Grave

Operaties in de 2e helft van september 1944

'Om 18.10 vertrokken we uit Helchteren, en pas om 21.55 uur overschreden we het Maas-Scheldekanaal. Vanwege de enorme drukte over deze ene weg, stonden we  iedere 100 m. stil. De laatste plaats in BelgiŽ was La Colonie. Al dichter en dichter kwamen we bij de Nederlandse grens. Horloge en borrel in de hand.....'

'Het was een raar gevoel om Nederland naar al die jaren weer binnen te rijden: een schorre keel, even niet spreken om mijn stem weer terug te vinden.'

De colonne nadert Eindhoven

De Brigade was ingedeeld bij de eerste troepen die Nederland binnentrokken, direct volgend achter de tankbrigades. Om middernacht van 20 op 21 september passeerde de Irene Brigade de Nederlands-Belgische grens bij Borkel en Schaft. Diverse Irenemannen stapten uit hun voertuigen en voelden even de grond. Ondanks het slechte weer van die morgen en het vroege tijdstip stonden langs de weg overal Brabanders die de bevrijders toejuichten.

Bij het overschrijden van de Nederlandse grens werden de salarissen van de manschappen teruggebracht tot 10% van wat ze tot dan toe gewend waren. Toen dat bericht bekend werd brak er bijna muiterij uit, maar van de betaalmeester kwam er voor de meeste de geruststellende mededeling  dat dit alleen voor officieren gold.

Om 6.30 uur was de aankomst in het slaperige Eindhoven. De stemming was een beetje bedrukt. Deze stad was op sommige plaatsen hevig gehavend door bombardementen van de vorige dag op de Philips-fabrieken. Via Son (9.00 uur) naar St. Oedenrode. Een weg grotendeels tussen bomen en met op vele plaatsen rode linten die tussen de bomen waren gespannen. Hieraan hingen bordjes met: 'Verges not cleared.' Her en der lagen lijken van Engelse soldaten. Sommige hadden nog hun platte helmen op hun gezwollen gezichten. Er was zů'n haast met de corridor, dat ze nog niet waren opgeruimd.

'Links en rechts van die weg moesten Duitse troepen zitten en we reden gewoon verder over die verdomde, kale weg. Er was geen kip te zien en je hoorde alleen het geluid van je eigen voertuigen. Overal kapot geschoten boerderijen.'

' In Veghel werden grote verpakte cakes  naar ons gegooid en iedereen vroeg aan ons: "Waar is prins Bernhard?"

'In Veghel kwam ik langs mijn woonhuis en werd met bloemen verwelkomd. Van mijn commandant mocht ik afstappen, op het Heilig Hartplein stonden vele vrienden en bekenden van mij. Ik werd in de lucht gegooid en welkom geheten.'

'Vroeg in de middag passeerden we de brug bij Grave, die nog helemaal in tact was. Kort daarop hield de colonne ineens stil en bivakkeerden we in een weilandje.'

Doortocht in Veghel (foto: archief Veghel)

Via Veghel en Uden, waar de kerkklokken luidden, bereikte men Grave om 14.00 uur. Even later marcheerde men naar het verzamelrayon in Lunen, een paar km ten noorden van Grave, waar de Brigade de volgende dag het bevel kreeg om de beveiliging van de strategisch belangrijke Maasbrug bij Grave over te nemen. Netten die gespannen werden in de Maas moesten verhinderen dat Duitse kikvorsmannen de brug met springladingen zouden ondermijnen. 's Nachts werd de bewakingstaak verlicht door een zwaailicht, dat de brug en het water om de paar seconden goed zichtbaar maakte. Er waren patrouilles aan weerszijden van de rivier en er werden een paar man gestationeerd boven- en onderaan de brug, de zogenaamde cat-walk.


21 september1944:  Brencarrier van de Recce over Rijksweg Reek-Grave (foto: L. van den Bergh)
 

Aquarel van G. de Jongh van 21 september 1944 (zie gelijkenis met foto's  hieronder!)   

