Wrottesley Park nabij Wolverhampton

Het enige stenen gebouw: het 'Brigadebureau', alwaar de commandant zijn kantoor had.                                               De hoofdingang  

     

Bewaking bij de hoofdingang

1-hoofdkwartier

2-bewaking

3-officierskantine

4-onderofficierskantine

5-feestzaal

6-kantine

7-kwartiermeester

8- kerkgebouw

9-stenen gevangenisgebouwtje

10-postkamer

Gedetailleerde plattegrond van Wrotttesley 'Camp'

                                                                       Kaartje: Rene Swankhuizen

Dit kamp werd op 22 mei 1941 door een eerste contingent Marechaussees uit Biddulph betrokken, 10 juli gevolgd door de rest van de Nederlandse Brigade. Wolverhampton was toen een stad van 160.000 inwoners en een centrum van o.a. ijzerindustrie en machinefabrieken. Het kamp had een oppervlakte van 150 ha. en lag op het landgoed van Lord Wrottesley, nabij de Cranmore Lodge Farm. De Nederlanders in Engeland mochten de naam van dit kamp nooit noemen uit angst voor spionnen. De gelegerde militairen spraken van Wolverhampton en de lokale bevolking had het over The Dutch Camp at Cranmore Lodge of naar de eigenaar York's farm. De ruim 100 nieuwe barakken, bureaus, eet-en wasgelegenheden, sporthallen (een unicum in die tijd!), tennisbanen, theater en eetzalen waren een verademing. Elektriciteit en stromend water waren toen een luxe. In beginsel hadden de ontwerpers vergeten een gymnastieklokaal en ruimtes voor godsdienstoefeningen te bouwen, alsmede een exercitieterrein ontbrak. Deze blunders werden echter spoedig hersteld. Het kamp was in die tijd een van de duurste in Engeland. Doordat het park 8 km buiten de stad was gelegen, was het contact met de bevolking minder intensief dan in Congleton. Voor ontspanning in het kamp werd voldoende gezorgd. Toch werd de achteruitgang (Perton Lane) van dit kamp  vaak gebruikt door militairen die van het uitgaansleven in Bridgenorth (veel aantrekkelijke pubs!) gebruik wilden maken. Het lag nl. dichtbij een grote doorgaande weg.

'Een vrije avond naar de stad liet je wel uit je hoofd. De bussen waren schaars, reden niet laat of waren overvol. Het alternatief was anderhalf uur lopen....'

Contacten tussen de Nederlandse bewindslieden in Londen en hun gastheren verliepen heel moeizaam, vanwege de slechte beheersing van de Engelse taal. Eén van de Nederlandse ministers schreef  bijvoorbeeld eens een bedankbriefje na een logeerpartij:' I enjoyed your wife very much!' Een ander vroeg aan aan een dierenliefhebber:  'Do you fock your dogs yourself?'

Engelse les in de buitenlucht

'Het is voorgekomen dat twee schildwachten elkaar in het Grieks consignes overgaven, tot wanhoop van de korporaal van Aflossing. Een vrijwilliger uit Turkije moest worden ontslagen, omdat hij doodongelukkig werd door gebrek aan conversatie. Hij sprak alleen maar vlot Turks....'

De militairen kwamen uit 27 landen en er werden 24 verschillende talen gesproken. De meeste van hen spraken geen woord Nederlands. Bovendien kwamen daar nog bij een groot leeftijdsverschil en de verschillende achtergronden.  Sommige waren opgeroepen in het buitenland, andere waren vrijwilliger, de een had een gecompliceerd(duister..) verleden, de ander kwam zo van moeder vandaan. de een was houthakker, de ander intellectueel. Het was een leger van individuen. Bij oefeningen werden commando's in het Engels gegeven en dat was in het begin voor veel Nederlanders erg moeilijk. Veel mannen moesten een cursus volgen om die taal te leren beheersen. Ook de gebruiken van de Engelsen waren even wennen:

