Een
interview met de jongste ‘veteraan’ van de Prinses Irene Brigade
Op de meeste festiviteiten van de Prinses Irene Brigade is hij steevast aanwezig, de goedlachse Brabander Theo van Liempt. Tijdens een praatje met hem op de reünie van de VOSKNBPI in 2011, kwam de webmaster Richard van de Velde erachter dat Theo op zijn 16e jaar al bij de Irenebrigade terecht kwam. Daar moet toch wel een verhaal achter zitten.
Theo van Liempt werd geboren op 22 mei 1928 in Vlokhoven, een wijk in het noorden van het Eindhovense Woensel. Zijn ouders waren de Rotterdammer Petrus van Liempt en uit Kerkdriel afkomstige Wilhelmina Terheijden. Zij kregen samen tien kinderen:

v.l.n.r. Theo, Wim, Jan, Annie, Maria, Jozef, Jo, Frans, Cor en Toos.
Theo woonde in 1942 nog met zijn twee zussen Cor en Maria en zijn twee broers Wim en Jan bij zijn ouders thuis op de Woenselsestraat 105.
Op 28 augustus 1942 stortte rond 0.30 uur een vliegtuig komend uit noordoostelijke richting brandend neer in deze Woenselsestraat, tussen de Beekstraat en de Eckartse Heiweg.
Het betrof een Wellington IV, met serienr. Z1245 (code
SM-D), die deel uitmaakte van een Poolse bommenwerper eenheid van de RAF: het
305 (Wielkopolska) Squadron Royal Air Force, Ziemia Wielpolska (Land van
Groot- Polen).
De Poolse bemanning bestond uit:
Sgt. Jan Pytlak, piloot; (geb. 16.1.1918 te Szamotułach,
nabij Poznań)
F/Lt Antoni KIEWNARSKI, navigator;( geboren op 26 januari 1899 in Moskou)
F/Sgt Feliks GAWLAK, marconist; (geb. 15 mei 1918 te Kaczanowo)
Sgt Jozef JANIK, achter boordschutter; (geb. 6.1.1914 Brzostek p Jasło) .
Sgt. Tadeuz Frankowski; (geb. 2-8-1920) bombardier en voorste boordschutter

Deze foto van No. 305 Polish Bomber Squadron is genomen in 1942 op vliegveld Cammeringham in Lincolnshire. Het squadron poseert voor een Vickers Wellington bommenwerper.
Het vliegtuig was 27 augustus 1942 om 20.45 uur vertrokken van hun basis in Cammeringham (Ingham) in het Engelse Lincolnshire en op weg voor een bombardement op de Henschel- vliegtuigfabrieken in KasseI, maar het doel werd niet bereikt en ze vlogen toen naar Münster. Op de terugweg werden ze beschoten door een Duitse nachtjager. Boven Eindhoven probeerde Piloot Pytlak waarschijnlijk zijn aangeschoten ‘kist’ nog buiten de stad aan de grond te krijgen, maar dat lukte helaas net niet meer , zodat de bemanning gedwongen was uit het vliegtuig te springen. Dit lukte Kiewnarski, de navigator, en frontschutter Sgt. Frankowski. Het vliegtuig boorde zich rond half een in de nacht van 27 op 28 augustus in Woenselsestraat 101 van de familie Renders in de wijk Vlokhoven te Eindhoven. Het staartstuk van het vliegtuig sloeg echter ook de hele bovenverdieping weg van huisnummer 103 en 105, van de familie Van Liempt. Hierbij kwamen de beide ouders van Theo en zijn twee zusters, die boven lagen te slapen, om het leven: Petrus van Liempt, geb. 17-08-1883, Wilhelmina van Liempt-Terheijden, geb. 06-09-1886 en hun kinderen Catharina, geb. 17-10-1911 en Maria, geb.13-10-1919. Ook de 13-jarige W. Renders , een buurjongen van Theo, vond hierbij de dood.


Op
deze foto de resten van de woningen op nr 103 (Abels) en 105 (Van Liempt).