  (c) Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene

' De opstelling met die zoeklichten was op zichzelf ook al een mooi doelwit. Op een morgen was een mitrailleurspost bij de rivieroever plotseling verdwenen. Geluidloos overvallen en meegenomen door de Duitsers.'

'Tot Balgoy aten we alleen kaakjes en warme hap uit blik. Nu kregen we echte aardappels en als groente appelmoes die we ruilden voor onze blikken. En we konden eindelijk baden.'

Gevechtsgroep I kwam bij deze brug en de gevechtsgroepen II en III ten zuiden en zuidwesten van Grave, waar zij  o.a bivakkeerden in het St. Elisabeths Rusthuis. De artillerie kwam in stelling in een boomgaard bij Balgoy. De brigadestaf vestigde zich in een boerderij in Overasselt, op een kwartiertje rijden van het zojuist bevrijde Nijmegen. Diezelfde dag nog reed Beelaerts van Blokland met een jeep naar deze stad en overhandigde de Burgemeester van Nijmegen enkele blikken met cacaopoeder en koffie voor enkele van zijn noodhospitaals tot leniging van de nood der patiŽnten.

 

Bewaking  resp. links en rechts bij de brug van Grave

De volgende dagen werden ten zuiden van de stad richting Oeffelt vnl. gevuld met patrouilleren met carriers en scoutcars. Duitsers staken daar regelmatig de Maas over op zoek naar fietsen. 

Op 24 september bouwde de Britse genietroepen een tweede (ponton-)brug over de Maas bij Grave, zodat de Irene Brigade vanaf 26 september ook deze brug moest bewaken. De Duitsers deden nog een tegenaanval, waarbij zij bij Uden en Veghel een doorbraak van de corridor Neerpelt-Arnhem wisten te forceren, zodat de Brigade geen contact meer had met het zuiden. Een chauffeur van de Brigade zag kans onder te duiken in een boerderij waar, naar later bleek, ook Duitsers zaten. Een dag later wist een brigade van de garde pantserdivisie echter de verbinding weer te herstellen. Daar werden ook voertuigen van de Brigade ingezet, waarvan er enkele verloren gingen. De ondergedoken chauffeur kwam tevoorschijn en nam vier Duitsers als krijgsgevangenen mee terug. Om 14.00 uur werd in de Brugstraat 6 te Grave de eerste Gereformeerde kerkdienst in bevrijd Zuid-Nederland gehouden. Ds. Zielhuis was de voorganger.

Op 25 september voerde de verkenningsafdeling een verkenning uit in het land van Maas en Waal en rekende en passant ook achttien N.S.B.'ers in. Een dag later werd door deze eenheid een observatiepost bezet in Druten om de bewegingen van de Duitsers in de omgeving van Ochten en Kesteren waar te nemen. 

Op 28 september had de Verkenningsafdeling het noordelijkste deel van het land van Maas en Waal onder hun hoede met een observatiepost in een steenfabriek in Druten. Deze was slechts overdag bezet, 's nachts maakte men gebruik van een luisterpost in Deest. 11 Duitsers en 3 NSB'ers kwamen het Tielse veer over en drongen al schietend door tot in Alphen en maakten 14 fietsen buit. 
In dezelfde nacht werd de Waalbrug bij Nijmegen ernstig beschadigd door Duitse kikvorsmannen, zodat extra waakzaamheid voor de bruggen in Grave werd bevolen.

Op 29 september werd een roeiboot met 12 Duitsers door de Irene Brigade lek geschoten. 11 opvarenden verdronken en een ontkwam zwemmend naar Tiel.

'Ook al is in de oorlog de dood een dagelijkse makker, zulke gevallen vergeet je nooit meer...'

Op 30 september werd sergeant H.Croonen, nabij het plaatsje Zeeland, doodgeschoten door enkele achtergebleven Duitsers, toen hij met de motor terugkeerde van zijn eerste bezoek aan zijn vrouw en dochtertje in Eindhoven.