'Mijn ouders vroegen mij of ik eens een aantal Irenemannen  wilde uitnodigen voor High Tea. Toen ze aankwamen hadden ze allemaal een tas onder de arm, waarin flesjes bier bleek te zitten. Na binnenkomst werden die flesjes keurig in een rij in onze gang gezet. Toen mijn moeder later al het lekkers op tafel had gezet, pakte mijn vader een stuk bleekselderij en doopte het in de zout en at het op.  Mijn moeder nam daarna een stuk peterselie en stopte dat ook in haar mond. Ik zag die mannen kijken en na afloop begreep ik de consternatie: ze dachten dat wij de bloemen op tafel aan het eten waren'

Koningin Wilhelmina en prins Bernhard waren intussen van overtuigd geraakt, dat de problemen in de Brigade daadwerkelijk werden aangepakt. Op 26 augustus 1941 verleende de koningin daarom bij Koninklijk Besluit nr. 1 toestemming aan de Koninklijke Nederlandsche Brigade om met ingang van 27 augustus de erenaam 'Prinses Irene' te dragen. Bovendien reikte zij in Wrottesley Park persoonlijk het vaandel uit, waarbij zij de volgende rede uitsprak:


Inspectie van de troepen door Koningin Wilhelmina, 2e van rechts Paul Hoogerwaard

 

                                                                       Bezoek en uitreiking van het vaandel door Koningin Wilhelmina                                        De Brigade paradeert voor koningin Wilhelmina.                   

In augustus 1941 werd de organisatie uitgebreid met nog een bataljon. Daarnaast zorgden de brigadetrein (bevoorrading), de verbandplaatsafdeling, de herstellingsafdeling en een sectie politietroepen voor de ondersteuning.

Birkenhead

De Engelsen, die in het begin niet stonden te springen om hun wapentuig te delen met een brigade waar van alles mis was, zorgden steeds meer voor een behoorlijke uitrusting, hoewel er regelmatig kisten vol middeleeuws aandoend knutselwerk van de Home Guard tussen zat. Het bleef uitkijken met die bakelieten aanvalshandgranaten. Vele zaterdagnachten tot zondagmiddagen werden benut om de Home Guard te oefenen. Leden van de Brigade bestormden dan als zgn. 'invaders' met veel plezier steden, zoals in Birkenhead in augustus 1941 of Birmingham in september 1941.

 

 


 

                                                                              

 
                                                                                                                           7e van links Paul Hoogerwaard

De mannen begonnen zich thuis te voelen in Engeland, getuige het aantal dat contacten aanknoopte met de autochtone 'schonen'. Meestal betrof het dochters van ouders die zich het lot aantrokken van de jongere Irenemannen. Gezellige bezoekjes met 'High Tea' inclusief  de muffins en scones en tot slot nog een kusje bij de voordeur. Er zijn talrijke huwelijken uit voortgekomen.

'Via de pub 'Bear Inn' in Stafford, waar veel marechaussees van Ranton Abbey verpoosden, kwam hij op uitnodiging van mijn collega als introducé op de personeelsavond van onze firma English Electric in de Borough Hall. Hij zag er heel imposant uit in dat mooie blauwe uniform en bovendien was hij heel charmant. Hij vroeg mij ten dans en we hadden die week nog een 'date'. Ik stelde 'm diezelfde week nog aan mijn ouders en grootmoeder voor en die waren, net als ik, ook weg van 'm. Een paar maanden later waren we al verloofd en binnen een jaar getrouwd.'

Huwelijk Daan van de Velde en Doreen Lewis    

Huwelijk Daan van de Velde en Doreen LewisHet huwelijk tussen Daan van de Velde en Doreen Lewis op 21 februari 1942 te Walton-on the Hill (Stafford). Doreen bij getuige Jan Klein op schoot. Let op de spotprent op de achtergrond tijdens de receptie: een windmolen met wasgoed eraan! Een grap van Doreens collega's van English Electric.

Het verliep natuurlijk ook wel eens anders.....:

'We gingen op een avond dansen in de Civic Hall en kwamen daar twee hele aardige blondines tegen. Ze bleken in Birmingham te wonen en we versierden een date. Later kwamen we erachter dat ze getrouwd waren en dat hun mannen drie weken daarvoor naar het Midden-Oosten waren vertrokken om daar te vechten. We hebben zolang hun plaatsen ingenomen en woonden in een prima flat met z'n viertjes. De dames brachten ons ontbijt op bed als we over waren in het weekend. In het kamp waren we alleen overdag. Boy, what a war!'

