De landing - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

De landing

Normandië
  

 
De aanvullingstroepen als eerste geland  in Normandië. 6 aug.'44

'Je zou toch verwachten dat de reserves de reguliere  troepen volgen, maar bij de Brigade ging het weer andersom...'
'Nadat wij door het  ons aangewezen vaarkanaal waren binnengelopen, kreeg een ander schip permissie  om de terugtocht naar Engeland te beginnen. Dat was in dit geval de "Amsterdam",  een Britsch schip van de L.N.R.R., nu een hospitaalschip vol met gewonden, vóór  de oorlog een van de bekende schepen op de Hoek van Holland-Harwich-route.  Zeven minuten na onze aankomst werd de "Amsterdam" getroffen door een z.g. "menselijke  torpedo" met rampzalige gevolgen. Het maakte ons even
stil. Zeven minuten  geleden hadden wij nog op die plek vrijwel stil gelegen en moesten we een kanjer  van een doel voor de Duitse torpedoruiter zijn geweest.'

De ontscheping van de Brigade in Normandië had op verschillende plaatsen en tijdstippen plaats. De compagnie aanvullingstroepen had op 6 augustus 1944 de eer om samen met de kwartiermakers als eerste onderdeel te landen bij Graye-sur-Mer. Zij  marcheerden direct naar het Elbow dispersal camp en vertrokken op 7 augustus  naar La Délivrande, om een dag later als eerste in het ontvangstkamp van 104  L.K. (zie kaart) in Cresserons aan te komen.

'Ik wist niet wat ik zag toen we er  binnenvoeren. Ik de luwte van het breekwater lagen grote aantallen schepen te  wachten om te worden gelost. Het was een kolossaal project dat diepe indruk op  ons maakte.'
'Op de vroege  ochtend  voeren de schepen van ons konvooi ter hoogte van  Avranches één voor één de kunstmatige haven van Courseuilles binnen. Een  ochtendnevel beperkte het zicht tot misschien vijfhonderd meter; zelfs toen wij  vlak voor Courseulles het anker hadden laten vallen, was de kust van Normandië  niet te zien. Het "verkeersprobleem' in en voor de kunstmatige haven was  geregeld als gold het een wegenknooppunt: radioseinen namen hier de plaats in  van verkeerslichten.'
'Enkele zwemmende Engelse soldaten riepen:  "What are you doing here, the war is over.'         
 
                                                                                                               
Aquarel van G. de Jongh van de landing bij Arromanches 7  augustus 1944  
(c)  Regimentsverzameling Brigade en  Garde Prinses Irene

'Vandaag  gingen we om 10 uur de haven in en aan de LS.T.-steiger lag ook het schip van   één der Belgische compagnieën. Met steeds stijgende verbazing en bewondering  heb ik het schouwspel van deze invasiehaven gadegeslagen ! 't Is ongelooflijk  wat de Engineers en Pioneers hier gepresteerd hebben. Lange drijvende steigers  liggen veruit van het strand en met het vasteland verbonden met bruggen. Ons  schip opende zijn grote mond en een brug werd van opzij neergelaten op het  bovendek. In een zeer korte tijd waren alle voertuigen eraf en reden we met 30  meter afstand over de rug naar 't land waar borden ons wezen naar 60 Transit  Camp boven op de heuvel achter Arromanches. Grote borden langs de weg gaven je  alle informatie die je nodig had, o.a.  "Remember you are in France now ! Keep to the right." Het is  eventjes vreemd geweest om  daaraan te wennen. In 't dorp was niet veel leven te bespeuren. Alles lag grijs  onder een dikke laag stof. De bomen waren wit langs de weg, maar daarachter  lagen vriendelijke groene weiden en boomgroepen, waartussen de witte boerderijen  vredig verspreid lagen. De stofwolken van voertuigen stegen overal op van de  wegen in de vlakte die links van ons ligt. Die wegen lopen naar 't front en  vanavond zal de Brigade naar 't oosten trekken naar de "rest area" van de  Canadese sector vanwaar we verder naar voren zullen gaan. Waarheen is nog niet  bekend.'

 

De ontscheping van de gevechtsgroepen bij Arromanches 7 aug.'44   
       
De gevechtsgroepen kwamen op 7 augustus 1944 aan in  Mulberry, de kunstmatige haven bij Arromanches. Oude koopvaardijschepen, pontons en overbodige marinevaartuigen,  waaronder de Nederlandse kruiser  Sumatra, had men laten zinken en twee hierdoor gevormde pieren voorzien van een metalen wegdek. Hierover konden de voertuigen droog aan land komen. Op het strand was het een  enorme ravage van kapotgeschoten jeeps, tanks en geschut.

