombay aan, vanwaar de reis per trein  werd voortgezet naar 150 km. verder gelegen Poona. Hier was het centrum van een aantal Engelse  oefenkampen, waar normaal de naar India gezonden militairen acclimatiseerden.  
No.2 Dutch Troop werd gelegerd in een tentenkamp 60  km verder, bij het dorp Ked Gaon. Hier waren ook nrs. 5, 42, 44 en 45 commando. Na enkele weken kregen de Nederlandse commando's een achtweekse  jungletraining in het gebied van Goa. De Troop werd als geheel niet ingezet  voor operaties, alleen een aantal commando's werden individueel gedetacheerd bij  Engelse onderdelen. Het werd  toch als een opluchting ervaren toen men vernam dat men weer naar Engeland zou  vertrekken om deel te nemen aan de gevechten in Europa. Op 18 juli 1944 scheepten de  Nederlanders zich in Bombay in, om op 15 augustus in Liverpool aan te komen.  De Nederlandse Commando-Troop die te Eastbourne werd gelegerd, reageerde  enthousiast op het nieuws dat de Prinses Irene Brigade inmiddels op het front in  Normandië was ingezet.
Hans Sonnemans in gesprek met Commando van het  eerste uur:  Jaap Bothe.
Voor een uitgebreid verslag van No. 2 Dutch  Troop in die en andere regio's, verwijs ik u graag naar de site van Rene  Swankhuizen: www.soldatenvanoranje.com
In juni 1940 leek het of de kaarten al waren geschud. Duitsland, had op  Engeland na, vrijwel heel Europa bezet. Churchill wilde zich echter niet bij die  suprematie neerleggen en wilde zo spoedig mogelijk ook tot offensieve acties  overgaan. Luitenant-kolonel D. Clarke van de Britse Imperial General Staff ging over tot de oprichting van een guerilla-eenheid, die sinds de Boerenoorlog  (1899-1902) in Zuid-Afrika, Kommando's heetten. De Britse Eerste Minister en  oorlogsleider Winston Churchill, die zelf ooggetuige was geweest van de  Boerenoorlog, gaf in  1940 de aanzet tot oprichting van kleine speciale  eenheden, waarvan de militairen later de naam "Commando" zouden  krijgen.
In 1940 kreeg een  bekende Schot, Lord Lovat, opdracht landingen uit te voeren in de bezette landen  van Europa. Lord Loval ging op zoek en verzamelde uit het Britse leger mannen,  die de naam "legercommando's" kregen.  Deze  legercommando's voerden al in 1940 de eerste landingen, zogenaamde raids,  vanuit zee uit op de kust van Noorwegen, o.a. Spitsbergen, Lofoten, Vagsöy en de  fjorden. Nagenoeg zonder  verliezen keerden zij, met medenemen van Noren, terug naar Groot-Brittannië.  Dit  was de aanzet tot het formeren van de eenheden welke de naam Commando kregen.  Deze eenheden werden genummerd van 1 - 12 en aangeduid: Nr. 1 Commando, Nr. 2  Commando etc.  Alleen Nr. 10  werd aanvankelijk weggelaten. Dit werd later gevormd, namelijk Nr. 10 Inter  Allied Commando. De begin 1940 uitgevoerde landingen werden testlandingen  genoemd en zouden later nog vele malen op de kusten van Europa worden uitgevoerd.
Vanaf januari 1942 kregen een groot aantal mannen van de Prinses Irene  Brigade en andere uit bezette gebieden afkomstige militairen een mogelijkheid om  ook commando te worden.  Zij werden eerst  in vier groepen gesplitst en ingedeeld bij verschillende Britse Commando  eenheden, o.a. de nummers 3, 4, 9 en 12 Commando. Zo kwam No.10 Inter Allied Commando tot stand, bestaande  uit militairen uit Nederland, Frankrijk, België, Noorwegen, Polen, Joegoslavië,  Roemenen  en zelfs enkelen uit Oostenrijk en Duitsland  en een X-Troop (genaturaliseerde buitenlanders).

 Commando Tellinga
Omdat het om uiterst gevaarlijk klussen ging, bleef het aantal  vrijwilligers van de Prinses Irene Brigade voor deze opleiding beperkt en na een  strenge selectie bleven uiteindelijk slechts achtenveertig man over. Op 22 maart  1942, in feite de geboortedag van het Korps Commando Troepen, vertrokken zij  o.l.v. Kapt. Roos en Ltn. Linzel per  trein vanuit Wolverhampton naar Schotland om daar een vooropleiding in Bute, Ayr,  Dunoon of Troon te volgen.  Daarna begon de  eigenlijke commando-opleiding in het "Commando Basic Training Centre" te  Achnacarry, gelegen in de eenzaamheid van het Schotse Grampian gebergte. Het centrum,  aanvankelijk genoemd: "Commando Depot", bevond zich op het terrein van  Achnacarry Castle, een prachtig groot landgoed van het hoofd van de Schotse Clan  Cameron. Op dit enorme terrein stonden tenten opgesteld voor elk acht personen.  Hier moesten de toekomstige commando's zes weken training doorbrengen.
