De Artillerie in de Koninklijke Brigade "Prinses Irene"
Met ingang van 1 januari 1943 besloot de minister van Oorlog tot een reorganisatie van de Brigade. De Brigade werd omgevormd tot een gemotoriseerde eenheid. Hierin werd ook personeel ingedeeld dat niet voor actieve dienst geschikt was. Er kwam een aparte batterij Veldartillerie. Hier maakten enkele arti1lerie-officieren uit de beginperiode van de Prinses Irene Brigade deel uit. Het overig personeel werd verkregen uit andere onderdelen van de brigade. De Engelse Troop artillery (4 stukken uit een Engels regiment veldartillerie (3 afdelingen a twee batterijen) stond model voor de organisatie.

De artillerie bij parade Amsterdam 31 mei 1945
De batterij artillerie beschikte over eigen munitievoertuigen, een tweede echelons hersteleenheid voor voertuigen, wapens en verbindingsmaterieel, een foerier voor verzorging van kleding en uitrusting en een keukenwagen. Door toevoeging hiervan werd voorkomen dat de batterij moest terugvallen op steunende infanterie onderdelen of Engelse artillerie eenheden waar de batterij praktisch altijd aan werd toegevoegd.
De opleiding van het personeel en de oefening van de batterij gebeurde vanaf 16 maart 1943 bij het 5e Field Training Regiment in Noord Wales. Het werd aangevuld met de detachering van officieren en overig personeel bij Engelse scholen. Daar altijd in Brits verband werd opgetreden vond de commandovoering plaats in de Engelse taal en werd gebruik gemaakt van Engelse voorschriften.
Deze Engelse opleiding was hard maar erg doeltreffend. Het credo was: "De man zo spoedig mogelijk en zo goed mogelijk gereedmaken voor zijn taak bij de gevechtseenheden". Een week bestond dan ook uit zeven werkdagen en geen zes.
Op zondag werd de geestelijke verzorging dan ook gezien als een rustpunt in het wekelijkse werkprogramma. Voor de tijdsbesteding op zondagmorgen was er weinig keus. De Engelse onderdelen, werden in zijn geheel afgemarcheerd naar de hut of tent die als kapel diende. Voor de ingang stond rechts opgesteld "de padre" en links de "regimental sergeant major".
De niet godsdienstigen onder de militairen werden opgevangen door de laatstgenoemde, die zich over hen ontfermde en hen op het exercitieterrein alle geestelijke zorgen deed vergeten door een straffe exercitie. Na afloop werd door het onderdeel gezamenlijk afgemarcheerd. Wellicht kon de geestelijke verzorger daardoor altijd op een groot gehoor rekenen.......
Na zes maanden werd afscheid genomen van het opleidingsregiment en voegde de batterij zich in september 1943, geoefend en wel, bij de brigade die toen in Dovercourt was gelegerd.
Uitbreiding van de batterij artillerie van vier stukken tot zes stukken vond op 1 september plaats, gedurende een korte periode van inactiviteit toen er wat meer personeel ter beschikking kwam. De 25 pounders werden vervoerd achter tractoren. Het personeel werd op trailers vervoerd. Deze zes stukken hebben altijd geopereerd als batterij en nooit als afdeling. De Batterij werd wel veelvuldig gescheiden in twee 3 stukken-batterijen.

De 25 pounder in actie nabij Beringen
De sterkte bedroeg aanvankelijk vier officieren w.o. de commandant majoor Risseeuw, zes onderofficieren en tweeëntachtig korporaals. Na 1 september 1944 werd dit totaal uitgebreid van 92 tot 130 man.


Artillerie verkenningswagen