Dagboekverslag A.J. Meuleman - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Dagboekverslag A.J. Meuleman

Mei-juni 1940
Herinneringen aan den oorlog 1940

Ziekenverzorger A.J. Meuleman uit Bergen op Zoom
        
  Vanwege de authenticiteit is dit dagboekverslag in de oorspronkelijk spelling gelaten.
10 mei 1940.  ´s morgens om 3 uur komen Duitsche troepen langs verschillende plaatsen ons land binnen, ´s nachts van 10 op 11 mei. Aanhoudend wordt er gemeld dat Duitsche vliegtuigen boven ons land parachutisten uitwerpen.
11 mei  worden bommen geworpen rondom Breda en wordt ook een Rode Kruistrein die ons boven den Moerdijk zou brengen vernield, zoo dat de kans om achter de waterlinie te komen, voorbij is ; van 11 en 12 mei ook nachtdienst,  een nachtdienst om nooit te vergeten, steeds maar vliegtuigen die steeds meer parachutisten uitwerpen.
12 mei  werd het levensgevaarlijk voor de patiënten om nog langer in Breda (1) te blijven, zoo dat wij met de patiënten moesten vluchten in de richting van Roosendaal,  maar door het herhaalde malen bombarderen  konden wij echter den weg naar Roosendaal niet blijven volgen, en kwamen zoo doende in Hoogstraten in België waar ons verder werd gelast dat we moesten gaan tot Antwerpen. Te voet zijn we verder getrokken tot Oostmalle en konden daar gelukkig een vrachtauto te pakken krijgen die ons binnen Antwerpen bracht, alwaar wij in de grootste kazerne van het 5e Linie Regiment  (2) konden uitrustten van den zwaren tocht die op dezen mooien Pinckster morgen begonnen waren.
(1   1)Militair Hospitaal te Breda,  voormalig Huis van Brecht , onderdeel van de huidige KMA
(2   2)Generaal Drubbelkazerne, een der onderkomens van het 5e Linie Regiment te Antwerpen
Daar waren toen ook reeds een 300 Marechaussees waaronder ook die uit Bergen op Zoom, het deed natuurlijk goed aldaar bekenden aan te treffen en daar konden we dus ons hart eens luchten;