Bij de crash sprongen de benzinetanks van het vliegtuig uiteen en veroorzaakten één grote vuurzee, wat tot gevolg had dat veel huizen onmiddellijk in vuur en vlam stonden. Op de straat lagen overal onderdelen van vleugels, landingsgestel , motoren en attributen van de bewapening. Tevens waren er veel sporen van fosfor, welke steeds lichtverschijnselen vertoonden.
Door de crash was de gemeentelijke waterleiding defect geraakt, waardoor er voor de bluswerkzaamheden geen druk in de leiding overbleef. De brandweercommandant kwam toen op het idee om de zuigbuis rechtstreeks aan te sluiten op de standpijp. Dat had het gewenste effect en ruim twee uur later was de brand meester.
Er waren ook 17 (zwaar)gewonden, w.o. Theo en Wim die,
doordat zij uit het brandende huis sprongen, hun benen hadden verbrand.
Tien huizen waren ingestort en totaal uitgebrand en nog eens 10 huizen zwaar
beschadigd.

De nog aan boord zijnde bemanningsleden eerste piloot Kpl. Jan Pytlak, schutter Sgt. Jozef Janik en marconist Sgt. Feliks Gawlak werden later verkoold tussen de wrakstukken van het vliegtuig gevonden. Ze werden begraven op de begraafplaats De Oude Toren te Woensel in Eindhoven.
(Bron
foto : www.b24.net)
F/Lt Kiewnarski werd krijgsgevangen gemaakt, toen hij met zijn
parachute neerkwam nabij Nederwetten. Amateurhistoricus Foppe de Lang uit Nuenen
kwam via archiefstukken het volgende daarover aan de weet:
“Op 28 augustus 1942 omstreeks half één in de nacht zagen wachtmeester Karel Schiltmans en marechaussee opsporingsambtenaar Franciscus Derks dat er ten zuiden van de H. Lambertuskerk te Nederwetten in een weide langs de weg Nederwetten-Woensel, een valscherm daalde. Bij nader onderzoek vonden ze in het weiland een geopende parachute, een gordel, een vliegerkap en een dameskous, vermoedelijk afkomstig van een daar gelande parachutist. Wat de bedoeling van die dameskous was, is onduidelijk. Mogelijk een souvenir van zijn vrouw of vriendin. Van Duitsers is bekend dat deze dameskousen bij zich hadden als 'Liebesgabe'.
Op diezelfde dag omstreeks acht uur 's morgens troffen wachtmeester van de marechaussee Jacob Boluijt en Gijsbertus Damen, gemeenteveldwachter en tevens onbezoldigd rijksveldwachter, in de rand van het populierenbos langs de weg Nuenen-Nederwetten, een onbekend in donkerblauw uniform geklede man aan. Deze was gewond aan zijn gezicht en linkerhand en hij had zijn enkel gebroken. Verder werd een openingsparachuutje, een gordel, een gelaatsstuk met slang en koppeling van vermoedelijk een zuurstofapparaat en een zwemband aangetroffen. De parachute waar de piloot op lag, vertoonde verschillende bloed vlekken. Bij fouillering werden op hem papiergeld aangetroffen. Ook bleek uit de papieren dat het hier ging om de Poolse Flight Lieutenant Antonie Wladyslaw Kiewnarski.
Na een voorlopige medische behandeling door dokter Slijffers uit Nuenen, liet deze de gewonde man per brancard naar het St. Elisabethsgesticht (nu Het Klooster) brengen. Daar werd hij onder bewaking van de marechaussee gesteld. “
Deze Majoor werd uiteindelijk als krijgsgevangene overgebracht naar Stalag Luft III in Sagan, 100 km ten zuidoosten van Berlijn. Dit kamp werd speciaal gebouwd voor geallieerde vliegeniers en kon ong. 10.000 gevangenen herbergen. Het was een berucht kamp, doordat ontvluchten hieruit bijna onmogelijk was. Op een gegeven moment lukte het 200 gevangenen in maart 1944 toch via drie zelf gegraven tunnels te ontsnappen. Antoni was één van hen die ontsnapte. Hierop is de film The Great Escape gebaseerd (http://www.historyinfilm.com/escape/real8.htm ). Op of omstreeks 26 maart 1944 werd Kiewnarski echter opnieuw gevangen genomen en op het politiebureau in Hirschberg verhoord en vervolgens overgebracht naar de burgergevangenis in die stad. Hij is op 31-Mar-44 door de Breslau Gestapo’er Lux met 27 andere ontvluchte gevangenen op een open veld in deze stad geëxecuteerd. Hierna werd het stoffelijk overschot gecremeerd en de urn teruggebracht naar Sagan. Na de oorlog werd zijn urn en die van zijn 49 andere maten overgebracht naar het Poolse Poznan en bijgezet op de plaatselijke Old Garrison begraafplaats.

Zie website: http://www.b24.net/pow/greatescape.htm
Sgt Tadeusz "Teddy" Jan Frankowski, het laatste bemanningslid, wist na de crash met een gebroken enkel en een schotwond te ontkomen. Hij bereikte via Boxtel en langs het riviertje de Beerze, de Belgische grens. Via Achel, Hasselt, RijkeI, St.Truiden en het Meerdaalbos, kwam hij in contact met een verzetsorganisatie, zodat hij uiteindelijk op 25 oktober 1942, via Frankrijk en Gibraltar, Engeland bereikte. Hij overleed in 1996 in Blackpool.
Op 040TV vertelt Theo zijn ervaringen: http://www.040tv.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=191&Itemid=224
Wim
en Theo werden door hun oudere broer en voogd Frans en zijn vrouw in huis
opgenomen.
Hun oudere broer Jan kwam via de Arbeitseinsatz in Duisburg terecht. Daar hij
echter samen met een Franse collega illegaal had gehandeld in
levensmiddelenbonnen, werd hij door de SD gearresteerd en stelde men hem voor de
keuze ofwel de gevangenis in ofwel zich aansluiten bij de SS. Hij koos voor het
laatste en kwam zodoende, na een korte tussenstop bij zijn familie in Eindhoven,
in Amersfoort terecht in een SS-opleidingsinstituut. Hij wist hier echter op
slinkse wijze weer te ontkomen door op een nacht over de omheining te klimmen en
vervolgens onder te duiken bij familie.
Jan en Wim
In maart 1945 waren Jan en Wim in Eindhoven enthousiast geraakt door een wervingsposter voor oorlogsvrijwilliger bij de Prinses Irene Brigade. Nadat ze een bewijs voor politieke betrouwbaarheid hadden bemachtigd, meldden ze zich bij het wervingsbureau op de Willemstraat in Eindhoven. Al snel waren ze al met 80 andere Eindhovenaren op weg naar de Prinses Irene Kazerne in Bergen op Zoom. Hier moest majoor Looringh van Beek (“Oom Paul”) en zijn officieren hen in 7 weken klaarstomen om snel operationeel te zijn.
Toen de pas 16-jarige Theo de enthousiaste verhalen van zijn broers hoorde over dit opleidingscentrum, was hij niet meer te houden en ging op eigen initiatief en zonder een cent op zak ook met de trein daar naartoe.
De wacht liet hem binnen, omdat zijn twee broers ook op
de kazerne huisden. Toen de leiding van zijn huiselijke situatie hoorden, vond
men zolang een baantje voor hem bij het Motor Transport Toezicht. Enkele dagen
later moest hij op de keuring verschijnen , maar werd hij zonder opgaaf van
redenen afgekeurd. Jan en Wim wendden zich toen tot kapitein Vettewinkel en hij
regelde een herkeuring voor Theo. Dit keer werd hij goedgekeurd en kwam als hulp
in de kazernekeuken terecht.
Zowel Jan, Wim als Theo zijn eind april 1945 niet meer ingezet bij de laatste
actie van de Irenebrigade bij Hedel.
Toen de Brigade in november 1945 werd ontbonden, kon Theo kiezen uit een baan
bij de Regimentspolitie of bij de Pantserdivisie o.l.v. Jhr. Beelaerts van
Blokland. Hij koos voor het laatste en leerde o.a. een Bren Gun carrier
besturen. In maart 1946 verhuisde hij naar De Harskamp en enkele maanden later
naar de Oud Alexander kazerne in Den Haag.
In november 1946 verliet Theo de militaire dienst.
Op 16 december 2011 kreeg Theo tijdens de afsluitende receptie van de koorduitreiking in Tilburg, een herseninfarct. Iedereen die Theo kent, wenst hem en zijn familie veel sterkte toe.
Onthulling plaquette te St. Joris-Winge (B) op 30 mei 2009
%20143.jpg)
Mevr. Vogels (zus van Anton Bijlsma) bij het monument in St. Joris-Winge
Begin
september 1944 sneuvelde te St. Joris-Winge in België drie leden van Prinses Irene Brigade:
Anthoon Bonte,
Anton Bijlsma
en Henk de Groot.
De webmaster van deze site en tevens de initiatiefnemer, stuurde in oktober 2007 een
verzoek naar de gemeente Tielt -Winge om een monument met
plaquette te
mogen plaatsen in hun deelgemeente St-Joris-Winge. Hij had hiervoor zowel een brief als e-mails
gestuurd naar B&W, de burgemeester en 1e wethouder van die gemeente. Op
21 december 2007 kreeg hij van de gemeentesecretaris Dhr. De Keyzer, die sprak
namens de adviesraad en gemeentebestuur, officieel toestemming daarvoor.
Op 8 mei 2008 bracht Richard van de Velde een bezoek aan het
gemeentehuis van Tielt-Winge. Hij werd hier zeer hartelijk ontvangen door zowel de
gemeentesecretaris, een schepen van Toerisme, twee ambtenaren van cultuur en
toerisme en last but not least de burgemeester. De betrokkenen bleken zeer goed
geïnformeerd te zijn en over veel enthousiasme te beschikken. Ook bleek al vrij
snel dat alle partijen op één lijn zaten.
Op
17 maart 2009 bracht Van de Velde het door hem ontworpen monument naar St.
Joris-Winge. Tevens werd in goed overleg het programma minutieus doorgelopen en
de taken verdeeld.
De indrukwekkende ceremonie rond de onthulling vond plaats op 30 mei 2009
De plechtigheid ving aan ongeveer op de plaats waar de soldaten Bonte en Bijlsma
en korporaal De Groot van de Prinses Irene Brigade op 6 september 1944 om het leven
kwamen, nl. op het kruispunt
Leuvensesteenweg/ Tweevijverstraat net buiten St.Joris-Winge. Onder toeziend oog
van een twaalftal oud-leden van de Prinses Irene Brigade, een afvaardiging van
B&W van Tielt-Winge, directe familie van de slachtoffers en Belgische
vaandeldragers, verhaalde de initiatiefnemer van de gebeurtenissen van bijna 65
jaar geleden. Na een korte plechtigheid, legden burgemeester
Desaever-Cleuren
en dhr. Hemmes, als voorzitter van de VOSKNBPI, symbolisch een bloempje neer op
deze memorabele plaats. Ook de familie De Groot plaatste hier een bloemetje ter
nagedachtenis aan hun overleden familielid.
Vijf oude legervoertuigen uit de Tweede Wereldoorlog, waaronder een heuse
scoutcar, zorgden ervoor dat de genodigden en belangstellenden vervoerd konden
worden naar de St. Joriskerk in het centrum van het dorp, waar het overige
gedeelte van het programma zou plaatsvinden. Daar aangekomen stond de
Vaandelwacht al gereed en speelde de plaatselijke harmonie De weergalm der Winghe
een welkomstmars, waarna iedereen door een haag van vaandels de kerk betrad.
