Camp Lejeune in North Carolina (USA)

Eind 1942 werd aan kolonel M.de Bruyne van de
Mariniers een plan aangeboden om te komen tot oprichting van een
Marinierseenheid, die tot taak zou krijgen deel te gaan nemen in
de strijd tegen Japan. Behalve 250 beschikbare beroepsmariniers
zou het grootste deel gaan bestaan uit oorlogsvrijwilligers, die
na de bevrijding in Nederland zouden worden gerekruteerd. In mei
1943 werd uiteindelijk het plan verwezenlijkt. Uiteindelijk was
het bedoeling dat de eenheid een omvang zou krijgen van 5000
man.Aan de Amerikaanse steun bij de
totstandkoming van de Nederlandse mariniersbrigade is een
aardige anekdote verbonden. De commandant van de Amerikaanse
mariniers, het USMC, generaal Thomas Holcomb, was enthousiast
voor het plan om een Nederlandse mariniersbrigade van de grond
te krijgen en had daarvoor met succes zijn nek uitgestoken bij
de militaire top van de Verenigde Staten. Een belangrijk
drijfveer hierbij vormden ervaringen die hij had opgedaan toen
hij als jong officier dienst deed bij de Amerikaanse
legatiewacht in Peking. Tijdens knokpartijen in het
uitgaansleven aldaar, waren de Amerikaanse mariniers in de
minderheid tegenover de landmachtmilitairen van de andere
buitenlandse mogendheden. Zij waren dan ook verheugd toen ze
tussen 1913 en 1923 hulp kregen van collega-mariniers uit
Nederland, die het Nederlandse gezantschap in Peking bewaakten.
Deze geste werd zeer op prijs gesteld en opende twintig jaar
later deuren, die anders gesloten zouden zijn gebleven.
In juni 1943 werd kolonel M.de Bruyne benoemd tot
Inspecteur van de Nederlandse Troepen (I.N.T.) Hij zou daardoor
o.a. de zaken waarnemen van de Prinses Irene Brigade. Toen
Montgommery hem aangaf dat hij de Brigade onderbezet vond,
kwam hij op het idee om 100 mariniers uit Camp Lejeune te halen
om als broodnodige aanvulling te dienen.
Sergeant J.C. Kuit (geb. 13 oktober 1914) kwam via Curaçao, bij de
onderzeebootjager H.M. van Kinsbergen. Begin 1943 kreeg hij een opleiding 'Junglevechten'
in Camp Lejeune. Hij werd met 100 anderen mariniers april 1944 bij de Prinses
Irene Brigade in Engeland gevoegd.

