De bevrijding

De onderhandelingen over voedselaanvoer voor de bevolking leidden ook op het Maasfront tot een soort wapenstilstand, waarbij op 1 mei in eerste instantie voor de artillerie en later voor alle wapens een verbod werd uitgevaardigd om te vuren, behalve onder bepaalde aangeven omstandigheden.

Situatie op 4 en 5 mei 1945

Op 1 en 2 mei kwamen bij de Brigade berichten binnen over de dood van Hitler en de val van Berlijn. Op 3 mei gaf men het bevel voor het, onder bescherming van witte vlaggen, herstellen van sluizen, zoals bij Engelen. De Duitsers maakten ondertussen de noordzijde van de vernielde bruggen bij Hedel mijnenvrij.

Nadat op 4 mei nog besprekingen waren gevoerd met de Duitsers over voedselaanvoer vanuit Noord-Brabant voor de uitgemergelde bevolking, werden op 5 mei om 8.00 uur de vijandelijkheden gestaakt doordat de Duitse troepen in Noord-Duitsland zich overgaven. Nog diezelfde dag werd om 16.30 uur in hotel De Wereld in Wageningen de capitulatie getekend door de Duitse Generaal Blaskovitz. De commandant De Ruyter van Steveninck schreef daarop zijn laatste brigadeorder uit:

"Zojuist komt het bericht binnen dat de Duitschers in Nederland hebben gecapituleerd: alle gewapende weerstand zal ophouden; Nederland zal opnieuw gaan bouwen....Gij hebt, vooral gedurende de laatste 10 maanden, de geschiedenis van de Brigade-vaak met uw bloed-geschreven...laat de groote band die ons is gaan binden-met meerderen reeds over het graf-blijven voortbestaan., want die band heeft, met uw moed en toeweiding, uw goede werk mogelijk gemaakt. Officieren, Onder-officieren, Korporaals en manschappen, ik ben u dankbaar voor hetgeen gij (ieder naar vermogen) voor vorstin en vaderland hebt gedaan. Moge uw werk nimmer worden vergeten."

Hiermee was officieus de veldtocht voor de Brigade afgelopen.

'We moesten ons in Wageningen aan wat meer regeltjes houden: er kwam wat meer discipline en er kwam meer afstand tussen de officieren en manschappen. Dat voelde je..'

 

 

Op 6 mei vertrok de Brigade naar Wageningen waar men het bevel kreeg om op 8 mei naar Den Haag te vertrekken. 7 mei gebruikte men voor het in orde maken van de kleding, de uitrusting en het materieel. Van de commandant van de 1e Canadese legerkorps kreeg men toestemming om als eerste geallieerde onderdeel de residentie binnen te trekken. Helaas werden de Aanvullingstroepen o.l.v. Looringh  van Beeck hiervoor niet uitgenodigd. Tot grote verrassing van de Brigadecommandant overhandigde 'Oom Paul' hem in Wageningen wel het vaandel van de Brigade, dat hij in september 1944 zonder toestemming van zijn chef uit Wrottesley Park had meegenomen.

 

De Brigade tijdens hun oponthoud in Renkum

                    

                                                                                                                          

Tocht richting Den Haag 

Rechts achterin kpl. Vrouwerff van GG III

Nabij de Kromhoutkazerne (zie foto's rechts hierboven) te Utrecht, via de Biltsestraatweg, van Rijksweg 22 naar Rijksweg 12 op weg naar Den Haag                                                                                                              

'Toen we in Utrecht aankwamen, konden we vanwege de duizenden samengestroomde mensen nauwelijks stapvoets rijden. Ik zat op de motorkap en gooide sigaretten naar het publíek. De tonelen die zich daarbij afspeelden, dat duiken en opspringen gaat elke voorstellingsvermogen te boven.' 

Een warm onthaal van Wim Vaders in A'dam

Een warm onthaal van W. Vaders in Amsterdam

'Ik wilde wel graag naar Den Haag, maar mijn verlangen naar mijn eigen familie was nog groter. In Utrecht ben ik met mijn motor uit de colonne gereden, op weg naar Amsterdam. Onderweg werd ik als een solobevrijder ingehaald. Fantastisch! In de straat van mijn ouders in Amsterdam ontstond zelfs een oploopje.'

'In Den Haag heb ik nog veel hongerige mensen gezien. Ik wilde net mijn ontbijt nuttigen van brood en worst, toen een broodmagere man mij vroeg: "Mag ik misschien....? Na mijn toestemming gritste hij het weg en stopte het snel in zijn mond .'

