

De barakken in aanbouw
Kamertje van pelotonscommandant S. Jol
De legeringsbarakken waren van hout, alleen het gebouw van de brigadecommandant was uit steen opgetrokken. Alle hutten hadden een nummer. Bij binnenkomst in zo'n hut was er een afgescheiden kamertje met één binnendeur. Hier zat de pelotonssergeant, die toezicht hield. Dit kamertje werd verwarmd d.m.v. een klein elektrisch kacheltje. De gloeispiraal hiervan werd echter vaak misbruikt voor het aansteken van sigaretten, wat veel storingen veroorzaakte.
Doordat het middageten rond 17.00 uur plaatsvond, had in de avond iedereen honger. Daarom namen velen overdag enkele sneetjes brood mee. Dit was nl. niet gerantsoeneerd en ongelimiteerd in de kantine verkrijgbaar. 's Avonds werd het brood dan geroosterd voor de kachel. Als prikker fungeerde dan een vork die aan een stokje vast vastgemaakt. Om het helemaal smaakvol te maken werd er dan nog kaas op gesmolten voor een zgn. 'cheese on toast'.
De
soldateneetzaal van buiten
De
soldateneetzaal van binnen
Een warme
hap op de potkachel!
Slaapbarak
van binnen
Op de houten britsen lagen stromatrassen. Deze waren meestal bultig en keihard. Elke grote barak beschikte over drie potkachels. In de wintermaanden konden de ruimten hiermee nauwelijks worden verwarmd.

Even een kijkje in de binnenzijde van een barak

Peter Meuwissen en E. Koldewey starten de dag in juli 1941

Onderhoud pantserwagens

Nieuwe manschappen marcheren over het terrein

'We gingen zelf aan het werk om alles te verfraaien. We gaven de straten Nederlandse namen., zoals de Kerkstraat.'

Headquaters Troop 1
S. Jol voor het wachtlokaal S. Jol winter 1942-1943

S. Jol bovenop scoutcar febrauri 1942