Kroon, M. - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Kroon, M.

Erelijst gesneuvelden > Namenlijst slachtoffers Veldtocht
Achternaam: Kroon
Voornaam: Marius
Voorletters: M.
Rang: Sold.
Mil. Onderdeel: Kon.Ned.Brig.Prinses Irene
Geboorteplaats: Haarlemmermeer
Geboortedatum: 23-04-1918
Overlijdensplaats: Leeuwen
Overlijdensdatum: 07-10-1944  
Begraafplaats: N.H. Begraafplaats te Horssen
Gemeente: Druten
Provincie: Gelderland
Land: Nederland
Vak:  
Rij: 1
Nummer: 2   

Bron foto graf: R. van de Velde       

Heel apart dat het opschrift van deze privégrafsteen  niet spreekt van Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene, maar alleen van  Koninklijke Nederlandse Brigade. Een naam uit de beginperiode.

MARIUS KROON, ZO  DICHT BIJ HUIS, VAN ZOVER GEKOMEN
Marius Kroon werd  op 23  april 1918 in Haarlemmermeer als vijfde kind in het gezin geboren. Hij was maar anderhalf jaar  jonger dan zijn broer Jaap en die twee trokken samen veel op. Ze speelden in en  rond het huis en brachten vele uren door met vissen en het zoeken van eendeneieren.  Ook waren ze vaak te vinden in de smederij van hun vader in Abbenes.  Toen  er meer kinderen in dit gezin geboren werden, ging Marius na zijn lagere school  periode wonen in Plaspolder bij een kinderloze oom en tante van hem. Dat kwam  vaker voor in die jaren. Een tijdje later vond hij werk in de boerderij naast het  ouderlijk huis. Maar de landbouw had weinig toekomst en in de crisisjaren ging  hij werken voor een bodedienst uit Rotterdam.

Via de kerk maakte  hij kennis met een bevriende boerenfamilie Verkuyl, waarvan de zonen Peter en Jan naar Argentinië  waren geëmigreerd om daar hun geluk in het  boerenvak te beproeven. In dat  onmetelijke land was nog ruimte genoeg. Toch viel het ze niet mee bij die  Argentijnen. Het leven was er hard en de eenzaamheid groot. Ze meenden met meer  Hollanders sterker te staan. Een van de twee kwam over en belegde samenkomsten  om jonge boeren warm te maken voor deelname aan de Hollandse kolonie, tussen al  die Spaans sprekende Argentijnen. Marius die intussen een landbouwcursus had gevolgd  liet zich overhalen. Het was 1937 en Marius Kroon was dan 19 jaar. Het afscheid  was roerend. De bootreis duurde  lang en toen kwam nog de tocht over land van Buenos Aires naar Tres Arroyos,  waar een groep Hollanders probeerde een bestaan op te bouwen. Hij kwam in huis  bij familie van Peter en Jan.  Hij moest al direct leren paardrijden om zich te verplaatsen. Het leek  uit de verte nogal romantisch. De leden van de kolonie kwamen zo nu en dan bij  elkaar voor een gezellig samenzijn in de open lucht. Er werd dan een schaap of  kalf gebraden aan het spit en ieder kreeg er z'n deel van met de nodige drank  vanzelf. Zijn broer Jaap was nogal jaloers op zijn jongere broer. Die zag  tenminste wat van de wereld!

Maar de  werkelijkheid was anders. Marius kwam na enkele maanden in dienst van een Deense boer, weer vele  kilometers verderop. Dat waren stugge mensen, die genoeg aan zichzelf hadden en  met wie hij, door het taalverschil, ook geen gesprek kon voeren. Wat een  verschil met het leven dat hij vaarwel gezegd had. Zoals het grote gezin thuis  en de omgang met vrienden en vriendinnen. In die tijd kreeg de familie thuis een film te zien  over het leven van onze landgenoten in Argentinië. Wat een onvoorstelbare  eenzaamheid. Die eindeloze pampa's, zonder ook maar een enkel levend wezen. En  daar was zijn broer Jaap nou jaloers op geweest!
De regering in  Londen deed in 1940 een oproep aan alle landgenoten in het buitenland, tussen de  18 en 36 jaar, om mee te doen aan de bevrijding van het vaderland. Velen weigerden, maar Marius gehoorzaamde aan dat bevel. Wat daarbij zijn  motieven waren? Wie zal het zeggen. Was hij begaan met het lot van zijn familie  en landgenoten? Zou hij bij weigering zijn Nederlanderschap verliezen? Was het  een kans om aan z'n tegenvallende lot te ontkomen? Betaalde het leger beter dan  zijn baas? Het blijft gissen, maar vrij zeker was het van alles wat.