Er waren in deze streek veel Engelse vrouwen en meisjes van wie de mannen aan het front vochten en die niet zelden troost zochten bij een 'Ireneman'. Het was opvallend dat de Nederlandse leeuwtjes van de baretten, ineens veel voorkwamen op de revers van een damesmantel.....het waren veelal tijdelijke affaires zonder gevolgen. Een enkel keer leidde het tot bigamie. De Krijgsraad te velde heeft slechts in een achttal gevallen hoeven in te grijpen.

 Verlofpasje Wrottesley Park

1 september 1941 werd de verjaardag van Koningin Wilhelmina uitgebreid gevierd. Op het programma stond o.m. een parade in Wolverhampton, een sportdag en een optreden van  de cabaretgroep Tijl Uylenspieghel.

Een dag later werd het bevel over de Irene Brigade overgenomen door kolonel Van Voorst Evekink. Het voornemen een complete Brigade van 3000 tot 5000 man te vormen, is niet tot uitvoering kunnen komen, daar door al genoemde oorzaken nimmer voldoende personeel beschikbaar was. De sterkte bedroeg toen ongeveer 1600 man. De Brigade werd verzwakt door de uitzending van detachementen, de opleiding van speciale troepen en door het aanwijzen van personeel voor andere bestemmingen. In september en november 1941 vertrokken ook nog twee detachementen naar Suriname en de Nederlandse Antillen van in totaal 156 man.

 

 

Afscheid Indië-detachement bij het brigadebureau                                                                                                               Pack all your troubles...'. to Indië  v.l.n.r. dhr. Goes, dhr. Blokland en dhr. Scholz

Toen in december 1941 de oorlog met Japan uitbrak kwam de taak van de Brigade ter discussie  te staan. Van Voorst Evekink wilde graag de hele Brigade naar Nederlands-Indië sturen. Zelfs de koningin en de regering steunde hem hierin. Binnen de Brigade bestond er weinig animo. Sommigen beriepen zich op de Nederlandse grondwet, waarin was bepaald dat militairen alleen op basis van vrijwilligheid naar overzeese gebiedsdelen konden worden gezonden. Een detachement van vrijwilligers van ongeveer 150 man, inclusief de Brigadecommandant, ging op 7 januari 1942 dan toch naar het Verre Oosten. Deze laatste kon door de capitulatie van Nederlands-Indië op 8 maart 1942 niet meer worden ingezet en werd naar Ceylon gedirigeerd. In de maanden hierna ondernam het grootste gedeelte van de groep  ('Korps Insulinde') geheime acties op het door de Japanners bezette Sumatra. 

Lees hier de herinneringen van Ceylonganger H. Hendriks .
Zie hier het gedetailleerde dagboekverslag met foto's van H. Hendriks


Klik hier voor de achterzijde van deze menukaart. De talrijke handtekeningen zijn een bewijs dat de leden van deze brigade uit alle windstreken kwamen.

 Het comité Nederlandsch-Indische kerstgeschenken bood op 1e Kerstdag 1941 de Irene Brigade een diner aan. De menukaart werd ontworpen door Herman van den Bosch. Het geeft een goed overzicht van alle Nederlanders die betrokken zijn  bij de strijd.

De Ruyter van Steveninck

Door het vertrek van bovengenoemde commandant ging het commando op 6 januari 1942 over op de luitenant-kolonel van de artillerie De Ruyter van Steveninck. Hij kreeg met een verdere leegloop van de Brigade te maken. Teneinde deze brigadecommandant zoveel mogelijk de gelegenheid te geven zijn oorlogstaak voor te bereiden, was in een landhuis "Dane's Court" in Tettenhall bij Wolverhampton, de Inspectie Nederlandse Troepen gevestigd, met generaal-majoor Noothoven van Goor als inspecteur. De bureaus van het ministerie in Londen konden daardoor klein worden gehouden. De regering daar gebruikte de Brigade in feite als een depot. Allerlei militaire onderdelen hadden personeel nodig. De luchtmacht had grondpersoneel nodig en de marine zat verlegen om  kanonniers. Ook  inlichtingenpersoneel was nodig. Een aantal van hen werd als 'spion' boven bezet Nederland gedropt en werd slachtoffer van het beruchte Engeland-Spiel. Op 22 januari 1942 werden van de Brigade acht officieren, zeventien onderofficieren, vier korporaals en negentien soldaten naar  het Commando Basic Training Centre te Achnacarry  (Schotland) gestuurd om daar, als vrijwilliger, deel te nemen aan een Britse commando training. Uiteindelijk slaagden zo'n tachtig Irenemannen erin om bij de commando's van No.2 Dutch Troop te worden ingedeeld.

