Het invasiekoord

In maart 1945 ontvingen alle militairen van de Prinses Irene Brigade die in de periode 7 tot en met 15 augustus 1944 in Normandië aan land kwamen, een speciaal oranje-blauw herinneringskoord (lanyard). De kleuren verwijzen naar de kleuren van het Koninklijk Huis. Toen de laatste Ireneman in actieve dienst Meint van Lienden in augustus 1979 de actieve dienst verliet, wilde men het dragen van het koord voor de Koninklijke Landmacht behouden. Na intern beraad werd in 1982 toch door de oud-strijders besloten het koord over te dragen aan de Fuseliers van het Garderegiment. Alle militairen die ingedeeld zijn bij 17 Pantserinfanteriebataljon, ook die geen infanterist zijn, dragen deze lanyard.

De geschiedenis van dit koord is bij de meeste, ook sommige militairen, vrij onbekend. Het koord is niet uitgereikt bij de officieuze opheffing van de Irene Brigade in juli 1945 en ook niet bij de officiële in december 1945. Ook is het koord niet toegekend door H.M. Koningin Wilhelmina voor betoonde moed.

Plaatsvervangend Brigade-commandant C.F. Pahud de Mortanges komt op 18 augustus 1945, twee dagen na zijn installatie, voor een bijzondere ceremonie naar de Westenbergkazerne te Schalkhaar. Hij moest  daar de gouden koorden en kwasten, die normaal behoren tot een vaandel van de Krijgsmacht, en dus ook tot dat van het Garderegiment Fuseliers, vervangen voor oranje-blauwe koorden. Het invasiekoord zou op deze manier op symbolische wijze behouden blijven voor de Koninklijke Landmacht.

Aan het decoratiekoord Brigade Prinses Irene ligt ook een Ministerieel Besluit ten grondslag  nummer 417 van 14 november 1945. Vele militairen droegen het invasiekoord echter al in de lente van 1945 in Walcheren en Noord-Beveland. Het schijnt dat Prins Bernhard, als Bevelhebber Nederlandse Strijdkrachten, enige druk op de minister van Oorlog heeft uitgeoefend. Deze heeft toen boven genoemde MB doen uitgaan.

 In eerste instantie spreekt men binnen de Brigade van de term “Invasie Fluitkoord”. Later zal dit verder worden ingekort in het spraakgebruik tot “invasiekoord”.

'Het invasiekoord, dat is de enige mooie onderscheiding. Daar kun je trots op zijn. Prima dat die jongens van het Garderegiment het koord ook mogen dragen. Dat zijn onze erfgenamen, zij zetten een fraaie traditie voort. Als je er zo een ziet lopen, weet je toch meteen dat het een goeie is.'