    

                                               Intocht in Den Haag                                                                            De tekst op de Brengun carrier zegt voldoende       

Zie hier unieke bewegende beelden van de intocht in Den Haag . Helaas zonder geluid.                                                                     

Op 8 mei 12.30 uur begon de mars via de Grebbenberg, Utrecht en Leiden naar Den Haag, waar de stoet om 19.00 uur aankwam. Overal werden de brigademannen enthousiast onthaald en toegejuicht. Na toespraken van o.a burgemeester De Monchy, werden de Gevechtstroepen verdeeld over de paleizen Noordeinde, Ruygenhoek en Huis ten Bosch, waar ze de paleiswacht verzorgden. De eerste weken waren ze ook actief met het oppakken van NSB'ers en het helpen van de hongerende bevolking. Ook werden in de duinen gefusilleerde verzetsstrijders opgegraven. De militairen werden gelegerd in de Frederik-Alexander- en Julianakazernes. De staf werd ondergebracht in de door de Duitsers gebouwde Clingendael-kazerne. 

Klik hier voor het bericht van deze intocht van de PIB van 9 mei 1945 in het verzetsblad Trouw.

Prentbriefkaart van Jan Lavies: Paleiswacht bij Paleis Noordeinde

Dankbare inwoners legden bloemen neer in de vorm van de letters J(ulina), W(ilhelmina) en B(ernhard)

   

Intocht Amsterdam 31 mei 1945 met voorop Majoor Scherpenberg cdt van 3e gevechtsunit, rechts J. Grootkerk in een carrier nabij de Dam

De volgende weken stonden voor de Brigade in het teken van dank- en herdenkingsdiensten en parades. Op 31 mei vertrok de Brigade naar Amsterdam, waar een parade werd gehouden, die door commandant van de 1e Canadese Divisie Forster werd afgenomen.

Prins Bernhard inspecteert met Looringh van Beeck een erebataljon van de brigade voor het Paleis op de Dam

Op 29 juni trad de Brigade met haar vaandel op als erewacht op de Dam te Amsterdam ter gelegenheid van het bezoek van Koningin Wilhelmina.

Bij Koninklijk Besluit nr. 28 van 3 juli 1945 werd bepaald dat het vaandel van de Irene Brigade zou worden versierd met het ordeteken van de Ridder vierde klasse der Militaire Willemsorde en voorzien zou worden van de opschriften St. Come, Pont Audemer, Beeringen, Tilburg en Hedel. Het luidde als volgt:

Op 4 juli 1945 leverde de Brigade, ter gelegenheid van Independance-Day, een erewacht op het Amerikaanse soldatenkerkhof in Margraten tijdens de plechtigheden waarbij kransleggingen plaats hadden.

'Niemand had er zin in. Het liep gelukkig met een sisser af. We reden tot aan Rotterdam en keerden daarna terug.'

Op 4 en 5 juli leverde de Brigade ook personeel voor militaire bijstand om in Rotterdam eventueel in te grijpen bij een havenstaking.

    

Prins Bernhard hecht de Willemsorde aan het vaandel                                        Afscheidsdefile in de Clingendaelkazerne        

Op 13 juli hield men een afscheidsparade op de binnenplaats van de Clingendaelkazerne. Prins Bernhard hield bij deze plechtigheid ook een rede waarin hij uitgebreid inging op de rol van de Irene Brigade. Hij maakte tevens bekend dat de tradities en naam echter behouden zullen blijven in een nieuw op te richten Regiment. De Prins zei: „Gelukkig zullen de tradities, welke gij in de maanden van strijd op het Continent hebt verworven, niet verloren gaan. Uit de Brigade zal onder meer gevormd worden de kern voor het Regiment Prinses Irene, een Regiment,  dat om Uw vaandel zal worden gevormd en op Uw traditie zal voort bouwen." Hij sloot de rede af door de Militaire Willemsorde op het vaandel te hechten en onderscheidingen (vijf bronzen leeuwen, veertien bronzen kruizen en twee kruizen van verdienste)op te spelden bij personeel van de Brigade. Na afloop hiervan hield de Brigade een korte mars door de stad, gevolgd door een defilé op het Lange Voorhout voor Prins Bernhard en vele autoriteiten. Veel Irenemannen die vanaf de landing in Normandië aan de veldtocht hadden deelgenomen, vielen op door het dragen van het later zo beroemde 'invasiekoord', een oranje-blauw fluitkoord op hun battle- of servicedress.

