Persoonlijke noot van T Herbrink n.a.v. een inspectiebezoek van  Z.K.H. Prins Bernhard aan Congelton 20 en 21 maart 1941

"Ik mag dan vermelden dat ik toen, precies acht dagen tevoren als dienstplichtig soldaat was ingelijfd bij de brigade. In de namiddag van 16 maart kreeg ik een volledig verslag van hetgeen er was gebeurd op 11 januari, gevolgd door een aan duidelijkheid niets te wensen overlatende opdracht, luidende: "Wee je gebeente als je niet volledig meewerkt om van deze brigade een moordbrigade te maken". Ondanks mijn volledige onkunde inzake het gebruik van de bewapening en van tactiek, moest ik toch meedoen in de oefening. Als complete leek vond ik die beslissing vragen om ellende, maar de sergeant gaf duidelijk te verstaan dat hij de dienst uitmaakte en niet ik!
Vroeg in de morgen van 20 maart werd ik door dezelfde sergeant in een opstelling geplaatst achter een heg, met mijn benen in een greppel van een bouwland, met de opdracht een eventueel oprukkende vijand tegen te houden. Op een bepaald moment, ongeveer 11.00 uur, hoorde en zag ik prins Bernhard naderen, lopend in de greppel, waarin ik mijn benen had neergevlijd. De prins was in een druk gesprek met de achter hem lopende generaal Noothoven van Goor. Het onverhoopte gebeurde toen. Prins Bernhard struikelde over mijn benen en, jawel, ik hoorde hem enige verwensingen zeggen, die ik hier niet zal herhalen. De prins kwam naast mij staan en vroeg hoe lang ik al in dienst was. Waarheidsgetrouw antwoordde ik: "Acht dagen Koninklijke Hoogheid". Daarop schoot hij in een daverende lach en zei: "Wat stom van mij om dat te vragen. Ik kan zo zien dat je nog niet veel hebt geleerd. Doe maar goed je best, dan kun je over enige tijd best meedoen om de vijand te verdrijven."