Van IndiŽgangers naar Korps "Insulinde"

Door een gebrek aan beroepsofficieren stuurde de gouverneur uit Nederlands IndiŽ, op verzoek van de Nederlandse regering in Londen,  met enige tegenzin 5 man ('Baboenen') naar Wolverhampton. Nadat de Amerikaanse vloot 7 december 1941 in Pearl Harbor door de Japanners was vernietigd, wilden dit vijftal  terstond terug met medeneming van het strijdbare gedeelte van de Brigade, in hoofdzaak het 1e bataljon. De commandant Van Voorst Evekink had hier wel oren naar en diende een rekest in.

Dit verzoek werd door de regering aangenomen, maar de manschappen hadden daarin geen enkele interesse.

De IndiŽgangers, die daar echter nooit naartoe zijn gegaan: vlnr: Luykenaar, Beekenkamp, De Groot, Visbeen, Van Driel, een hospik, onbekende chauffeur. middelste rij: Huisman, Van de Berg, Saarloos, Lambrechtse, onderste rij: Koolstra, Van der Veer, Meyer.

Zij wilden Europa bevrijdden en geen Nederlands IndiŽ. De minister van Oorlog begreep dat er moeilijkheden waren en sprak in het kamp de manschappen toe. Hij beschouwde iedereen als vrijwilliger. Artikel 184 van de de grondwet verbood echter gedwongen uitzending. Velen deden een beroep op dit artikel en stelden zich niet beschikbaar. Prins Bernhard kwam bemiddelen en bracht tevens het bericht van Koningin Wilhelmina over: 'De koningin wil dat u naar IndiŽ gaat!'. Het gemor bedaarde en mede op haar aandrang stelden zich een groter aantal van de staf en het 2e bataljon zich wel beschikbaar. 

Het 154 man tellende detachement, inclusief de commandant was samengesteld uit: 19 officieren, 37 onderofficieren, 28 korporaals en 70 soldaten

Afmelden van het IndiŽdetachement bij Prins Bernhard door Brigadecommandant Van Voorst Evekink

'Het heeft Hare Majesteit en haar regering behaagd het 1ste Bataljon van de Brigade, dat nu gevechtsklaar is, overzee te sturen naar Nederlands IndiŽ, om aan de zijde van onze broeders van de KNIL de strijd aan te binden met de Japanners.'

Op 6 januari 1942 werd het detachement namens de koningin toegesproken door Prins Bernhard voor wie ook gedefileerd werd.

H.M.S. Columbia

'We scheepten ons te Glasgow op 6 januari 1942 in op het koopvaardijschip "Colombia" van de K.N.S.M. dat tot onderzeeboot moederschip was omgebouwd. Ook de toenmalige brigadecommandant Kolonel D.D.van Voorst Evekink ging mee, samen met zijn hond "Boef". We waren een belangrijk schip, omdat het ruim vol lag met torpedo's ten behoeve van onze duikboten in het verre oosten (Britse en Amerikaanse torpedo's pasten niet in onze lanceerbuizen want die hadden een ander kaliber) vandaar dat onze plaats midden in het gevormde konvooi was.

Midden op de Atlantische Oceaan werd ons konvooi opgemerkt door een Focke Wulf verkenningsvliegtuig van de Duitsers. Pogingen om met afweergeschut (o.m. van de Nederlandse oorlogsbodem "Heemskerck") het vliegtuig neer te halen, mislukten. Het gevolg bleef niet uit - enkele dagen later werden we aangevallen door Duitse duikboten. Vlak voor het Nederlandse koopvaardijschip "De Achterkerk" dook zo'n. duikboot op. De kapitein van de Achterkerk liet zich deze kans niet ontnemen en ramde met volle kracht deze duikboot die daarop rechtstandig in de diepte verdween. De aanval werd toen afgebroken.'

Spotprent van Van Voorst Evekink met zijn hond

Op 6 januari vertrok het detachement met de trein vanuit Wolverhampton naar Gourrock in Schotland, waar het een dag later inscheepte aan boord van de Hr. M.S. "Columbia", een omgebouwd passagiers schip - als onderzeeboot  moederschip - van de Kon. Marine. Dit alles onder commando van kapitein ter zee Hoecke.

In konvooi varende zette de Columbia via de Golf van Biskaje, Freetown en Kaapstad koers naar Nederlands-IndiŽ. Ze hebben twee maanden over deze tocht gedaan, wat zeker geen sinecure was in 1942. Een van de gevaarlijkst periodes wat betreft de zeeoorlog. Duitse U boten lagen alom op de loer.

'Bij het van boord gaan in Colombo viel de scheepskist uit de handen van de adjudant van de commandant en die bleek toen gevuld te zijn met damesondergoed.'

'De commandant en zijn hond Boef zouden voorop gaan in de strijd. Wij gekscheerden: "Dan gaan er twee boeven!'