            Commando's in opleiding

Achnacarry memorial, dat uitziet over de terreinen waar destijds de Nederlandse commando's werden opgeleid.

Verder was er veel personeel nodig, het zgn. 'Detachement Maidenhead', ter bewaking van de Koningin. Zij verbleef meestal in Stubbings house bij Maidenhead, maar soms ook Chester Square 77 in Londen waar het secretariaat van koningin Wilhelmina was gevestigd.  Ook moesten in Londen veel Nederlandse regeringsgebouwen bewaakt worden. Tevens leverde men personeel voor bureaufuncties in Londen. Dit waren vnl. militairen die ongeschikt waren voor gevechtsfuncties.

Lees hier krantenberichten over Piet Bosch, ordonnance van koningin Wilhelmina en later chauffeur van Prins Bernhard

Opleiders op weg naar Canada

Eveneens was dit het geval met 69 man die in maart 1942 werden aangewezen voor de opleiding tot kanonnier op de koopvaardijschepen en die daarna op de schepen werden geplaatst. Bovendien vertrokken er 40 man naar Stratford in Canada om daar de opleiding van nieuwe rekruten uit Noord-Amerika voor hun rekening te nemen. Ook volgden een aantal militairen de Britse parachutistenopleiding. Bovendien werd grondpersoneel aangewezen voor het 322 Spitfire Squadron.

Lees hier over kanonnier Arend van Beveren

Tenslotte volgden een kleine groep militairen van de Brigade een Britse parachutistenopleiding. Voor sommige bijzondere opdrachten werden nl. parachutistenonderdelen van vreemde mogendheden opgeleid. Die droegen dan de naam' Special Air Forces' (S.A.S) en bestond uitsluitend uit vrijwilligers. In maart 1942 vertrok de eerste groep van twintig  Nederlandse vrijwilligers naar een Britse school, later volgden nog meer groepen. Bij de reorganisatie van 1 januari 1943 werden zij ondergebracht in een speciale compagnie: de zgn. Noothoven van Goor compagnie, waarbij de opleiding werd voltooid. Bij wijze van herkenning droegen zij op hun rechtermouw een embleem met een oranje parachute.

Het mouwembleem van de para's


Door deze oorzaken verminderde de sterkte van de Brigade tussen 1 september 1941 en 13 april 1942 met 48 officieren, 76 onderofficieren en 395 korporaals en soldaten. Waardoor de totale sterkte op 1300 man kwam, waarvan 900 geschikt voor gevechtsfuncties. Op veel militairen had de niet inzetbaarheid van de Brigade als gevechtseenheid een deprimerende invloed. Spanningen veroorzaakten ook de 50 legionairs uit het Franse Vreemdelingenlegioen. Bij de werving zou hen beloofd zijn dat zij in Engeland hun Nederlanderschap zouden terugkrijgen, waardoor zij dit gevreesde legioen de rug toekeerden. Dit gebeurde na veel aandringen in juli 1944. Het waren uitblinkers op militair gebied, maar zodra ze waren teruggekeerd van de oefeningen ontstonden er problemen en was er geen discipline meer te bespeuren: stropen, vechtpartijen e.d.

