Deze deprimerende invloed was merkbaar, doordat sommige miltairen duidelijk sympathie koesterden voor het Rode Leger uit de Sovjet-Unie: op een nacht werd in een van de waslokalen zelfs een embleem van de hamer en de sikkel aangebracht, waaronder "Leve Rusland"en "Rusland zal overwinnen" stond geschreven.
Gefrustreerde gevoelens werkten ook anti-semitisme in de hand. Vreemd, daar 20% van de Irenemannen uit joden bestond, waaronder zich, net als bij niet-joden goede en minder goede personen bevonden. De zgn. 'lijntrekkers' wekten wrevel op. Dit leidde o.a. ertoe dat op een van de kamerdeuren de volgende tekst werd geschreven: "We vechten niet alleen tegen Hitler, maar ook tegen de joden." Ook spraken sommigen van 'kromneuzen of de afdeling krombaangeschut.' Diep ging die afkeer van de joden niet, want het gemeenschappelijk gevaar hief de tegenstellingen op.
Dat er ook in Wrottesley park in Wolverhampton soms ook niet te vertrouwen elementen tussen de manschappen zaten, bleek wel uit het volgende. Irene brigadist Van der Eem: Tussen een van de Engelandvaarders zat een jongen die blijkbaar nogal beļnvloed was door de Duitsers. Met de Duitse pas liep hij door de slaapbarak en ook wel eens over het kamp, iets wat natuurlijk niet onopgemerkt voorbijging. Tot het moment dat de man de grote fout maakte door in een barak waar een Joodse sergeant gelegerd was boven diens bed een geraamte te tekenen. Een paar dagen later werd hij toch maar naar het eiland Man afgevoerd".
'Deze voorvallen heeft geschiedschrijver Lou de Jong nu juist wel in deel 9 van zijn levenswerk aangehaald. Geen lovende woorden zijn daarin te vinden, alleen maar kritische kanttekeningen.'