Klik hier voor een chronologische overzicht van de schermutselingen in het Land van Maas en Waal

Op 1 en 2 oktober rapporteerde de Verkenningsafdeling strooptochten van de Duitsers in Wamel, waarbij burgers gevangen werden genomen en dertig huizen in brand werden gestoken. Zij maakten daarbij gebruik van een pontveer 'De pico' dat bij Tiel lag. Deze werd door vuur van de Britse Life Guards tot zinken gebracht.

'De officiersmess van de Brigade huisde in Horssen in de pastorie. De pastoor was daar erg bezorgd over zijn parketvloer...'

'Op papier was West-Maas en Waal sinds 3 oktober bevrijd, maar er was nog geen officiŽle geallieerde bezetting. Het hele gebied stond nog onder Duitse terreur van over de Waal.'

De Recce werd op 5 oktober in zijn geheel naar Horssen geplaatst, van waaruit de patrouillegang werd voortgezet. De Brigade bivakkeerde hier in een droge sloot (!) en in een oude kerk. Een dag later ontving de Brigade het bevel de bewaking van twee bruggen over het Maas-Waalkanaal  bij Nijmegen over te nemen van de Poolse Para Divisie. Gevechtsgroep II werd daartoe in Neerbosch gestationeerd en gevechtsgroep III in Heumen. In dit gebied zaten veel sluipschutters. Intussen was de sterkte van de Duitsers tegenover het Nijmeegse bruggenhoofd toegenomen.

Even op de foto met de plaatselijke bewoners uit Oss (foto: Coen Hijzeler)

De Brigade kreeg ook tot taak om de omgeving van Oss voor zijn rekening te nemen. Deze stad lag op dat moment in niemandsland. Er was geen Duitse bezetting, maar de geallieerden en de Duitsers lagen wel in de buurt. Vandaar dat het kon gebeuren dat bijvoorbeeld 's morgens de geallieerden de vleesfabrieken plunderden en 's middags de Duitsers......Enkele dagen later kwam aan deze situatie en einde toen het 121e Legerkorps de spoorlijn ten westen van Oss bereikte en daarna de stad bezette.

In de nacht van 6 op 7 oktober sloegen de vergeldingsacties van de Duitsers over van Wamel naar Leeuwen. Zij kwamen rond 02.00 uur aan wal. Eerst zetten zij wachten uit, de andere ploeg begon toen met haar vernietigingswerk. Ze gooiden flessen met groene vloeistof (fosfor)door de ramen van huizen. De bevolking  werd in nachtgewaad de straat op gejaagd.  47 huizen brandden tot de grond toe af.

'Bij Boven-Leeuwen had ik een wacht geruild met een andere soldaat. Ik lag net onder mijn deken of ik hoorde: 'takketakketakketak'. En: 'boem'. Een Duitser had de wachtpost beschoten en een granaat aan zijn gordel geraakt. Die ontplofte. Dat was de wacht die ik oorspronkelijk moest lopen. Ik heb echt geluk gehad.'

'Er waren twee staande patrouilles en zij waren een vast duo. EŤn van de Duitsers wist blijkbaar van hun aanwezigheid, is de Rijn overgevaren en heeft ze bij Boven-Leeuwen van de dijk geschoten.'

'Arnoti had de pech dat die Duitser de veiligheidspin van de handgranaat, die aan zijn riem hing, kapotschoot. Die granaat knalde uit elkaar.'

Klik hier op kaartje van Boven-Leeuwen

In diezelfde nacht van 7 oktober sneuvelden twee soldaten van de Recce, M.Kroon en R.Arnoti, toen zij tijdens het patrouillelopen op de dijk bij Boven-Leeuwen in een hinderlaag liepen. 's Middags vond een plechtige begrafenis plaats op de Nederlands-Hervormde begraafplaats in Horssen, waarbij de inwoners voor veel bloemen zorgden.

