DE KONINKLIJK NEDERLANDSE BRIGADE 'PRINSES IRENE'

 


v.l.n.r.:  dhr. Beelaerts-van Blokland, burgemeester Ligtvoet, dhr. Hemmes


Diverse speeches ter gelegenheid van de onthulling van het naambord voor de Brigade aan het viaduct van Hilvarenbeek en Tilburg op 11 januari 1992.

Op 11 januari 1992 werd de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene', die een actieve rol gespeeld heeft bij de bevrijding van Hilvarenbeek en Tilburg geŽerd door middel van een naambord, bevestigd aan het viaduct hij de Beekse Bergen. Tijdens deze plechtigheid werd het woord gevoerd door o.a. de burgemeester van Hilvarenbeek. Mr. W.R. Ligtvoet, namens de oud-strijders door de generaal der Klu b.d., Ruud Hemmes, en door Ad Raaymakers, medebevrijder van Hilvarenbeek. In de toespraken wordt de rol belicht die de Prinses Irenebrigade in de bevrijding van Hilvarenbeek heeft gespeeld.

 Burgemeester Ligtvoet: "Onze gemeenschap besteedt zeer regelmatig aandacht aan herdenkingen van de oorlog. Het gaat dan niet alleen om de Tweede Wereldoorlog, maar ook om de herinnering aan de politionele acties in voormalig Nederlandsch-IndiŽ. Het doet mij dan ook genoegen dat vele leden van de Hilvarenbeekse Vereniging van Oud-IndiŽstrijders 'Kembali Serdadu' hier aanwezig zijn. Deze vereniging is steeds de actieve voortrekker van deze herdenkingen. Nu, bijna vijftig jaar na de bevrijding zijn wij hier bij elkaar om opnieuw een ereherinnering te onthullen. Daarvoor zijn drie redenen aan te geven:

        De eerste en directe aanleiding is het initiatief van de veteranen van de Prinses Irenebrigade om gemeentebesturen waarmee een binding bestaat, uit te nodigen straten naar de brigade te noemen. Dit initiatief, genomen in 1991 ter gelegenheid van de herdenking van oprichting van de brigade, toen 50 jaar geleden, is van grote waarde. De gemeente Hilvarenbeek is dan ook blij hierop in te kunnen gaan.

       De tweede reden om aandacht te schenken aan de Bevrijdingsdagen, is gelegen in het feit dat het noodzakelijk blijft de huidige generaties te confronteren met de verschrikkingen die de oorlog teweegbrengt en zo te werken aan normbesef, gericht op voorkoming van geweld en voorkoming van de verbreiding van ideologieŽn, gebaseerd op intolerantie en machtsmisbruik. De internationale situatie in diverse werelddelen, maar ook vlakbij in ons eigen Europa, geeft aan dat de strijd om vrede en rechtvaardigheid niet iets van vroeger tijden is, maar dagelijkse realiteit vormt.

        De derde reden is ongecompliceerd en betreft bet feit dat Hilvarenbeek een gastvrije, gezellige gemeente is die graag gasten ontvangt en hun een verjaardagsfeestje aanbiedt. Vandaag viert de Brigade Prinses Irene haar 51ste verjaardag, waarmee ik haar van harte geluk wens.

        Ik neem u mee naar oktober 1944. De geallieerden rukken op vanuit het zuiden. Oost-West-Middelheers, Diessen en Hilvarenbeek zijn al bevrijd. De bevrijding van Tilburg blijkt een lastige opgave. Aan de zuidkant van de stad zijn zware Duitse verdedigingslinies. De Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene' is in Hilvarenbeek en trekt vandaar op naar Tilburg. Op de plaats waar we nu zijn, de Beekse Bergen, wordt zwaar gevochten. De Brigade slaagt erin Duitse linies te doorbreken, brengt verliezen toe aan Duitse zijde, vernietigt wapentuig en maakt krijgsgevangenen. Helaas kan die Brigade vlak voor de gemeentegrens met Tilburg niet verder; de rivier de Leij staat buiten haar oevers Het terrein is te drassig en de geallieerde legerleiding geeft de Brigade geen toestemming om door te vechten.

        Intussen is wel de hele gemeenschap van Hilvarenbeek vrij van de bezetter. We dateren dan 26 oktober. Op 27 oktober zet de inmiddels ook gearriveerde 15de Schotse Divisie de aanval op Tilburg in. Zonder al te veel weerstand wordt Tilburg vervolgens bevrijd. Het Duitse leger had zich even daarvoor teruggetrokken. De boeken noemen de Schotse generaal Barber als de bevrijder van Tilburg. Het voorbereidende werk van de Prinses Irene Brigade staat minder in de belangstelling, al zijn de offers van de Brigade groot geweest en is een uitmuntende prestatie geleverd.

       Het al genoemde initiatief van enkele Irenemannen om straten te vernoemen naar de Brigade kwam onder meer voort uit het ervaren gebrek aan erkenning van de rol van de Prinses Irenebrigade in de bevrijdingsacties. Hilvarenbeek is er trots op dat straks het viaduct de naam van deze Brigade gaat dragen. Deze erkenning hier en alsnog is terecht.

Juist thans, nu de voormalige leden van de Brigade hierbij aanwezig kunnen zijn, bieden wij dit eerbetoon graag aan."

