Het afscheid van Engeland, de zeereis en de aankomst in Normandië leken achteraf op een onsamenhangende reeks hallucinaties. Eerst de feestelijke tocht naar Londen. De zon stond hoog aan de hemel. We konden nergens stoppen of de mensen kwamen uit hun huizen lopen met versnaperingen, sloffen sigaretten, gemberbier, gebak, snoepjes, chocolade.
In sommige dorpen, waar we niet stopten, juichte de bevolking ons enthousiast toe en wierp haar goede gaven in de trucks. Ze zagen het aan onze uitrusting: we waren op weg naar het front en ze sloofden zich uit om het ons de laatste weken van ons leven zo plezierig mogelijk te maken. Vlak bij de havens, in Eastend, was even tevoren een V-1 gevallen. We reden snel door volkomen vernielde straten, waar het stof nog tussen het puin hing. Mensen van de luchtbescherming waren koortsachtig aan het zoeken naar overlevenden, gewonden werden op brancards weggedragen. In enkele seconden was de ellende gepasseerd.
Volgende hallucinatie kort daarop: een laatste show voor de toekomstige frontsoldaten. Een machtige drumband, schetterende muziek, goochelaars, croonende juffrouwen, imitators, humoristen. De show werd gegeven in de buitenlucht. Gezeten tussen onze uitrustingsstukken slikten we ook deze begoocheling. Wie kan er in een oorlog kieskeurig zijn ? Hap-slik. Tijdens de organisatie van de chaos is het alleen maar mogelijk geleefd te worden. Chocoladerantsoen — we slikten. Amusement of een verwoest huizenblok — we keken. Aantreden — we gingen staan. Rust we gingen zitten. Licht uit — we gingen slapen. Een gamel met eten — we gingen in de rij staan. Gereedmaken voor vertrek — we hingen alles om.
De deuren aan de voorkant van het schip openden zich, een reusachtige vis met opengesperde muil. We reden met wagens en al de ingewanden binnen. Een lift bracht ons aan dek. We bleven zitten op onze trucks, ook toen we in volle zee waren. Er was ook geen plaats over om te zitten tussen de Bren carriers, de verkenningswagens, de trucks, het antitankgeschut.
In de nabijheid voeren nog drie andere schepen, maar van een konvooi was eigenlijk geen sprake. Soms schoof er een kruiser of torpedojager langs de horizon. Aan de mast van ons schip was een luidspreker bevestigd, die onafgebroken populaire muziek over de gladde, zonovergoten zee uitstrooide, een soort anti-gedateerde Radio Veronica uitstekende muziek als je de dood tegemoet vaart? Voor Bach-liefhebbers werd het sterven in elk geval niét lichter gemaakt. Ergens midden op zee hield de muziek op. Dat stemde menigeen tot nadenken.