'Hier speelden we kat en muis met de Duitsers, die aan de andere kant van de Waal lagen. in de steenfabrieken. Je kon bijna zien wat die lui 's morgens bij het ontbijt aten en wij zorgden dat ze er ook nog hagelslag bij kregen.'

De grote brandstichting aan de Leeuwense dijk was het sein dat de bevolking in deze streek niet langer aan hun lot konden worden overgelaten. De ondergrondse van de Ordedienst waren te ongeoefend en slecht bewapend. De Batterij artillerie werd daarom per direct van Grave naar Horssen overgebracht en stond onder bevel van 79 Field Regiment Royal Artillery. Zij vuurden de daarop volgende dagen 1300 projectielen op steenfabrieken en dorpen ten noorden van de Waal.

8 oktober bracht Prins Bernhard, o.a. in Leeuwen, een bezoek aan de Brigade, waarbij hij zijn bezorgdheid voor de situatie in Noord-Nederland uitsprak. Voor de manschappen met familie in bezet Nederland was deze situatie uiterst frustrerend en verontrustend. Ook Generaal Ritchy van het XII e Legerkorps bezocht die dag de Brigade en deelde mee dat zij werd ingedeeld bij zijn korps.

'Je vroeg je steeds af, wat vind ik straks als ik weer naar huis toe ga? In Engeland kreeg je nog wel eens een telegram via het Rode Kruis, maar je wist tenminste dat ze nog leefden.'

'Al was je nog zo dicht bij huis, het lot van je familie en vrienden was geheel onduidelijk. Vooral de joodse brigadeleden (ongeveer 20%) hadden het dubbel zo zwaar, want zij hoorden hier van de bevolking wat de joden in Nederland was overkomen.'

De Irene Brigade en Engelse troepen werden op 10 oktober versterkt met 150 man ondergrondsen uit Eindhoven. In het kielzog van de geallieerde opmars hadden deze jongemannen onder de naam K.P. (knokploeg) een primitieve vorm van militaire organisatie gevonden.

De situatie nabij Arnhem en Nijmegen was in begin oktober 1944 niet zoals de legerleiding dat voor ogen had. Market-Garden was mislukt en grote delen van Noord-Brabant waren nog in Duitse handen. Het front liep van Oss over Best en Baarle-Nassau tot even ten noorden van Antwerpen. De lange en kwetsbare aanvoerlijnen en de te kleine capaciteit van de kleine havens aan het Kanaal, brachten de opmars naar het Noorden in gevaar. Het was van immens belang dat men kon beschikken over een grote haven in deze regio. Antwerpen was hiervoor een logische keuze, al moesten dan wel eerst de Duitsers over de Maas en Hollands Diep worden teruggedrongen.

' 't Werd tijd dat we dit nare rotland van Maas en Waal gingen verlaten. Het wemelde er van de N.S.B.'ers.'

Operaties op de Oirschotse Heide

Op 22 oktober zou het 12e Legerkorps ingezet worden om Antwerpen in handen te krijgen. In afwachting van het grote offensief werd op 13 oktober de Brigade, onder bevel van de 4e Pantserbrigade, vervolgens gedirigeerd naar de omgeving van Eindhoven waar zij op 17 oktober aankwam op de Oirschotse Heide en omgeving. Het hoofdkwartier kwam te liggen in Oerle, ten westen van Eindhoven. Het was hier erg koud en vochtig en de Duitsers bestookten de stellingen er voortdurend met mortiervuur. De opdracht was te voorkomen dat ze het Wilhelminakanaal vanuit de noordoever konden oversteken en te voorkomen dat ze offensieve acties konden ondernemen. Van links naar rechts lagen hier de drie gevechtsgroepen, aangevuld met delen van de verkenningsafdeling. Elke gevechtsunit had een frontbreedte van ongeveer drie kilometer. Het eerste peloton van gevechtsunit I,  o.l.v. Ltn. Herbrink, lag op de meest linker gedeelte bij de ophaalbrug bij 's-Heerenvijvers tot ongeveer twee kilometer naar het westen. Tussen drie mitrailleursposten werd continu gepatrouilleerd. Een van die patrouilles maakte in de nacht van 21 oktober een oversteek met boten over het Wilhelminakanaal. Helaas werden ze door een Duitse patrouille ontdekt. Bij dat vuurgevecht raakte soldaat StŲnner, uit Canada overgekomen en een van de weinigen die nauwelijks Nederlands sprak, zo gewond dat hij een dag later hieraan overleed.