                 

           Defilé op de Lange Voorhout  met  staand Prins Bernhard en De Ruyter van Steveninck                                         Invasiekoord

Op 16 juli 1945 werd de Brigade officieus ontbonden. Alle lopende zaken en ook de demobilisatie werden afgehandeld door plaatsvervangend brigadecommandant majoor Pahud de Mortanges.

'De militaire discipline werd na de demobilisatie niet langer meer serieus genomen. Op het morgenappèl verschenen vaak maar 3 van de 36 leden van ons peloton. De sergeant die de namen oplas vinkte iedereen als present aan...'

                

Twee fraaie tekeningen van oud-brigadelid Herman van den Bosch over de demobilisatie

(bron: www.hermanvandenbosch.nl)

De laatste periode van het bestaan van de Brigade bestond uit het demobiliseren van hen, die niet in het leger bleven. Volgens de voorwaarden moesten deze uiterlijk zes maanden na het einde van de vijandelijkheden, 5 november, worden gedemobiliseerd.

Laatste vaandelwacht van Irene Brigade 20 november 1945

Men maakte ook een begin met de opbouw van de Koninklijke Landmacht. De Prinses Irene brigade heeft een belangrijke rol gespeeld bij de opbouw hiervan. De Landmacht werd na Brits model georganiseerd. De Irenemannen waren in de oorlog bijgeschoold in moderne krijgskunde. De bewapening, de uniformen werden Brits en in het begin waren zelfs de bevelen en instructie in het Engels. Uit de Compagnie aanvullingstroepen werd de afdeling Pantserwapen en School voor het pantserwapen gevormd met personeel en materieel van de voormalige Verkenningsafdeling ('Recce'). De eerste commandant hiervan werd majoor Beelaerts van Blokland. Ook werd een gedeelte uit de aanvullingstroepen omgevormd tot 1e Infanterie Depot, bestemd voor opleiding van Grenadiers en Jagers en personeel, waarmee een regiment 'Prinses Irene' zou worden opgericht. De eerste commandant hiervan was Looringh van Beeck ('Oom Paul'). Uit de Batterij artillerie werd een Artilleriedepot gevormd. Commandant van de Artillerieschool werd majoor Riseeuw. Terwijl het verbindingsmateriaal werd afgestaan aan de nieuw opgerichte School voor verbindingstroepen.

Hoewel de Irene Brigade al veel eerder niet meer als zodanig bestond, had de officiële opheffing pas plaats bij Koninklijk Besluit nr. 11 van 14 december 1945 en ging in op 24 december 1945.

Op 15 april 1946 werden in het kader: van de opbouw van het naoorlogse Nederlandse leger, vijftien Regimenten Infanterie opgericht. Daaronder bevond zich ook een Infanterieregiment "Prinses Irene", dat Arnhem als standplaats kreeg. De bij dit Regiment opkomende dienstplichtigen van de lichting 1945 vormden het 3e Bataljon "Prinses Irene" dat als onderdeel van de Ie Divisie "7-December" in het najaar van 1946 naar Indonesië werd verscheept. 

In de volgende jaren werden uit dienstplichtigen van de hierna komende lichtingen steeds nieuwe Bataljons gevormd die naar Indonesië werden uitgezonden: het 4e Bataljon als onderdeel van de 2e Divisie, het 5e Bataljon als deel van de 3e Divisie, het 6e Bataljon als deel van de F-Brigade, het 7e Bataljon, deel uitmakende van de H-Brigade. Deze bataljons zijn, na een eervolle diensttijd in Indonesië, in Nederland teruggekeerd en gedemobiliseerd. Zij lieten 92 doden achter, die rusten op de erevelden van de Archipel.

Op l Juni 1948 viel het Regiment een grote eer te beurt. Het werd bij Koninklijk Besluit verheven tot Garderegiment. H.K.H. Prinses Juliana Regentes van het Koninkrijk, in deze optredende namens H.M. Koningin Wilhelmina, achtte het wenselijk, het  Regiment een naam te geven, welke duidt op de bijzondere betrekking, waarin dit Regiment staat tot het Koninklijk Huis. De naam 'Garderegiment Prinses Irene' draagt zij noch immer.

'Wanneer wij het verleden vergeten, zijn we gedoemd het te herhalen. Immers, met ervaringen uit het verleden is veelal het heden bepaald, maar in het heden ligt tevens het heil en het onheil van de toekomst besloten. Daarom: 'Lest we forget!', oftewel 'Opdat we niet vergeten!' (L.R. van Vliet)