Marius Kroon  kwam terecht in Engeland, waar hij werd ingedeeld bij de  Prinses Irenebrigade. De mannen werden opgeleid en het lange wachten op de  landing in West-Europa kon beginnen.  Marius doodde de tijd door de boeren in de buurt van zijn legerplaats te gaan helpen en legt  zo links en rechts contacten, ook met Engelse meisjes. De taalbarrière had hem daarbij kennelijk niet gehinderd en zijn  uniform zou misschien wel een handje hebben geholpen. Zijn broer  Jaap kon zich nog herinneren dat Marius altijd een zekere vaardigheid had in  het leggen van contacten. Toen de familie na de bevrijding de persoonlijke  bezittingen van Marius kreeg thuisgestuurd, zat daar een bundeltje  brieven bij van Engelse meisjes, die Marius na de landing in Normandië nog had ontvangen.  Kennelijk door hem erg gewaardeerd en zorgvuldig bewaard.
Wonderlijk genoeg  kreeg de familie via het Rode Kruis bericht dat Marius al in Nederland was. In het  holst van de nacht vonden er oversteken plaats over de rivieren en zo kwamen er  berichten door. Maar eerst na de bevrijding werd duidelijk wat er daar allemaal  aan de hand was. De Duitsers verschansten zich achter de grote rivieren. De slag  om Arnhem werd een catastrofe voor de geallieerden. De Irene-brigade werd  gelegerd in het Land van Maas en Waal en bij de brug bij Grave. Een deel van de  brigade verbleef begin oktober 1944 in Horssen en in Leeuwen. De mannen moesten  patrouille lopen en verhinderen dat de Duitsers de Waal overstaken.  Marius  was ingekwartierd bij burgers in Leeuwen. Als lid van de Verkenningsafdeling  moest hij met zijn maat, een zekere Arnoti, wachtlopen op de dijk. Een  gevaarlijk karwei in de duisternis. En dat werd ze dan ook op een nacht fataal.  Een ooggetuige, een motorverkenner, vertelde dat een Duitse patrouille over de  Waal kwam, dat hij schieten hoorde en daarna de jongens Kroon en Arnoti op de  grond zag liggen, doorzeefd met kogels. Maar er waren ook geruchten, dat verraad  door Nederlandse burgers niet uitgesloten is. Hoe dan ook, de zwaar verminkte  lichamen werden in het naburige dorpje Horssen begraven, op een piepklein  kerkhof. Na de oorlog werd er namens de Hollandse kolonie in Argentinië een  gedenkteken op het graf van Marius geplaatst: 'Gevallen voor zijn Vaderland  7-10-'44.'  Zo dicht bij huis en van zover gekomen.
Hier de  Florastraat ten tijde van de hinderlaag op 7 oktober 1944. Bij het kruisje  heeft het incident plaatsgevonden.

De  Nederlandse kolonie uit Tres Arroyes bekostigde het gedenkteken op het graf van  Marius.  De personen 4 tm. 7 vormen de delegatie uit Argentinië. De tweede en derde persoon links zijn  broers van Marius.

De gememoreerde  Bijbeltekst Joh. 15: 13 op de grafsteen luidt: Niemand heeft grotere liefde, dan  dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.