Ten gevolge van de naderende capitulatie van Nederlands-IndiŽ  kon het schip dat land niet meer bereiken en werd het naar Ceylon (het tegenwoordige Sri Lanka)gedirigeerd. Het detachement kwam op 7 maart 1942, de dag dat IndiŽ was  gevallen, in Colombo aan. Aanvankelijk stelde de Nederlandse Bevelhebber Strijdkrachten  in het Oosten, admiraal Helfrich,  aan Londen voor, dat het Prinses Irene detachement zijner inzicht het best naar Engeland kon worden teruggezonden. In Londen dacht men er echter anders over!  Er moesten commando's worden opgeleid om  ingezet te worden in het door de Japanners bezette Nederlands IndiŽ. Voormalig Brigadecommandant Van Voorst Evekink keerde echter op 10 juni 1942 weer terug naar Engeland, alwaar hij een andere functie kreeg. Ondertussen 'kampeerden' de manschappen op 13 verschillende Nederlandse schepen.

Zie hier het gedetailleerde dagboekverslag met foto's van H. Hendriks

Inmiddels had Admiraal Helfrich, zijn hoofdkwartier te Colombo gevestigd. Er waren vage berichten dat Generaal Overakker met een aantal mensen een guerilla-oorlog in midden Sumatra aan het voeren was. Luitenant Wijnmalen van het detachement (ťťn van de vijf KNIL-officieren die bij de brigade waren gedetacheerd) kreeg de opdracht dit bericht te onderzoeken en zo mogelijk contact te maken net de generaal. Per duikboot werd hij op de kust van West-Sumatra niet ver van Padang afgezet. Kort daarop werd hij door de Japanners gevangen genomen. Hij vond tenslotte de dood na het ondergaan van gruwelijke martelingen.

Pas begin juli vertrokken de manschappen per troepenschip naar Bombay. Per trein ging het hele detachement naar de plaats Saugor, ten zuiden van Delhi (Brits-IndiŽ). Hier onderging het detachement een "small arms training" Na enkele dagen vroeg men vrijwilligers voor gevaarlijke opdrachten. 38 man gaven zich op. Uiteindelijk werden deze mannen geselecteerd: 8 officieren, 12 onderofficieren en 18 korporaals en manschappen. Aldus werd op 1 augustus 1942 het Korps Insulinde opgericht dat gelegerd werd in Kamp D te Laksapatiya (Ceylon), 130 km ten Z. van Colombo.                               

Eind juli ging de rest, dus nog ongeveer 90 man, terug naar Colombo. Hier vond een nieuwe troepenkeuring plaats. Van de vier afgekeurden gingen er drie terug naar Engeland en zijn daar veilig aangekomen, alleen J.Hoogland werd onderweg ziek en nam in Kaapstad een boot later: de m.s Abosso II........
15 man vertrokken naar Cairus in AustraliŽ.
101 niet-geselecteerde onderofficieren, korporaals en manschappen werden op de vliegbasis China Bay, (bij Trincomalec in het N.O. van Ceylon, een van de grootste natuurlijke havens van de wereld) onder gezag gesteld van de Marine Luchtvaart dienst. (M.L.D. Kon. Marine.)
De M.L.Díers waren met hun Catalina vliegboten, zgn. amfibieŽn, vliegtuigen die zowel te land als in het water kunnen opstijgen en landen, overgevlogen van Java en AustraliŽ naar Ceylon. Echter alleen met een vliegtuigbemanning, maar zonder grondpersoneel. Zij kwamen als geroepen! Dit werd hun oorlogstaak voor meer dan 3 jaar! Ze werden belast met alle taken die nu eenmaal verricht moeten worden om alles optimaal te laten functioneren.
Zij waren nu een onderdeel van het 321e Squadron van de R.A.F. Vanuit de Baai van Trincomalec, waar ze waren gehuisvest, heeft de M.L.D. haar operationele taak vervuld, namelijk het escorteren van schepen in de Indische Oceaan en de Golf van Bengalen. Meer dan 3 jaar hebben ze dit werk gedaan. De samenwerking tussen de M.L.D., onder commando van de overste W.P. van Prooien en de Irene Brigade was prima. De materiŽle verzorging uitstekend. De meeste manschappen wilden echter terug naar Engeland om mee te doen aan de invasie. Er zijn heel wat verzoekschriften ingediend om dit doel te bereiken, maar zonder resultaat. Men kon hen daar niet missen en ze moesten blijven tot er aflossing zou komen.

Ansichtkaart

Op 1 augustus 1942 werd het Prinses Irene Brigade Detachement ontbonden, terwijl tegelijkertijd het korps Insulinde werd opgericht. Het kreeg tevens een andere bestemming en werd ingezet bij operaties in Sumatra.

Van het totale detachement zijn twee man omgekomen tijdens oefeningen in Ceylon en een officier tijdens een commando operatie in West-Sumatra.

Voor een zeer gedetailleerd verslag van dit bijzondere Korps Insulinde verwijs ik graag naar de site van Rene Swankhuizen, die hier een aparte website van heeft gemaakt: www.soldatenvanoranje.com