Deze training was  zeer zwaar en menig aspirant commando, die de training niet kon volbrengen, werd  teruggestuurd naar zijn onderdeel. Om in het bezit te komen van de groene baret moest, de training van A tot Z worden gevolgd. Ontbrak je éénmaal dan was het  met je gebeurd. In het gunstigste geval kon je de training nog één keer zes  weken overdoen. Na 6 weken zware training kwam dan de dag van de uitreiking van  de groene baret. De uitreiking ging altijd met veel ceremonieel gepaard.  Logisch, want de training was niet alleen zwaar, maar ook bikkelhard. Je mocht  je dan ook met recht commando noemen.
'Jullie blijven hier zes weken, waarin we je meer  soldaat zullen maken, dan al die training in de afgelopen twee jaar heeft kunnen  bereiken. Dan zal er een intergeallieerd commando nummer 10 worden gevormd,  bestaande uit onderdelen van verschillende nationaliteiten. En hiervan gaan  jullie deel uitmaken. Alles gebeurt hier in looppas. Je traint in looppas, je  wast je in looppas, je eet in looppas en je doet zelfs je behoefte in looppas.'
Luitenant-kolonel Charly Vaughan, commandant van dit trainingskamp sprak  de mannen bij aankomst aan: "Jullie zijn hier gekomen  om een harde training te ondergaan. Velen van jullie zullen afvallen. en de  grootste straf voor jullie is terugzending  naar je oude legeronderdeel. Je  moet hier hard werken en de kost is schraal, dat hoort bij de training. Dat  laatste was de lijfspreuk van die kolonel."
'Bij oefeningen werd altijd met scherp geschoten.  Gemiddeld verloor het kamp twee a drie mannen per maand als gevolg van de  realistisch doorgevoerde training. Sommige werden doodgeschoten of getroffen  door een granaatscherf, anderen verdronken of vonden de dood tijdens  bergbeklimmen."
'We spreidden ons bed op het stro op de stenen vloer in  de hut. Dat viel nog mee, want soms moest je ook slapen op drassige grond aan de  oevers van Loch Lochy.'
's Morgens vroeg om half zes sloeg de regiments  sergeant-majoor met een dikke stok op de ijzeren wanden van de hut met de  woorden: Waky, waky boys, rise and shine. Daarna wassen en scheren met koud  water uit de Lake, drie boterhammen naar binnen werken en op naar de parade van  acht uur.'
Bij Loch Arkraig kregen we een oefening waarbij we 36  uur achtereen in de weer waren, berg op berg af met zwaar bepakte rugzak zonder  eten.'
'Er waren van die zgn. geforceerde marsen, waarbij je  binnen een uur 11 km. moest lopen over een bobbelig grindweg en hier en daar ook  nog een rivier overstak.'
Het is een dubbel  verzwaarde infanterie opleiding. Veel speedmarsen, afstanden oplopend van 5 tot  25 miles, met volle uitrusting. Zwaar bepakt, soms extra zwaar bepakt, grote  rugzakken extra gevuld om gewicht te krijgen én te dragen, daarbij altijd zwaar  bewapend. Oefeningen in bergbeklimmen, kaart en kompas lopen in de bergen.   Zware nachtoefeningen in overleven met weinig voedsel.
Er werd veel  gewerkt in zogenaamde subsecties, waardoor je erg op elkaar was aangewezen en  kameraadschap werd gekweekt. Alles moest "samen" worden gedaan; als de één wat  moest doen, moest de ander mee..... en omgekeerd onder het motto: "me and my  buddy". Bij deze training behoorde ook bijna elke dag verzwaarde gymnastiek  (altijd  met ontbloot bovenlichaam) zoals veld - en crosslopen, oefeningen met  zware palen, geweergymnastiek, geweervechten, ongewapend en met de  commandodolk vechten, rivieren over steken en meren over peddelen,  zelfverdediging, verdedigingssporten zoals boksen en diverse veldsporten. Het  doel: teamgeest, om doorzettingsvermogen kweken.
'In het  begin leuk, maar later niet meer!'
Onderdeel van de  training was natuurlijk ook het uitvoeren van landingen vanuit de Schotse Lochs   met landingsboten met platte bodem, niet een keer, maar wel duizend maal. De  heuvels op  (nooit naar beneden), altijd in looppas en altijd werd met scherp  geschoten en explosieven gebruikt.
'Was je doodmoe  bijna boven op de heuvel aangeland dan tirailleren, handgranaat werpen, dekken  en weer terug in de looppas naar de boten en.. opnieuw naar boven tot de  oefening perfect was.'
'Drijfnat en  uitgeput 'mocht' je dan, weer in looppas, een speedmars afmaken of door naar de  hindernisbaan om gezamenlijk - weer onder vuur en explosies - deze hindernisbaan  enkele malen te nemen.'
Het voordeel van kleine landingsboten was de dubbele  bodem gevuld met kurk. Het is meerdere malen gebeurd dat, ofschoon de boot werd  lekgeschoten, deze toch bleef drijven.