Jhr. Beelaerts van Blokland (r) in gesprek met de Britse generaal Waterhouse

Pantserwageneskadron met tweede van links 'Mickey'

Kapitein Kist werd wegens overplaatsing naar Londen eervol ontheven van zijn commando over het Pantserwageneskadron. Hij werd opgevolgd door Jhr. Beelaerts van Blokland. Hij was een enorm populaire officier en in de onderlinge gesprekken beter bekend als 'Mickey'. (naar de stripfiguur van Walt Disney)

Het was eigenlijk een vicieuze cirkel: doordat de Brigade als gevechtseenheid onbruikbaar was, kon zij niet ingezet worden en hierdoor werd zij steeds minder interessant voor de geallieerde troepen. Doordat de aanwas van nieuwe rekruten achterbleef bij de verwachtingen, stelde de regering de plannen tot het vormen van een brigade van 3000 tot 5000 man bij. Beleidsmakers binnen de Brigade wilde kleinere eenheden, die werden ingelast in Britse onderdelen. De regering hield echter voet bij stuk: er zou dan immers geen herkenbare eenheid meer zijn tussen de geallieerde legers. Op 16 december deelde de minister van Oorlog aan de Brigade mee, dat men per 1 januari 1943, besloot tot een reorganisatie. De Brigade werd omgevormd tot een gemotoriseerde eenheid. Hierin werd ook personeel ingedeeld dat niet voor actieve dienst geschikt was. De brigade bestond nu uit:

 

Bron foto: Burton Sanders (omcirkeld op bovenstaande foto)

Links de brencarrier en rechts de scoutcar

Voor eskadronscommandant Beelaerts van Blokland had de reorganisatie onaangename gevolgen: zijn eskadron pantserwagens werd opgeheven. Deze eenheid bestond grotendeels uit enthousiaste Marechaussees. De sfeer was er prima en er werden veel oefeningen gehouden die zich vaak uitstrekten over grote afstanden. Populair waren de schietoefeningen in het berglandschap van Wales.

Een 'buitgemaakte' schaap met motorrijder Chris Duysters en mannen van de Recce

'Tijdens een van de eerste schietoefeningen  kwamen we erachter dat we vier schapen hadden gedood. De commandant vond het erg vervelend, maar de chief of police zat er niet mee. De Polen hadden een week van tevoren er twintig gedood.... '

Regelmatig werd er ook aan sightseeing gedaan en die combinatie werd zeer op prijs gesteld door de manschappen. Bovendien droegen de mannen van dit eskadron pantserwagens een zwarte baret, afwijkend van de traditionele groene. De opheffing had tot gevolg dat en groot deel van de Marechaussees werden verdeeld over de gevechtsgroepen. Toen kwamen ze onder commando van jonge militaire politiemannen("de Witte") die snel promotie hadden gemaakt. Het moreel had hier danig onder te lijden, dat na afloop van de afscheidsparade het hele eskadron door het kamp trok en met hamers op de stalen voertuigen sloeg, wat een enorme herrie veroorzaakte.

'Dat lawaaimaken was een rouwbetoon, iedereen was er kapot van dat het eskadron werd opgeheven.'

Het eskadron verdween dan wel, maar de Brigade werd wel degelijk gemotoriseerd. Dat betekende dat elke gevechtsgroep werd uitgerust met 22 Bren-en Loydcarriers, terwijl de verkenningsafdeling werd voorzien van moderne Daimler (de "Dingo") verkenningswagens. Bij de artillerie moest alles geheel worden opgezet. Uit de aanwezige artilleristen  werd een detachement geformeerd waarvan de officieren bij een Brits onderdeel werden gedetacheerd.  Het personeel kreeg een opleiding en nadat het materieel was aangekomen, werd de batterij geformeerd. Van 16 maart tot 26 september 1943 oefende deze bij een Brits onderdeel en ontving de nodige praktische schietopleiding.

Teneinde de Brigade uit het 'kampleven' te halen werden verschillende eenheden op Britse wijze geoefend en bij vergelijkbare Britse onderdelen gedetacheerd. De brigadestaf bleef echter op Wrottesleypark.

Een overzicht van de verblijfplaatsen van de Brigade in Engeland

Op 1 mei 1943 vertrok de IIe gevechtsgroep als eerste onderdeel naar Stanhill Camp tussen Accrington en Blackburn. De prima G.M.C trucks werden hiervoor helaas ingeruild voor de Dodge. De manschappen werden ondergebracht in Nissenhutten boven op een heuvel. Hier maakte men voor het eerst kennis met radar: een wirwar van gespannen draden op geringe hoogte. Ze werden  ingedeeld bij de Lancaster Fuseliers.

Half mei ging de verkenningsafdeling (Recce) op oefening in Morecambe bij Lancaster, 40 km ten noorden van Blackpool. Hier was in een vakantiekamp het 80e Recce Regiment gelegerd. Dit was een voortgezette opleiding van Engelse militairen en droeg bij om de geoefendheid van de Nederlandse Recce te verhogen. De samenwerking met de Engelsen was prima. Hoewel men wel opkeek tegen de wekelijkse verplichte Cross country loop, een 8 km lange tocht door heuvelachtig landschap. Er vonden ook veel schietoefeningen op het strand plaats, waar betonnen palen als doel diende voor de anti-tankgeweren.

Onder leiding van kapitein Looringh van Beek vertrok de Brigade (zonder de artillerie) op 12 juni 1943 naar Ashridge Camp tussen Dunstable en Berkhamstead, midden in de bossen. Ze werden hier ingedeeld bij de 61st Division Recce Unit. Dit kamp, ter grootte van enkele km², behoorde tot het eigendom van Lord Rothschild, die echter niet op dit terrein huisde. In de stromende regen werden tientallen tenten opgebouwd. Elke unit had zijn eigen tenten en bosgedeelte. Tot de tenten behoorde een aantal kleine ronde achtpersoons met een stok en een aantal grote langwerpige met meerdere palen in het midden en met ruimte voor een dubbele rij slaapplaatsen. De twee andere gevechtsgroepen werden later ook in dit kamp gelegerd. Ook waren er al tal van Engelse militairen in dit park aanwezig. Voor het eerst vonden er oefeningen plaats in brigadeverband, wat nog niet eerder geschiedde. 

'We mochten van onze majoor Galle  tussen de tenten een afdakje bouwen met daaronder van buizen een douche inclusief warm water.  Er werd echter wel een gevechtsgroeporder uitgegeven dat we alleen mochten douchen met een onderbroek of zwembroek aan........'

    

Gevechtsunit II  in Ashridgepark met rechtsvoor W. Vaders

   

 

 

 

 

In de loop van 1943 vormde zich onder generaal Montgomery het XXI Leger, dat was losgemaakt uit de zgn. Home Forces (Britse territoriale troepen). Zij bestond uit het 1e Canadese leger en het 2e Britse leger en was bestemd voor de invasie van het Europese vasteland. In juli 1943 werd de Irene Brigade bij deze legergroep ingedeeld. Bovendien werd op 15 juli generaal-majoor Phaff als Inspecteur Nederlandse Troepen (I.N.T) vervangen door de kolonel der mariniers M.R. de Bruyne.
De Brigade kreeg verdedigende taken toebedeeld en werd 29 september 1943 verplaatst naar de kust en maakte daar deel uit van de Harwich Defences, waarbij ook onderdelen van de Home Guard waren ingedeeld. Achtereenvolgens werd zij belast met de kustbewaking in Dovercourt tot 2 januari 1944, daarna in Frinton on Sea tot 10 april 1944 om vervolgens weer terug te keren  naar Dovercourt tot 29 juli 1944. Dit alles was nodig om de Brigade in de gelegenheid te stellen landingen te oefenen.
De Batterij artillerie voegde zich in september 1943 in Dovercourt ook bij de Brigade.

'De fysieke training was zeer zwaar. We moesten veel met boomstammen sjouwen. Er waren ook grote manoeuvres tegen de Belgen en Polen. Daarin moesten we o.a. schutterputjes graven, landingsoefeningen doen incl. rotsklimmen. Het was een spannende tijd...'

     

            Brigademannen trainen o.l.v. Brits officier met een Bofor luchtafweergeschut     

 
Oefenen van landingen op het strand met de Britse marine omgeving Frinton on Sea        

        
Mobiele douches voor de militairen nabij Frinton on Sea                                                     De gebruikelijke English tea                                                                    Oefenen nabij Frinton Sea

Tijdens de periode dat de Brigade was belast met de kustverdediging, werd de oefening van de niet aan de kust geplaatste onderdelen zo goed mogelijk voortgezet, met een bijzondere aandacht voor conditietrainingen. Voor het binnenhalen van de bietenoogst, nabij Harwich, werden begin oktober 1943, net als bij Britse onderdelen, acht weken lang dagelijks 175 man van de Brigade ingeschakeld. De militairen kregen als compensatie 2 shilling per man per dag. Dat was misschien niet erg veel, maar ze konden er in ieder geval een paar pinten van kopen in de pub.

   

                    Frinton on Sea                                                                                                            Dovercourt met het strandpaviljoen Phoenix

The Waterfront in Dovercourt was eigenlijk de belangrijkste buurt. De leegstaande huizen aan deze boulevard dienden als 'billets' voor de militairen. De kachels werden gestookt met kolen en aangespoeld hout. Een Nissenhut op een kwartiertje loopafstand fungeerde als eetzaal. Op het strand stond een houten paviljoen met waranda's: 'Phoenix'. Deze werd door de Brigade gehuurd als ontspanningsruimte voor de manschappen. Eens in de veertien dagen werd er een 'dance' georganiseerd.

Manschappen marcheren eind 1943 door Dovercourt

In Dovercourt, waar Prins Bernhard op 1 november 1943 de manschappen een bezoek bracht, was het vrijwel dag en nacht luchtalarm. Er werd een brigade-order uitgevaardigd, waarin een omschrijving stond van plaatsen waar de mannen zich wel en niet mochten bevinden. Sleeping-out-passes werden niet meer verleend, maar daarentegen mochten gehuwde militairen hun echtgenotes voor veertien dagen laten overkomen.

Door de vele veldoefeningen werden er zeer lange dagen gemaakt. Deze oefeningen waren soms wel erg realistisch gezien het aantal gewonden:

       
 

Op 1 december 1943 vertrok gevechtsgroep II naar Clacton-on-Sea, om daar landingsoefeningen te houden, speciaal voor brengun-carriers en motorvoertuigen. Deze oefeningen werden regelmatig herhaald. Op 11 december 1943 keerden ze weer terug naar Harwich, om daar de kustbewaking weer op zich te nemen.

Door overplaatsing van minder geschikte militairen, bestond op 31 januari 1944 de Brigade uit 59 officieren, 230 onderofficieren en 1008 korporaals en soldaten. Het bleek niet mogelijk het aantal infanteriepelotons tot het minimum van drie op te voeren en de specialistenonderdelen op voldoende sterkte te brengen, vandaar dat men er in begin 1944 toe overging de 2e Gevechtsgroep te verdelen over de beide andere. Die gingen toen uit drie infanteriepelotons bestaan.

Een Britse liaisonofficier berichtte eind 1943 aan aan zijn chef: ' It's not visualised that the Brigade will be used, as such, in cooperation with a British formation in a major attack in a dependent role against strong oposition. The average age is app. 32 years. Some of the men are not physically capable of the same indurance as British fieldforce units. Drivers and administration personel are low-category men. One of the reasons for carrying the rifleplatoons in lorries is to assure in putting men in action fresh.' Kortom: geen slecht onderdeel, maar numeriek te zwak om als eenheid zinnig te kunnen worden ingezet. Voor deelname aan een invasie in West-Europa stelde men van Britse zijde echter de eis, dat de Brigade over tenminste drie volledige gevechtsgroepen moest beschikken. De I.N.T-kolonel De Bruyne kwam toen met het voorstel de IIe gevechtsgroep aan te vullen met mariniers. Deze werden in de VS in kamp Lejeune in North-Carolina opgeleid, op Amerikaanse wijze en met Amerikaanse bewapening en uitrusting. Het zou de kerngroep worden van een na de bevrijding van Nederland op te richten mariniersbrigade, die daarna zou deelnemen aan operaties in Nederlands Indië tegen de Japanners. 

Op 20 december 1943 verscheen de 'Hulpkorpsbeschikking'  van de Nederlandse minister van Oorlog Van Lidth de Jeude, waarbij in Engeland het eerste Nederlandse vrouwenkorps tot stand kwam dat de militaire status kreeg. Het korps kreeg de naam (Vrijwillig)Vrouwen Hulpkorps en maakte deel uit van de Koninklijke Landmacht. Zij werden ook opgeleid in Wrottesley Park en er waren drie oefensessies in januari, maart en juli 1944. Het programma bestond uit gymnastiek, exercitie, kaartlezen, rijlessen, leren colonnerijden in 3- en 6-tons vrachtwagens, EHBO, gasmaskeroefeningen (gebruik van traangas), krijgstucht, hygiëne, wapenleer ( o.a. het uit elkaar halen van een machinegeweer en opsporen van boobytraps)voedingsleer, kantinewerk en een refugiéoefening.