De  ambulance van de Staf rijdt op 8 augustus het strand op van Courseulles sur Mer

'Even pokeren op de 'vlakte'.....'

'Ik werd heel onrustig van binnen toen ik eraan dacht dat  wij daar straks in het donker naartoe zouden rijden. In de duisternis kon je  niet meer zien waar je was en wat er gebeurde.'



Deze kust staat   bekend als Juno-beach. Landinwaarts waren veel verwoeste huizen en  kapotgeschoten bunkers van de Westwall  te zien. Deze manschappen werden verzameld in nr. 60 Transit camp, bestaande uit twee grote vlaktes. Deze lagen net achter de kust en stonden bekend onder de codenamen Goldsmith en Archie. Het waren kale vlaktes. Hier werden de voertuigen zonder camouflage ('was nog niet uitgepakt') neergezet, kop aan staart met de manschappen ernaast.


8 augustus landt langs het strand van Graye-sur-Mer ook de artillerie.

Het molentje in Courseulles
 
'In Courseulles was het strand net een soort Trafalgar Square: overal militairen en militaire politie en heel veel genietroepen die zorg droegen dat het materieel landinwaarts kwam.'

Het Brigade stafkwartier, de Verkenningsafdeling en de batterij Artillerie kwamen pas op 8 augustus aan land langs het strand van Graye-sur-Mer. En niet zoals abusievelijk in de geschiedenisboekjes is vermeld in Courseulles-sur-Mer. Het molentje dat veel Irene-mannen zich kunnen herinneren en er nu nog steeds bevindt, staat aan de andere kant van een klein riviertje. Dat riviertje is de grens tussen de plaatsjes Courseulles en Graye. Het molentje staat in Courseulles, de plaats waar men het strand verlaat is Graye.

Dagboekpassage over de landing:

"Van de Normandische kust uit die tijd heb ik nog geen enkele foto gezien, die de werkelijkheid nabij komt. Het was een film, blijkbaar opgenomen op een andere planeet of in een toekomstige eeuw. Stalen schepen, zover de horizon reikte, amfibievoertuigen (of-vaartuigen?), af en aan ploegend door de branding, de hemel bezaaid met vliegtuigen en sperballons, een lang plankier, ver in zee stekend, waaraan de schepen meerden. De lading rolde eruit als knikkers.
Ook wij voelden ons even later als knikkers in de hand van God. Of van de duivel. Onze wagens rolden in een eindeloze rij over de met stof overstoven wegen van het Normandische landschap, wierpen nog meer stof over de struiken aan weerszijden van de weg.  Het volle groen van de augustusmaand was tot op een meter hoogte niet meer te zien.
Op de weilanden onafgebroken rijen kisten met munitie, hier en daar ertussendoor de beschadigde rompen van de  zweefvliegtuigen, waarmee de paratroepen waren geland, soms wel een twintigtal op een weiland. We waren op weg naar weten-wij-veel in niemandsland, overeind staande op onze platoontrucks, troop- en bren carriers al spoedig geblakerd door de zon en ontveld door het gele stof, dat ons door  een straffe wind in het gezicht geblazen werd.
Benouville, onze eerste pleisterplaats, lag achter ons. We hadden er ons gewone rantsoen van die eerste  frontdagen, biscuits met cornedbeef, kunnen aanvullen met de in hoge torens opgestapelde dozen camembert en de enorme kluiten goede boter uit de winkels. Het van melk, boter en kaas druipende Normandië was van de buitenwereld afgesloten en kon tot ons geluk zijn waren elders niet meer kwijt. De door de genietroepen aangelegde plankiers, de oorspronkelijke wegen waren stukgeschoten en stukgereden door enorme hoeveelheden tanks,  kwamen ergens tot een abrupt einde.
We hadden inmiddels beschutting gezocht tegen de hitte van de middagzon en lagen languit achter in de kleine platoontruck te slapen. Fresco en ik. Fresco was tweemaal zo oud als ik, een Rotterdamse jood, die evenals ik uit bezet gebied had kunnen vluchten. Hij zorgde als een vader voor me, beschermde me tegen mijn meerderen, als  ik weer eens een stommiteit uitgehaald had, en heeft me zeker tweemaal veertien dagen streng bespaard."