Tweede van links dhr. R. Hemmes, geheel rechts dhr. Beelaerts-van Blokland

Ruud Hemmes, generaal der Klu b.d. en voorzitter van de Vereniging van Oud-strijders, ging o.a. in op de achtergronden van de gevechten rond Tilburg, daarbij beginnend met de ontstaansgeschiedenis van de Brigade, die nooit een echte brigade is geworden, en wel door het onttrekken van vele mensen voor allerlei doeleinden, maar de naam bleef.

      "Wellicht heeft de commandant van de 15de Schotse Divisie, onder wiens bevel wij waren gesteld, gedacht dat hij een brigade, met drie bataljons, inzette tegen Tilburg. Dat de opdracht om de eerste dag tot Broekhoven te komen, op de tweede dag door dat ene bataljon is volbracht, is dus buitengewoon goed te noemen. U hebt er al op gewezen, meneer de burgemeester, dat er in de geschiedschrijving wat minder wordt verteld. Erger nog is dat er nu, zoveel jaar later, dingen worden gezegd over de Brigade die onjuist zijn.

       Wij, de oud-strijders van de Prinses Irenebrigade, doen daar zelf aan mee. Als wij zeggen: 'Wij hebben Tilburg bevrijd.', dan bedoelen wij: 'Wij hebben mede bijgedragen tot de bevrijding van Tilburg'. Anderen verstaan daarin: 'Wij zijn als bevrijders Tilburg binnengekomen.' Dat is dus evenmin juist. De Schotten zijn als bevrijders Tilburg binnengekomen. Maar heel onjuist is het om niet het respect op te brengen voor diegenen die de aanval op Tilburg zijn begonnen. Dat waren wij!"                                                                        

Als derde sprak de Tilburger Ad Raaymakers, in een dubbele rol, als verzetstrijder en als bevrijder, met Hilvarenbeek verbonden:

       "Als geboren Tilburgenaar heeft Hilvarenbeek tijdens de oorlog voor mij twee keer een bijzondere betekenis gekregen. Mijn tocht naar Engeland, tijdens de bezetting, is begonnen vanuit Hilvarenbeek. Met de Irene Brigade mocht ik in oktober 1944 strijden voor de bevrijding van mijn vaderstad Tilburg, vanuit Hilvarenbeek.

       In 1943 kwam ik, via via, in contact met Jan Naaijkens, ten einde een weg te vinden om naar Engeland uit te wijken- Hij was bereid mij te helpen, maar kon mij slechts tot Brussel laten begeleiden. Op 7 juni 1943 kwam ik in Hilvarenbeek. De volgende dag vertrokken wij, mijn begeleider Jos van der Heijden en ik, op de fiets naar de grens. Hij was een goede vijftiger, en op het oog heel rustig onder het gevaar. Op de weg naar de grens ontmoetten wij marechaussees, die voor ons uit fietsten om te waarschuwen zodra er gevaar dreigde. De grens werd zwaar bewaakt door Duitse patrouilles, een brede strook aan iedere zijde was verboden gebied.

       Wij lieten onze fietsen achter en gingen te voet de grens over. Wij liepen naar Weelde, niet naar Poppel, want mijn begeleiders wisten: daar is een controlepost. Met de tram, niet meer denkbaar in deze tijd, gingen we naar Turnhout, Antwerpen, Brussel. Zo heeft de gevechtsgroep Van der Heijden in Hilvarenbeek vele ontsnapte krijgsgevangenen (in het begin van de oorlog), joden. Engelse en Amerikaanse piloten en Engelandvaarders, zoals ik, over de grens geholpen, op hun tocht naar de vrijheid. De familie Van der Heijden was de kern van deze verzetsgroep.

       Ruim een jaar later was ik weer in Hilvarenbeek. Ik was soldaat bij de verkenningsafdeling. Op 25 oktober moesten wij over de weg Hilvarenbeek-Tilburg, zo ver mogelijk oprukken naar Broekhoven. Na enige weerstand bij de Westrik, bereikten wij het open gebied bij de Leije. Daar kwamen we onder hevig artillerie- en mortiervuur te liggen en bracht een anti-tankkanon de twee Engelse tanks bij ons tot stilstand.

       Dat was het einde van onze taak als verkenningsafdeling: dan weet de rest tenminste waar de vijand zit. Wij trokken ons terug, die middag, naar cafť 'De Hemel'. Onze gesneuvelde kameraad hebben we begraven in de boomgaard achter het cafť; later is hij overgebracht naar het protestantse kerkhof. In het cafť kwamen de burgers van Hilvarenbeek ons opzoeken. Daar was ook bij mijn oud-leraar dr. P.C. de Brouwer.

       Wie niet kwam, was Jos van der Heijden. Hij was in januari 1944 door de Duitsers gearresteerd en is een concentratiekamp omgekomen, evenals twee van zijn zonen. Dat is de reden van mijn verhaal.

       Nu, door de naamgeving van dit viaduct de Prinses Irene Brigade wordt geŽerd, is het goed te bedenken dat daarbij vele Engelandvaarders dienst gedaan hebben. Op onze vlucht naar Engeland hebben velen ons geholpen, velen daarvan zijn later omgekomen. Dit is een gelegenheid om hen te eren. Ik ben blij dat ik dat nu mag doen."