Doeser, B.A. - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Doeser, B.A.

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Veldtocht
Achternaam: Doeser
Voornaam: Bernard Adriaan
Voorletters: B.A.
Rang: Korp.
Mil. Onderdeel: Kon.Ned.Brig.Prinses Irene
Geboorteplaats: Utrecht
Geboortedatum: 25-07-1915
Overlijdensplaats: Krabbendijke
Overlijdensdatum: 10-02-1945    
Begraafplaats: Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen
Gemeente: Rhenen
Provincie: Utrecht
Land: Nederland
Vak:  
Rij: 9
Nummer: 50   

Bron foto grafsteen: OGS



Bernard Doeser (Bron foto: Min. van Defensie)

De ouders van Bernard ("Bert") waren Wilhelm Johannes Doeser (1878-1970) uit Utrecht en Maria Verweij (1882-1968) uit Harmelen. Ze trouwden op 9 mei 1906 in Utrecht en kregen zeven kinderen: Wilhelm Johannes "Bill", Marianus "Robert" (1907-1996), Neeltje (1910-1910), Hendrikus "Henry" Jacobus (1911-1979), Jan "John" (1914-1994), Wilhelmina (1917-2001) en Bernard Adriaan.
Het hele gezin vertrok in augustus 1915 naar Surrey in Engeland. De Nederlandse voornamen werden toen ook ingeruild voor Engelse.
Bernard volgde na zijn acht jaar Elementary school, nog vijf jaar de Central school, en behaalde daarna nog de Oxford Senior Certificat in Boekhouden.  
Bernard trouwde op 22 november 1941 in Londen met Ana Ada Barnes (*1914). Ze kregen samen geen kinderen. Zijn weduwe woonde tot begin 2000 in Camberley-Surrey.
Bernard werd op 20 augustus 1940 als dienstplichtige ingelijfd.  Hij volgde tussen eind maart 1942 nog een Water Duty Course.
Op 24 augustus 1944 is Bernard met de brigade in Normandië aangekomen.

Tijdens de winter 1944-1945 was de 29-jarige korporaal Bert Doeser van gevechtsgroep I van de Prinses Irene Brigade, voor bewakingsdiensten gelegerd in Krabbendijke. Honderden V1's vlogen over Zeeland richting Antwerpen en Engeland. Regelmatig kwam het voor dat er enkele neerstortten in en nabij Krabbendijke. Zo werd op 10 februari 1945 om 22.15 uur het huis van waarnemend burgemeester L. Th. Vogelaar getroffen, die juist die avond zijn uitgestelde vijftigste verjaardag vierde. De V-1 stort deels op zijn huis en het weiland ernaast. De zuidkant van de woning stortte gedeeltelijk in op de verjaardagsgangers, waardoor twee mensen direct om het leven kwamen. Dat waren de heer Adriaan Kakebeeke en Bert Doeser. De 21-jarige verpleegster Johanna Schout-Velthuijs, een vriendin van het gezin, was zo zwaar gewond dat ze direct naar het ziekenhuis in Goes moest worden vervoerd. Helaas overleefde zij de rit niet en overleed, voordat de auto het ziekenhuis kon bereiken. Twee anderen liepen deels ernstige verwondingen op.



De Luftwaffe was in 1944 in staat ver verwijderde doelen te  bombarderen door gebruik van de V-1. Deze Duitse uitvinding werd veelvuldig afgevuurd vanaf de Franse kust richting Engeland en dan met name Londen en de grote industriesteden. Nadat vanaf juni 1944 Frankrijk door de geallieerden werd veroverd, lanceerden de Duitsers de vliegende bommen o.a  vanuit Overijssel en hadden ze als einddoel Londen, Antwerpen en Brussel.
In de periode 1944-1945 gingen de Vliegende bommen in talrijke hoeveelheden over de Betuwe. Het waren een soort onbemande vliegtuigen, die zich op instrumenten en met de vlam in de staart ronkend voortbewogen. Het toestel was uitgerust met een explosieve lading in de neus en vloog door middel van een primitieve straalmotoraandrijving en een simpel geleidingssysteem op eigen kracht naar zijn doel. Op een vooraf ingesteld tijdstip of als de brandstof op was, stopte de motor en dook de raket omlaag, waarna bij de inslag de springkop explodeerde. Vanwege het kenmerkende pruttelende geluid dat de motor maakte, kreeg hij van de  Amerikanen de bijnaam buzz-bomb. De Britten noemden hem doodlebug, naar een groot zoemend Australisch insect. Het waren voor die tijd moderne wapens, maar ze waren niet erg betrouwbaar. Zolang de motor bleef pruttelen was er weinig aan de hand. Zo niet dan, dan was het wachten op de grote klap. Vooral 's nachts leverde dat angstige momenten op.
Hij kon een maximumsnelheid van 656 km/h bereiken en had een bereik van 420 km. De lengte was 7,90 meter en de spanwijdte 5,37 meter. Een V1 woog 2150 kilogram en had een springkop van 830 kilogram.
Een tijdlang vlogen geallieerde jagers vaak naast de V-1 en probeerden dan hun vleugeltip onder die van de V-1 te brengen en het dan omhoog te wippen. De V-1 raakte daardoor uit balans en stortte neer. Deze tactiek raakte echter bekend bij de Duitsers, die vervolgens detonators aan de vleugels monteerden die explodeerden bij aanraking tijdens de vlucht. Dit maakte een eind aan de  toepassing van deze simpele truc.
Volgens Duitse gegevens zijn 8564 V1’s naar Engeland en de haven van Antwerpen verschoten. Hiervan trof circa 57% zijn doel; de overigen  werden door de luchtafweer, lucht (sper-)ballonnen of jagerinzet vernietigd. Ook gingen er veel verloren door defecten bij de lancering of tijdens de vlucht.
Tegen de latere V-2 was niets bestand, daar het een raket betrof en op grote hoogte vloog.
Bert werd op 13 februari 1945 in Arnemuiden met militaire eer begraven op de Algemene Begraafplaats Nieuwlandseweg. In 1972 werd hij herbegraven op het Militair Ereveld Grebbeberg in Rhenen.





Begrafenis van Bernard te Arnemuiden


Het oorspronkelijke graf in 1946 (Bron: OGS)


Het oorlogsmonument in Arnemuiden (gemeente Middelburg) is onthuld op 5 mei 1948 en bestaat uit zeven gedenkstenen. Op één steen staan de namen van twintig gesneuvelde Franse militairen, vier stenen bevatten de namen van 76 inwoners van de gemeente, die door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen en twee stenen bevatten een tekst.

De tekst op het monument luidt:

'TER NAGEDACHTENIS AAN ALLEN
DIE IN BEVRIJDINGSUUR
HET HOOGSTE MOESTEN GEVEN
VAN UIT DE LUCHT, OF DOOR EEN MIJN
GERUKT ZIJN UIT HET LEVEN
DRIE ONZER, DIE UIT 'S VIJANDS LAND
NIET MOCHTEN WEDERKEREN
AAN FRANKRIJKS ZONEN DIE VOOR ONS
DE VIJAND MOESTEN WEREN.'

Bij de namen van de 96 slachtoffers staat ook Bernard Doeser vermeld.


Met dank aan o.a. W. de Meester
Terug naar de inhoud