 
'''Gamallen' voor de warme hap

'Er waren veldkeukens op het strand, waarheen we ons haastten voor onze eerste maaltijd op het vasteland van Europa. Sommige officieren die voorrang probeerden te krijgen werden door de MP terecht gewezen met de opmerking:" Winston heeft hier gisteren ook in het rijtje gestaan." '

'De lunch? Biscuits met jam en vis..........'

'Iedereen  heeft vandaag z'n eigen eten gekookt van de 24 uur rationpack. Zeer handig pack,  met geconcentreerde voedingsmiddelen, thee, suiker, bolled sweets, maggieblokken  en portridgeblokken. Dit alles klaar te stomen op een blikken standaard met  metablokken. Verder was er niets anders te doen dan liggen slapen of  brieven schrijven.'
In  totaal landden 1205 mannen, tezamen met 274 motorvoertuigen, 83 motoren en 4  fietsen. Al met al een hele   organisatie. Het vaandel werd, op bevel van De Ruyter van Stevenink, in eerste instantie niet meegenomen uit Wolverhampton, dat gebeurde enkele weken later toen kapitein Looringh van Beeck ('Oom Paul') hem alsnog, in het geheim, overbracht.
 
Opmars van Courseulles naar Hell Fire Corner


Veldhospitaal

Iedereen was danig onder de indruk van de sporen van de verwoede strijd die daar in juni had afgespeeld: stuk geschoten huizen, ingestorte kerktorens, ruines waar je ook keek.

' De wind heeft het stof van deze puinhopen over het hele landschap verstrooid met als gevolg dat dag en nacht rijdende colonnes van tanks en andere voertuigen zorgen voor onophoudelijke bruingrijze wolken.'
 
  
Aquarel van G. de Jongh, Cresserons 9 augustus 1944   
  (c) Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene

Herinneringsspeld van La Delivrande

's Avonds op 8 augustus vertrok de Brigade naar het ontvangstkamp in Cresserons, 4 km van de kust en 15 km ten noorden van Caen. Op weg daarheen passeerden zij Douvres met het nabijgelegen gehucht La Delivrande, waar van 28 mei tot 9 juni 1940 een Nederlands detachement  was ondergebracht, voordat dit naar Engeland vertrok. Tot nadere orders werd de Brigade hier ondergebracht in een boscomplex. Van slapen kwam die nacht niet veel vanwege kanongebulder en mitrailleurgeratel  in de wijde omgeving. De protestantse soldaten woonden de volgende morgen voor de eerste keer op het vaste land een kerkdienst bij. Dit bleek dezelfde kerk te zijn waar de marechaussees in mei 1940 een dienst bijwoonden.

' Met onze opvouwbare schepjes groeven we met moeite in de rotsige grond. In deze ontstane putten legden we enige kleding uit onze kitbags om wat zachter te kunnen liggen'`
'Heerlijk dat smakelijke Franse witbrood, eindelijk geen grijs regeringsbrood meer!'

Manschappen nabij een landhuis bij Cresserons

De Brigade werd op 9 augustus ingedeeld bij de 6e Airborne Division, die onder bevel stond van Genraal Gale. Als verbindingsofficier was bij de Irene Brigade de Engelse Luitenant-kolonel Milnes ingedeeld. De manschappen bivakkeerden tussen Plumetot en Cresserons in van tevoren verkende boomgaarden, weilanden en bosranden. Hier bleef men tot 12 augustus. Ze kregen vier dagen de tijd om alles goed op orde te krijgen. Het nakijken van de uitrusting kreeg prioriteit. Onophoudelijk konden de Irenemannen het gebulder van het zware geschut horen dat 40 km verder werd afgevuurd. De voertuigen stonden zonder camouflage in rijen, omdat de Luftwaffe toch niet meer actief was.
 
Koningin Wilhelmina zond op 10 augustus de volgende dagorder aan de Brigade:


Situatie rond 12 augustus 1944. XII, XXX, VIII, L.K. zijn Britse legerkorpsen
 
 'Calvados? Antivries met bessensap zul je bedoelen!'

Rechtsachter op deze foto kpt. Anton Kuipers.

De Franse bevolking ontving de Irenemannen heel hartelijk en voorzag hen rijkelijk van de toen nog onbekende Calvados. Ook werd hen veel Camembert (11 francs!) en roomboter aangeboden.
Terug naar de inhoud