Marinier Meijwaard in actie. (uit:The War Illustrated)

 

 'Hij hoorde nog het afvuren en riep tegen zijn maten dat ze in dekking moesten, maar voor hem was het te laat..'

Tijdens een van de vele Duitse mortierbeschietingen sneuvelde op 20 oktober ook korporaal der mariniers W. Meijwaard, toen hij in zijn hals werd getroffen door een vijandelijke granaatscherf. Dit was de eerste dode marinier en dat maakte veel indruk op zijn maten.

'Het regende onafgebroken en mulle zandpaden waren veranderd in modderpoelen. Onze zware winterjassen waren doordrenkt, maar ik vond een kuil, ging erin liggen en trok een grote dennentak over mij heen.'

'Een marinier zat op een dag zijn plunje te wassen toen een Duitser dwars door zijn emmer schoot, waardoor het sop wegliep. Boos riep hij: "Dat moet je met mij doen, rotmof." Prompt werd hij, tot vermaak van zijn makkers in zijn been geschoten. geen groter vermaak dan leedvermaak....'

'We lagen daar in schutterputjes waarover een zeil was gespannen tegen de regen. Onderling waren deze putjes verbonden met wit lint ter markering in het donker. Een keer passeerde ik zo'n putje te dicht bij het patrouilleren en kiepte het regenwater uit het zeil bovenop korporaal Loontjes. Hij was er niet blij mee....'

'Aangezien 's nachts ongeveer 50% van de manschappen belast was met wacht en patrouillediensten, was het verblijf hier erg vermoeiend.'

Beschieting op 2 oktober 1944 van de St. Petrus Banden in Oirschot

Het terrein ten noorden van het kanaal was door de kanaaldijken niet in te zien. De Duitsers hadden in een prachtige oude toren in Oirschot wel een goed waarnemingspunt. Herhaalde beschietingen van de artillerie hadden geen gewenst effect. Twee Irenemannen schoten wel een wachtpost uit de nok van deze toren. Tussen 21 en 23 oktober schoten de Brigade en de Engelsen  honderden mortiergranaten op de Duitse stellingen. In de nacht van 22 op 23 oktober werd het ineens stil en vroeg in de middag bleek de reden daarvan.....

'Opeens stonden twee burgers te zwaaien met een witte vlag. We hielden de vinger aan de trekker. Ze vertelden ons dat de Moffen in allerhaast uit Oirschot waren vertrokken. De Engelse tanks rolden het dorp binnen en ik hoorde de burgers juichen. Wij gingen helaas niet naar binnen, al hadden we graag in de vreugde willen delen.'

'Die hele week was erg afmattend. 's Nachts op patrouille had je veel last van oogverblindende Duitse lichtgranaten en overdag kon je niet slapen van de mortierinslagen.'

Bevrijding van Oirschot 23 oktober 1944      Etiket Oirschot bevrijdingsbier uit 1994

      Schotse troepen trekken Oirschot binnen via de Rijkesluisstraat.                                  Etiket van het bevrijdingsbier uit 1994

Nog diezelfde middag op 23 oktober vertrok de Brigade van de Oirschotse Heide via Zeelst, Oerle, het zwaar gehavende Middelbeers en Diessen richting Hilvarenbeek om Tilburg te bevrijden. De Brigade stond hier onder bevel van de 15e Schotse Divisie.

Dagboekpassages uit deze periode