Gen. Drubbelkazerne aan de Begijnenhof in Antwerpen
13 mei ging de reis verder tot Sint Nicolaas en wel per kermiswagen, daar ben ik naar het station gegaan en heb een deel van den trein in beslag genomen om ons naar Hulst te laten vervoeren waar wij weer op vaderlandsche bodem terug waren, in de hoop om van daar uit weer terug naar Vlissingen te kunnen gaan, maar dat ging ook al niet meer,  want daar pas aangekomen werd ons alweer aangezegd verder door te trekken naar Terneuzen. Dat hebben we echter niet eerder gedaan dan dat we bij de zusters van de huishoudschool  eens degelijk gegeten en een nacht geslapen hebben, want het was nu 2 dagen geleden dat we wat behoorlijks gegeten hadden;  ik zou hier aan mijn plicht te kort schieten als ik niet eerst die goede zustertjes bedankte voor al wat die voor ons hebben gedaan, en toen we den anderen dag per trein verder trokken naar Terneuzen , wat geschiedde na een ontroerend afscheid van onze goede zustertjes die ons al huilende een hand gaven , kwamen we al gauw tot de ontdekking dat het daar niet beter was.  Juist aldaar aangekomen, wierp een Duitsch vliegtuig een paar bommen , 6 mensen gedood.
16 mei werden er door de Franschen zelf nog 6 dood geschoten
17 mei naar Oostburg , waar we in de H.B.S. geslapen hebben .
18 mei gingen we met onbekende bestemming tegemoet per autobus over Sluis tot Oostende en verder naar Frankrijk , Zuytcote. Slapen in een oud klooster
19 mei verder St. Omer. Montreul (pas de Calais). Beaurainville  Slapen in de autobus. Van eten geen sprake
20 mei tot Abbeville, waar we zulk een bombardement mee maakten, als we nog nimmer hadden mee gemaakt . 2 man van onze troep werden gedood.  Verder tot Rouen
21 mei verder naar Louviers ; Evreux, alwaar we in het hooi konden slapen; en voor ons ontbijt brood met wijn kregen.
22 mei verder en verder tot  Saint-Mard alwaar we weer voor den eersten keer wat warm eten te zien kregen nadat we Terneuzen   verlaten hadden. U kunt wel begrijpen dat het smaakte, maar den honger was nog niet het ergste waar we aan dachten. Wat zal er van ons gezin terecht gekomen zijn, waar zouden die op het oogenblik zijn, zouden die er het levend af gebracht hebben, en waar zal het einde zijn van al deze ellende, dat was waar wij het meest over na dachten.
24 mei het was juist mijn 50sten verjaardag , van Saint-Mard  tot Mortange au Peche  – Le Mans tot La Flѐche, alwaar eten en slapen in de autobus.
25 mei verder naar Angers,  Ancenis  en dan Nantes, slapen in een kazerne . Het eten is iets beter.
27 mei alweer verder naar Caen; van Caen naar Douvre-La- Delivrande waar we gebleven zijn tot 9 juni. Slapen in het strooi en eten van een Hollandsche keukenwagen. Douvre-La-Delivrande  is een mooie bedevaartplaats met Luc sur Mer als badplaats.
9 juni verder naar Aerodrome Dinan,  Morlaix , en op 10 juni naar Brest waar de M.S. Beatrix klaar lag om ons naar Engeland over te brengen.  Ik moge hier even tusschen beide brengen dat we heel de reis vanaf Oostburg af tot Brest toe gereisd hebben met een autobus van de B.B.A. uit Breda, ook toevallig dat we die daar ontmoet hebben.
Het brood in Frankrijk was heel slecht, soms wel weken oud en heel zuur, doch toen we eenmaal op onzen boot waren, werd het heel wat beter.  Daar was het eten er goed doch we hadden een benauwde zeereis voor den boeg direct allen een zwemvest aan zelfs om te slapen, want het zou minstens 12 uur duren voor we in Engeland  zouden aankomen werd ons gezegd.  En dat was ook zoo, het was dan ook een heele opluchting als we de kust in zicht kregen na ruim 10 uur varen waren we dan in Engeland aan wal en wie weet voor hoe lang.
De ontvangst als die we hier hebben meegemaakt, zullen we ook niet gauw vergeten. Dat was ten minste anders dan in Frankrijk. In Engeland leven de menschen er heel wat beter van dan in Frankrijk, hier is heel wat meer luxe en het eten is goed alleen een beetje teveel zoetigheid.
Het is al zoete koek wat of ze hier kennen, geloof ik . Porthcawl was onze eerste plaats waar we onderdak kregen na van Plymouth, alwaar we met de boot waren aangekomen; per trein gereisd hadden langs Wellington, via Bristol naar Porthcawl.  We werden daar in een kamp onder gebracht in tenten en toen ik den eersten dag daarna wakker werd stond mijn neef Alphons*  mij al op te wachten, want die was natuurlijk benieuwd of er geen bekenden van hem aanwezig waren.
Het eten en slapen was er heel goed en toen ik na enige dagen de opdracht kreeg om een ziekenzaal in te richten, en dus een taak kreeg opgedragen ; dacht ik al, het is hier goed, als het nu maar niet al te lang moet gaan duren dan zal het wel gaan.
* Alphons de Coninck is een zoon uit het huwelijk van Camiel de Coninck en Augusta Clemence Meuleman. Alphons heeft de Belgische nationaliteit.
We werden ook in een Engelsch pakje gestoken en waren dus Englischman. Toen we in Engeland met de boot aankwamen, werd ons verteld dat een vorige boot met 1200 Hollandsche Militairen tijdens den overtocht was getorpedeerd, dus mochten wij alweer niet klagen dat we het zoo goed hadden afgebracht.
De eerste week in juli is vrij kalm verloopen, enkele luchtaanvallen en steeds meer  vliegtuigen boven ons kamp. Ik moge hier wel even opmerken dat een mijlen van ons kamp vandaan een groot vliegveld is, zoo dat we bijna den heelen dag een massa vliegmachines te zien krijgen die steeds af en aan vliegen wat echter ook tot gevolg heeft dat we ook nog al vrij veel bezoek van de Duitschers krijgen wat niet zo te benijden is.

Wordt vervolgd
Met dank aan Ruud en Danielle Meuleman
 
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu