"Zwervers in ‘s Konings Rok"

 

Evacuatie van onze troepen was niet voorbereid

 

Terugtocht van Nederlandse soldaten door België en Frankrijk was chaotisch behalve die van de Koninklijke Marechaussee, die manhaftig en martiaal, als een gesloten colonne, in Engeland arriveerde - maar daar achter prikkeldraad werd opgesloten. De 2500 manschappen en 20 schepen van de Marine werden daarentegen aan de overzijde van het Kanaal met open armen ontvangen...

 

Dit achtste deel van het rapport der parlementaire enquêtecommissie begint met een droevig verhaal. Het verhaal van de terugtocht der Nederlandse troepen uit Zeeland. Vluchtelingen van een gecapituleerd leger, meer waren die mannen niet, die door Vlaanderen en Frankrijk zwierven zonder wapens, zonder voedsel dikwijls, de schoenen stukgelopen, op weg naar.... Ja, dat wisten ze zelf eigenlijk niet. Dat ook Frankrijk onder de voet zou worden gelopen, daar dachten ze niet aan. En dus trokken ze maar op goed geluk voor het altijd opdringende vijandelijke front uit.

 

Er was in het neutrale Nederland van voor de oorlog nooit gedacht aan de mogelijkheid van een capitulatie, laat staan aan het evacueren van het leger naar een ander land, Frankrijk bijv. of Engeland. En daarom werd dit een geïmproviseerde terugtocht. Hij werd niet geïmproviseerd door de leiding, door de officieren die de onderdelen commandeerden, nog minder door de commandant van Zeeland, dat niet onder de capitulatie van Winkelman viel. Hij werd geïmproviseerd door de mannen zelf.

 

Twee mannen

 

Dr. F.C. KochIn dagen van chaos komen uit de naamlozen van de massa altijd de enkelingen met initiatief, durf en organisatietalent te voorschijn. In die tweede, zonnige helft van mei 1940 bleken zij er ook te zijn. Wij noemen er hier twee. Hun namen verdienen voor de historie te worden vastgelegd: de reserve-kapitein van de artillerie D.J. Galle en de reserve-officier van gezondheid dr. C.F. Koch (zie foto). Zij deden wat zij konden,  gaven leiding aan de troep, en zorgden dat de mannen aan de Duitsers ontkwamen, d.w.z. dat zij in Engeland kwamen.

Dat is gemakkelijker neergeschreven dan gedaan. Want de moeilijkheden waren legio.

Daar waren in de eerste plaats de Fransen, die doodsbenauwd waren, dat de Nederlanders, vanwege hun uniformen door de Franse troepen voor Duitsers zouden worden aangezien, die onze jongens soms voor „vijfde colonne" aanzagen. Daar waren, de dikwijls waanzinnige geruchten, zoals het verhaal dat onder de troepen in Zeeuws-Vlaanderen de ronde deed, nl. dat zij, wanneer zij de Belgische grens zouden oversteken, in België zouden worden ontwapend. Natuurlijk was dat onzin. Maar in die dagen geloofde iedereen alles. En dit alles was nog maar een deel van de lasten.

Bovenal waren er de chaos, het gebrek aan transportmiddelen, het tekort aan alles.

 

"Dat kan niet"

 

De dag brak aan, dat ook Dr. Koch het vaderlandse grondgebied  moest verlaten. Op het laatst mocht er geen Nederlander meer in Zeeland  blijven van de Fransen, die zoals gezegd,steeds  weer vreesden in de war te komen door de in hun ogen grote gelijkenis tussen het Nederlandse en het Duitse uniform.

En zo trok Dr.Koch langs de wegen van Frankrijk en België. Wat hij daar zag deed zijn ogen van verbazing opengaan. Hij zag Nederlandse troepen (groepen  is  een beter woord) zonder officieren en officieren zonder troepen. Hij heeft gedacht: dat kan niet.

Hij stelde die zwervers in 's konings rok onder zijn bevel ,hoewel hij als legerarts nooit een troep had  gecommandeerd. Dat was zijn werk niet. Maar hij deed het, omdat niemand anders het deed. Omdat, zoals hij voor de commissie verklaarde „er geen troepenofficieren waren, die daartoe capabel waren of er zin in hadden.

Na veel wederwaardigheden heeft hij met die troep Engeland bereikt, zoals ook de genoemde kapitein Galle die wel verband in zijn troep heeft weten te behouden, veilig aan de overkant is aangekomen.

 

Commandant majoor jhr. D.J.H.N. Den Beer Poortugael

 

De Marechaussee

 

Volkomen in tegenstelling tot dit beeld van het was het beeld van de Marechaussee. De  Marechaussees vormden in die chaos van de meidagen het andere uiterste. Zij zijn in Engeland aangekomen, zoals ze uit Roosendaal waren vertrokken onder hun commandant majoor jhr. D.J.H.N. Den Beer Poortugael: volkomen in disciplinaire orde, manhaftig en martiaal als een gesloten eenheid.

Die marechaussees — het waren met de militaire politie (politietroepen) erbij gerekend 350 man — hebben kans gezien zich tijdens de gehele terugtocht door België en Frankrijk aan de letter van hun voorschriften en korpsopvattingen te houden. Op hun autocolonne voerden zij alles mee. Tot hun dienstfietsen toe, en een getuige beweert zelfs, dat zij een koffievoorraad voor 14 dagen bij zich hadden.

 

 

 

Stampvolle wagens

 

In ieder geval waren hun wagens stampvol en natuurlijk hadden zij gebrek aan benzine. Zij weigerden onderweg steevast terugtrekkende Nederlandse militairen, een lift te geven. ,,Begrijpelijk", heeft de kapitein der marechaussee E. M. A. van Suylen tegen over de commissie gezegd. „De wagens waren stampvol en we hadden weinig benzine". Hij kon de ontstemming van de mannen van het leger, heel goed begrijpen. Het waren onprettige momenten. Na veel belevenissen, o.a. een dag gevangenschap bij de Fransen, kwamen ook de Marechaussees zonder verliezen in Engeland aan.

                           '

Prikkeldraad…

 

Maar de ontvangst aldaar viel tegen. Voor de mannen van het leger en voor de Marechaussees. De Nederlanders, de marine uitgezonderd, werden er niet met open armen ontvangen. Zij werden eerst als krijgsgevangenen beschouwd. Want de Engelsen, die nog nooit buitenlandse troepen op hun grondgebied hadden gehad, en niet alleen een invasie te vrezen hadden, maar ook acties van een vijfde colonne duchtten, waren bijzonder wantrouwend. Zij wilden eerst weten, wat ze aan de  mensen hadden. En daarom gingen ze eerst naar kampen, omringd door prikkeldraad, met Engelse posten er voor.

Eerst na enige tijd mocht de Nederlandse marechaussee deze bewaking overnemen. En pas nadat de Nederlandse Regering een onderzoek had ingesteld naar de betrouwbaarheid van de mannen stuk voor stuk, en de mogelijke onbetrouwbare elementen had verwijderd, werden onze jongens als bondgenoten beschouwd.

 

Geen leiding

 

Over deze episode van te Nederlandse terugtocht op Engeland concludeert de commissie, dat de commandant Zeeland bij het terugtrekken der Nederlandse troepen, zij moesten van de Fransen zich naar Duinkerken begeven,  niet effectief leiding heeft gegeven. Het is duidelijk dat het geheel is geïmproviseerd.

De commissie zou het trouwens beter gevonden hebben, 'wanneer de Nederlandse regering zich vóór de oorlog over de mogelijkheid van een terugtrekken der troepen op vreemd grondgebied zou hebben beraden.

Over de houding der marechaussee zegt de commissie, dat haar gebleken is, „dat deze groep tijdens de terugtocht te weinig acht heeft geslagen op de noden van andere groepen Nederlandse militairen.” De commissie keurt deze houding af.

Uit: De Telegraaf 15 september 1956