'We kwamen aan in het
mariniersopleidingskamp Camp Lejeune aan de New River. Het was het grootste en
modernste kamp van de Amerikaanse Mariniers. Het gebied had een grootte
637 m² en lag zeer afgelegen. Het kamp had een bibliotheek, kegelbanen.
biljart en pingpongzaal, klinieken, tandartsen, zwembaden. Kortom alles wat een
moderne stad te bieden had.
Tijdens Thanksgiving keken we
onze ogen uit naar al het voedsel wat stond uitgestald op de tafels. Een enorme
kalkoen met alles erop en eraan viel in het oog. Na de maaltijd kregen we
allemaal een enorme sigaar.
We
werden net als de Amerikaanse mariniers behandeld v.w.b. bewapening, kleding en
uitrusting. Bij overtreding werden we gestraft volgens de voor hen geldende
regels. Toen wij eens een keer in de dichtstbijzijnde verwarmde eetzaal gingen
schaften i.p.v. het verder afgelegen koude tentenkamp werden we gesnapt en op
Amerikaanse wijze gestraft: Wij moesten nog diezelfde nacht een strafmars lopen
met volledige bepakking o.l.v. de officier die ons had betrapt. Slapen was er
niet meer bij en diezelfde morgen moesten we hetzelfde programma doorlopen als
de rest……
Ik droeg het groene Amerikaanse
mariniersuniform met onze eigen Nederlandse insignes. Amerikaanse officieren
klaagden vaak bij onze superieuren, omdat wij nogal eens vergaten hun te
salueren. Hierdoor kregen we regelmatig een douw...'
Camp Lejeune aan de New River was het grootste en
modernste kamp van de Amerikaanse Mariniers. Het had een uitgestrektheid van
bijna de provincie Utrecht. Het kamp was in verschillende "area's" verdeeld en
elke "area" had zijn eigen bioscoop waar de nieuwste films werden gedraaid en
waar elke dag een ander programma geboden werd. Het "Camp-theatre" was bovendien
"airconditioned" en voorzien van een cinema-orgel. Buiten de bioscoop had elke
"area'' zijn kleine en grote kantine (P. X. –Post Exchange), bibliotheek,
kegelbaan, bierhal, biljart- en ping-pong-zaal. Kapperszaak sportterreinen en
tennisvelden, Camp Lejeune is een Mariniersstad, waar alles te vinden was, wat
in een normale stad aanwezig behoorde te zijn: hospitalen, tandheelkundige
kliniek, apotheken, "guesthouses", boekwinkels, winkels waar men alles krijgen
kon van koffers tot veiligheidsspelden toe, zwembaden, wasserijen,
kleermakerijen, bakkerijen, enfin, teveel om op te noemen. Zelfs ontbraken op de
"base" de busstations niet, vanwaar men naar elke gewenste plaats kon vertrekken
en aansluiting had op de grote buslijnen "from coast to coast". In Quantico
hadden de Mariniers nog hun eigen vliegbasis, de M.A.S.Q. (Marine Air Station
Quantico).
In oktober 1944 werd kolonel de Bruyne benoemd tot
commandant detachement mariniers USA. Vanuit Londen volgde hij de ontwikkelingen
van de nieuw te vormen Mariniersbrigade North Carolina. Na mei 1945 ging hij op
zoek naar geschikte officieren. Ook werd nu een aanvang gemaakt met de opleiding
van de oorlogsvrijwilligers (OVW'ers), die met honderden tegelijk in Camp
Lejeune aankwamen.

Nederlandse mariniers waren klaar voor de strijd in november 1944. Ze werkten hier nauw samen
met de Amerikaanse Mariniers (USMC)en oefenden een landing langs de New River.(copyright: New York Bureau)

Maart 1945 Opleidingsofficieren van de 2e instructiebataljon met op de
achtergrond de verblijven van de manschappen. Tweede van rechts is dhr. S.
Wiersma.
De Nederlandse Korps Mariniers waren de eerste buitenlandse militaire
organisatie die getraind werden op Amerikaanse bodem. Ze werden vnl.
ondergebracht in Hadnot Point. Daar er echter regelmatig vechtpartijen
ontstonden tussen de Amerikaanse en Nederlandse mariniers werden ze later
allemaal overgeplaatst, binnen hetzelfde gebied naar Montford Point, waar de
zwarte Amerikaanse mariniers waren ondergebracht. De verstandhouding tussen deze
twee groepen was veel beter. Hier trainden ze zij aan zij met de Amerikaanse
mariniers. Onder toeziend oog van Lt. Kol. L. Langeveld werd hier het kader
gevormd uit voormalig marinepersoneel, het K.N.I.L., leden van de land-en
luchtmacht en oorlogsvrijwilligers. Zij droegen Amerikaanse uniformen( net als
de "Devil dogs"), maar hadden hun eigen Nederlandse insignes.
Hun training verschilde in niets van hun Amerikaanse collega's. Ze moesten
zich ook aan dezelfde regels houden. In Camp Lejeune konden ze tevens gebruik
maken van dezelfde recreatiemogelijkheden, zoals theaters en sportaccommodaties.

Begin augustus 1945 vertrokken de mariniers naar Camp Davis. Hier vertrok
de eerste groep op 18 november 1945 met de Noordam richting Maleisië. De tweede
groep vertrok met de Bloemfontyn op 11 december in dezelfde richting met
de bedoeling om ingezet te worden in de strijd tegen de nationalistische
weerstandsgroepen in Indonesië.