De priester-aalmoezenier dhr. Van der Vring en de plaatselijke priester
dhr. D’Havé
,verzorgden hier een gezamenlijke eucharistieviering, die mooi
werd opgeluisterd door het St. Joriskoor. Hierna togen de toehoorders naar het
perk naast de kerk, waar de onthulling van het monument zou plaatsvinden.
Hier volgden achtereenvolgens de speeches van
dhr. Van de Velde,
burgemeester
Desaever-Cleuren
en dhr. Hemmes. Namens de familie van de slachtoffers sprak de dochter van
Anton, mevr. Ann
Bijlsma-Webb, die voor deze plechtigheid met haar familie speciaal uit Engeland was
overgekomen.
Zij was het ook die samen met de broer van Henk de Groot het monument
onthulde door het op plechtige wijze te ontdoen van de Nederlandse vlag. Vervolgens legden afgevaardigden van de Prinses Irene Brigade, het
college van B&W van Tielt-Winge en familieleden van de slachtoffers kransen en
bloemstukken.
Er dient ook nog vermeld te worden dat er familie, een neef en zijn vrouw, van
Anthoon Bonte bij alle plechtigheden aanwezig was. Zij waren voorafgaand aan de
ceremonie nog op de begraafplaats van hun oom in Leuven geweest.
Het slotakkoord was voor de plaatselijke Weergalm der Winghe waarvan een lid de
Last Post speelde en de harmonie op indrukwekkende wijze eerst het Wilhelmus en
daarna het Belgisch volkslied ten gehore bracht.
Na het dankwoord van de initiatiefnemer, vervoegden de toehoorders zich achter
de harmonie aan richting gemeenschapscentrum De Maere. Hier werden alle
aanwezigen, op initiatief van het gemeentebestuur, op hartelijke wijze ontvangen
met heerlijke hapjes en drankjes. Dhr. Hemmes sloot het geheel in stijl af door
alle betrokkenen te bedanken die deze ceremonie tot iets onvergetelijks hadden
gemaakt.
De webmaster en initiatiefnemer wil nog eens extra benadrukken dat hij de samenwerking met alle Belgische betrokkenen als zeer bijzonder heeft ervaren en spreekt de wens uit dat de band tussen de Prinses Irene Brigade en de gemeente Tielt-Winge voor de toekomst behouden zal blijven!
Het monument is geplaatst in een perk naast de kerk te St.Joris-Winge, nabij de plaatselijke oorlogsmonumenten.
Brief naar B&W gemeente Tielt-Winge
Enkele foto's van de 'plaats delict' anno 2008
Officiële tekst van de plaquette
Officiële
programma van 30 mei 2009
Aankondiging in Het Nieuwsblad van plechtigheid
Fotoreportage van de
ceremonie op 30 mei 2009
Verslag
in Het Nieuwsblad met serie foto's van de plechtigheid
--------------------------------------------------------------------------------------------------
Ook plaquette voor gesneuvelde Irenebrigadiers in Boven-Leeuwen

In de laatste maanden van 2007 heeft de webmaster van deze website pogingen gedaan om het Gemeentebestuur van West-Maas en Waal te overtuigen van de noodzaak van een eenvoudige plaquette voor de gesneuvelde Irenebrigadiers Kroon en Arnoti in hun deelgemeente Boven Leeuwen. Hij had hiervoor zowel B&W van genoemde Gemeente benaderd, maar ook B&W en gemeenteraadsleden van de Gemeente Druten, waar Horssen onder valt. In laatst genoemde deelgemeente liggen namelijk de graven van de gesneuvelden.
De website van Nieuws van Maas en Waal, zie 23 en 24 oktober
Krantenartikel in de Gelderlander 27 oktober 2007
Krantenartikel in De Gelderlander van 3 november 2007
Krantenartikel in De Gelderlander van 8 november 2007
Krantenartikel in De Gelderlander van 30 november 2007
Eind 2007 voerde Van de Velde ook veel gesprekken met ooggetuigen van de
hinderlaag, waarin bovengenoemde soldaten zijn gevallen, w.o. ook met oud-commandant van de
Recce de 95-jarige B. ter Haar en drie inwoners van Boven Leeuwen. Hun
verklaringen kunt u
hier lezen.