Slapen mochten de  commando's wel, maar het gebeurde regelmatig dat 's nachts alarm werd geblazen  voor wéér een oefening met o.a. de speedmars etc. etc.. Na terugkomst niet meer  naar bed, maar gelukkig wel een stevig ontbijt om daarna 'gewoon' weer aan het  dagelijks trainingsprogramma te beginnen.
Uiteindelijk ontvingen na deze loodzware  opleiding slechts  vijfentwintig Nederlandse cursisten het felbegeerde  commandobrevet en de bijbehorende groene baret.
Commandobadge
 
Op 25 juni 1942 werden de vijfentwintig  Nederlandse commando´s overgeplaatst naar een ontruimde school in het het  Schotse plaatsje Troon. Hier werd onder het bevel van luitenant  Mulder  No.2 Dutch Troop officiëel opgericht, als onderdeel van  No.  10 Inter Allied Commando. Het embleem van  Nr. 2 Dutch Troop was het gevechtsmes ("fighting knife"). De badge op de  groene baret droeg de spreuk: Nuncaut Nunquam (Nu of Nooit). De  commando-uitrusting bestond voornamelijk uit het gevechtsmes, pistool, geweer,  brengun, tommygun, handgranaten en explosieven.
    
Exercitie o.l.v officieren
De officieren Lt.  Linzel, Lt. Knottenbelt en Lt. Ruysch van Dugteren werden bij de troep ingedeeld. Op 16  juli 1942 vertrok No.2 Dutch Troop naar Port Madoc, een plaatsje in het noorden  van Wales, om zich bij No.10 (Inter Allied) Commando, onder leiding van  luitenant-kolonel D. Lister, te voegen. Als tegemoetkoming voor de extra zware  training werden de commando's daar ingekwartierd bij burgers.  Dit werd  gedaan om de veiligheid van de commando's te verzekeren. Over geheel  Groot-Brittannië werden de commando's bij burgers ingekwartierd, zodat zij ook  wisten wat in het land gebeurde.    
In de tweede helft van 1942 bereikte de  Nederlandse Troop de beoogde sterkte toen vijfenveertig afgetrainde commando´s  de gelederen kwamen versterken en het wachten was nu nog op de eerste  operationele opdracht. Op 31 mei 1943 verhuisde No.2 Dutch Troop met de andere  onderdelen van No.10 Inter Allied Commando naar de Engelse badplaats Eastbourne,  wat tot het eind van de oorlog de thuisbasis zou blijven van deze internationale  eenheid.  2 oktober 1943 vertrokken ze voor een bergtraining naar Braemar, in het noorden van Schotland. Er waren geruchten dat ze daarna naar de  Balkan zouden gaan. Het liep allemaal anders.
Op 6 december kwam Prins Bernhard op bezoek in  Port Madoc en bracht voor deze commando-eenheid een rood-wit-blauwe vlag mee,  die hij overhandigde aan Lt. Mulder met de woorden: "Nederland is trots om over zo'n troep te beschikken. Doe u best waar ter wereld  u wordt ingezet en mijn beste wensen vergezellen u."
Op aandringen van luitenant Linzel en Prins  Bernhard besloten de Britten om No.2 Dutch Troop samen met een Britse  commandobrigade in het Verre Oosten in te zetten. Een aantal Nederlandse  commando´s stonden bepaald niet te springen om naar Azië af te reizen, zij  wilden liever tegen de Duitsers vechten om het vaderland te bevrijden, maar op  aandringen van Prins Bernhard gingen de meesten toch overstag. Op 11 december  1943 was het dan eindelijk zover en vertrok de s.s. Streadhead vanuit Gourock in  Schotland richting Azië. Niemand wist nog de precieze plaats: Australië,  Brits-Indië of Sumatra? Het werd uiteindelijk Brits-Indië, waar zij als  lijfwacht voor Admiraal Mountbatten moesten fungeren.
Op 15 januari kwamen ze in Bombay aan, vanwaar de reis per trein  werd voortgezet naar 150 km. verder gelegen Poona. Hier was het centrum van een aantal Engelse  oefenkampen, waar normaal de naar India gezonden militairen acclimatiseerden.  
No.2 Dutch Troop werd gelegerd in een tentenkamp 60  km verder, bij het dorp Ked Gaon. Hier waren ook nrs. 5, 42, 44 en 45 commando. Na enkele weken kregen de Nederlandse commando's een achtweekse  jungletraining in het gebied van Goa. De Troop werd als geheel niet ingezet  voor operaties, alleen een aantal commando's werden individueel gedetacheerd bij  Engelse onderdelen. Het werd  toch als een opluchting ervaren toen men vernam dat men weer naar Engeland zou  vertrekken om deel te nemen aan de gevechten in Europa. Op 18 juli 1944 scheepten de  Nederlanders zich in Bombay in, om op 15 augustus in Liverpool aan te komen.  De Nederlandse Commando-Troop die te Eastbourne werd gelegerd, reageerde  enthousiast op het nieuws dat de Prinses Irene Brigade inmiddels op het front in  Normandië was ingezet.
Hans Sonnemans in gesprek met Commando van het  eerste uur:  Jaap Bothe.

Terug naar de inhoud