
Toen koningin Wilhelmina, met haar
gevolg, naar Nederland terugkeerde
was de Tweede Wereldoorlog nog niet
afgelopen. Na de bevrijding van Eede
werd de grenslijn tussen België en
Nederland provisorisch aangegeven door
een witte meelstreep. Op de puinhopen
van het verwoeste dorp werd een
nationale vlag geplaatst. Op 13 maart
1945 stak de vorstin vanuit België bij
het Zeeuws-Vlaamse grensdorp Eede, nabij
Aardenburg, de grens over. De vorstin
schreef er zelf dit over: 'Zo kwamen wij
dan de morgen van de dertiende maart bij
Eede aan de Nederlandse grens, die ik te
voet overschreed. Na een ontroerende
verwelkoming door de aanwezigen ging het
Nederland in. Waar ik ook kwam, dezelfde
aandoening en geestdrift. Overal
bloemen, geschenken en attenties van
allerlei aard.' Later bezocht de
Koningin Breda en het onder water
gelopen Walcheren, waarvan ze zeer onder
de indruk bleek: 'Het was een koude,
onvergetelijke tocht. Welk een tragische
aanblik bood nu het eens zo
schilderachtige Walcheren: één groot
watervlak zover men kon kijken, met
overal verdronken torens en boerderijen,
en bomen die geen jong groen meer zouden
geven.' |