28 november 2007 viel uiteindelijk de beslissing: B&W van West Maas en
Waal liet bij monde van burgemeester Steenkamp in een persoonlijk gesprek
met de getuigen van het drama en de webmasters van deze site en Maaswaalweb
weten dat er een plaquette op het oorlogsmonument te Boven-Leeuwen geplaatst
mocht worden. Op 12 april 2008 vond uiteindelijk in een indrukwekkende
ceremonie, de onthulling van de plaquette voor de dienstplichtige soldaten
Kroon en Arnoti plaats. They will be remembered!
Oorlogsmonument te Boven-Leeuwen met voorbeeldplaquette
Krantenartikel in De Gelderlander van 14 februari 2008
Programma 12 april 2008 Boven-Leeuwen
Verslag van ceremonie op 12 april 2008 op Maas Waal Web van Nol van Eck (incl. fotoreportage)
Mooie verfilming van deze onthulling door plaatselijk bekende cineast Jos van Kruisbergen
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Zaterdag 19 augustus 2006 ontving een delegatie van oud-strijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene uit handen van de burgemeester van Wolverhampton de “Freedom of the City”. Dit Ereburgerschap wordt hoogst zelden toegekend en is zelfs uniek te noemen omdat het de eerste keer is dat een buitenlandse organisatie in Engeland een dergelijke eer te beurt valt.
v.l.n.r. Genmaj bd Rudi Hemmes, de burgemeester van Wolverhamton en Kolonel bd Tony Herbrink
Er bestaat een nauwe band tussen de stad Wolverhampton en de, in Engeland in 1941opgerichte, Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene. Die band dateert van mei 1941, toen het eerste detachement werd gelegerd in Wolverhampton, in Wrottesley Park, om getraind te worden voor de invasie in Normandië.
Het was in Wolverhampton dat Koningin Wilhelmina de naam van haar kleindochter Prinses Irene, “zij die vrede brengt”, toekende aan de Brigade en een Vaandel overhandigde aan de toenmalige commandant, generaal Noothoven van Goor.
De reden om juist de Prinses Irene Brigade de hoge onderscheiding toe te kennen is vooral vanwege hun inspanningen voor de vrede in Europa gedurende de Tweede Wereldoorlog en de meer dan 60 jaar durende vriendschap tussen de Brigade en de stad.
Sinds 1947 organiseert de afdeling van de British Legion in Wolverhampton in samenwerking met het gemeentebestuur van Wolverhampton ieder jaar een herdenking op het kerkhof aan Jeffcock Road. Daar liggen 23 Nederlandse militairen van de Brigade begraven onder wie generaal Noothoven van Goor. Zij waren getraind om ingezet te worden op het vasteland van Europa, maar stierven helaas voortijdig.
Het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, dat de tradities van de Prinses Irene Brigade voortzet, is elk jaar met een aantal jonge fuseliers en oud-strijders aanwezig tijdens deze herdenking.
Natuurlijk was het Garderegiment ook op zaterdag 19 augustus jl aanwezig want, zoals de commandant van het Garderegiment zei, iedere eer die de Prinses Irene Brigade te beurt valt is ook een eer voor het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.
Met het voorbeeld van de Prinses Irene Brigade voor ogen vertrekt het Garderegiment in november van dit jaar naar Uruzgan in Afghanistan om daar te werken aan de wederopbouw van het land.
Voorzitter van de vereniging van Oud-strijders van de Koninklijke Brigade Prinses Irene, generaal majoor bd Rudi Hemmes was zaterdag een gelukkig mens. Hij benadrukte nog eens de goede verstandhouding tussen de stad en de oud-strijders van de Prinses Irene Brigade en hoopte dat de huidige generatie er in zal slagen om langdurige vrede en veiligheid in de rest van de wereld te handhaven.
Persbericht: Wolverhampton, Den Haag, 19 augustus 2006