Kranslegging door  burgemeester Geurts van Druten
Veertig jaar na de  bevrijding, op 4 mei 1985, werd er een herdenkingsdienst gehouden in de R. K.  kerk van Horssen. Familieleden kregen een uitnodiging en gingen erheen. De dienst viel  samen met een landelijke reünie van de Prinses Irene Brigade. Met als gevolg dat  ze de kans kregen voor een gesprek, niet alleen met de oud-strijders, maar ook  met de mensen bij wie hij ingekwartierd was geweest. Die ontmoeting  gaf, zoals begrijpelijk, aan beide kanten aanleiding tot veel emotie. Dat ze ooit nog  eens broers en een zus van 'Mario' zouden zien hadden die makkers niet voor  mogelijk gehouden. De waardering voor hem was oprecht. Er was er een bij die  zelfs een kind naar hem vernoemd had. Ook de mensen waarbij hij ondergebracht  was geweest, waren blij verrast. Ze vertelden dat ze nog iets extra's voor hem  klaar gemaakt hadden, toen hij die avond vertrok. De herdenking in de kerk was  indrukwekkend. In optocht trokken ze daarna naar de begraafplaats voor de  kranslegging.
Marius had ook  contacten met Nederlandse gezinnen, die door de oorlog niet naar huis konden en  in Engeland verbleven. Zo kwam hij regelmatig op bezoek bij een zekere familie Pals, bij wie  hij zelfs een keer zijn verlof doorbracht in Schotland. Bij de herdenking van de  bevrijding in 1984, veertig jaar later dus, kwamen familieleden in contact met  een dochter van die familie. Zij vertelde dat haar ouders dierbare herinneringen aan  Marius hadden. De met hem gevoerde correspondentie had gemeen, dat heel Nederland  vóór de winter bevrijd zou zijn. Het liep allemaal anders.
Marius' brieven gaven een goed beeld hoe hij over bepaalde dingen dacht. Hier volgen daarom nog twee citaten  uit  brieven van Marius aan de familie Pals:
17 juni 1944
"We zijn nog goed  gezond en springlevend en nog knap ongeduldig bovendien. Voor de rest is 't nog  hetzelfde ouwe doen, maar dat heeft nu gelukkig heusch de langste tijd geduurd. Ik  tracht mezelf alvast zo'n beetje te realiseren wat een ontmoeting met 'thuis' ongeveer  zal zijn, na 7 jaar afwezigheid en bijna 5 jaar dat ik taal nog teken van hen gehoord heb.  De jongste twee zullen me niet meer herkennen en wat zal er van m'n broers en  vrienden geworden zijn? Al verlang ik er heel erg naar, ik stel me maar niet teveel van  voor, want dat kon wel eens een harde ontnuchtering zijn. Maar ja, dan heb ik ook maar  liever alles tegelijk dan nu zoo nu en dan eens zo'n droevig Roode Kruis berichtje.  ....."
En als laatste een  stukje uit een ongedateerde brief aan de familie Pals:
"We zijn pas  weer terug van een 10-daagse, de grootste oefening, die ik nog  meegemaakt  heb. Polen, Tsjechen, Belgen en verschillende Engelse Regimenten deden er aan  mee, Ongeveer een 100 mijl hier vandaan. Dus we hebben weer heel wat afgereden  en heel wat gezien van 't Engelandje. En ik heb me best geamuseerd, al waren 't soms  zware lange dagen. We moesten eerst 4 dagen, als voorposten van de Hollandse  Brigade, in stelling liggen voordat de eigenlijke oorlog pas begon, 't Is natuurlijk  niet zo lollig als je middernachts wakker wordt, omdat de regen zoo in je gezicht  spettert of omdat je in een plasje ligt. En de gevolgen van teveel onrijpe harde appels eten  kunnen ook fantastisch zijn, maar dat mag allemaal niet hinderen. De meeste tijd  hebben we goed weer gehad en als verkenningsafdeling zien en doen we vaak het  meeste en dat is meestal wel 't interessantste, tenminste zoolang als 't oefening is,  want ik heb wel gezien dat als 't werkelijkheid wordt, wij er 't eerste aangaan en de  minste kans hebben om er levend door te komen......"

 Een tafereel met de Recce op 31 augustus 1944 in Normandië. In  het midden staat Marius, hij houdt de buitgemaakte Nazi-vlag vast. Tweede van  links staat  Bill Susan,  tweede van links op zijn hurken zit Ad  Raaymakers,  derde  van links boven is  Bill van Stockum.


 
De plaquette op het oorlogsmonument in Boven-Leeuwen houdt de  herinnering aan Marius Kroon levend

Klik hier voor meer informatie over de onthulling van deze plaquette.
Terug naar de inhoud