Aanduiding legeronderdelen
Hier volgt een beknopte schets hoe legereenheden worden aangeduid en in welke verhouding ze tot elkaar stonden. Het grootste onderdeel is een legerkorps (LK). Een legerkorps bestaat uit twee divisies (met een groot aantal stafeenheden). Een divisie (Div) in de regel uit een viertal regimenten (drie infanterie IR en een artillerie regiment AR, plus stafeenheden). Regimenten bestaan uit drie bataljons (Bat) of afdelingen bij de artillerie, bataljons uit (meestal) drie compagnieėn (Cie) of batterijen (Bt) bij de artillerie of eskadrons (Esk) bij de Cavalerie. Een compagnie, eskadron of batterij bestaat uit secties (tussen de 21-36 man sterk - tegenwoordig een peloton genaamd; bij de artillerie is een sectie een stukgroep, oftewel een groep soldaten die een stuk artillerie bedienen met alle ondersteuning daarbij en een sectie uit groepen (7-12 man elk; niet bij de artillerie). Naast de organisatie van een Legerkorps hebben we nog de brigade (Brig). Deze was aanmerkelijk kleiner. In een brigade waren regimenten ondergebracht, zoals hierboven al is beschreven.
In een overzicht ziet het er als volgt uit, in volgorde van groot naar
klein:
- Legerkorps (± 25000 man)
- Divisie (± 15000 man)
- Brigade (wisselend; tussen de 7000 en 12000 man)
- Regiment (± 2500 man)
- Bataljon (of afdeling) (± 800 man)
- Compagnie (of batterij of eskadron) (± 150-200 man)
- Sectie (of stukgroep) (21-36 man)
- Groep (7-12 man)
Legerkorps en divisie worden zelden tot nooit benoemd. Legerkorps, divisie en bataljon worden in Romeinse cijfers (I, II, III, IV, enz.) aangegeven. Een regiment en compagnie (batterij / eskadron) in Arabische cijfers (1, 2, 3, 4 enz.).