  
                                                           Oom Paul (foto: Coen Hijzeler)                                            Karikatuur uit de Bromtol van 'Oom Paul' (Let op de 'Springbok!)

In maart 1944 werd het Depot in Wolverhampton gereorganiseerd. Het belangrijkste daarvan was de vorming van een Compagnie aanvullingstroepen (Training and Holding Unit), bestemd om eventuele verliezen van de Irene Brigade op te vullen. Deze troepen werden opgeleid door de legendarische Zuid-Afrikaanse majoor Looringh van Beeck 'Oom Paul' (vernoemd naar Paul Kruger)

Een dagboekverslag van het bezoek van 'Monty' vermeldt het volgende:

"Zijn ongedwongen houding wekte bewondering van de manschappen op, mede door de wijze waarop hij zo gemoedelijk zijn zegje deed. In het kort zei hij het volgende: "We moeten elkaar leren kennen, omdat we samen zullen moeten vechten. Uit oogpunt van vertrouwen breng ik jullie een bezoek. Ik heb over jullie training goede berichten ontvangen (gemompel onder de 'menigte'). Het tweede front, zoals de kranten dat noemen, is reeds geopend. Ik heb n.l. al op een aantal fronten gevochten en het volgende wordt mogelijk het vijfde of het zesde front. Eens werd ikzelf te Duinkerken de zee in gedreven en dat was zeer en zeer onplezierig (luid gelach). Maar nu zijn we niet meer tegen te houden. Dag en nacht bombarderen wij Duitsland, zoals wij ook de Duitsers en Italianen in Afrika hebben gebombardeerd en de zee in hebben gedreven. De Duitser is een zeer goed soldaat, maar de geallieerde soldaat is véél beter (handgeklap). Eerst Duitsland bombarderen en dan is het een easy job. Ik wens U allen good luck.'  Een spontaan driewerf 'hurrah' was het antwoord."

'Als Monty net zo vecht als hij lult, kan de oorlog nog lang duren.'

'Hij eindigde met de woorden: "Good hunting, boys and we'll meet again in Holland." Je kon zien dat hij van zijn eigen optreden genoot. Zijn optredens waren altijd op effect berekend. Hij wist dat en maakte daar handig gebruik van...'

.       

                                                                                                                       Generaal Momtgomery inspecteert                                                                'Break ranks'

Klik hier voor de herinneringen van Hans de Leeuw aan o.a bezoek van Montgomery

Het was bekend dat generaal Montgomery alle onderdelen zou bezoeken die aan de invasie zouden deelnemen. Op 11 maart 1944 vereerde Generaal Montgomery de mannen van Prinses Irene Brigade op het sportterrein in Frinton met een bezoek. Hij zou de brigade inspecteren en toespreken. Alle carriers en pantserwagens hadden een extra schoonmaakbeurt gekregen en ook de koppels en het koperwerk van de manschappen schitterden in de zon. De Brigade werd in een u-vorm opgesteld en hij  klom op een jeep en riep: 'Break ranks'. (het gelid verbreken) Hij hield een toespraak waarin hij de Brigade herinnerde aan zijn verdrijving van de Duitsers uit Noord-Afrika en dat het nu de beurt was aan Europa. 'We will bomb them!' Tevens waarschuwde hij de Irenemannen dat de Duitsers goede soldaten waren, maar dat de geallieerde soldaat veel beter is. Dit maakte veel indruk op de manschappen. Zeer belangstellend inspecteerde hij de manschappen en materieel. Hij merkte o.a. op dat er drie Nederlanders bij waren met 'ribbons', die dienden onder hem in het 8e Leger in Afrika.

Klik hier voor de herinneringen van Frans Hummelman aan o.a. de periode Dovercourt.

Enkele mariniers van de IIe gevechtsgroep in Dovercourt

Op 20 april 1944 vertrok het detachement Nederlandse mariniers, bestaande uit drie luitenants en 98 onderofficieren, korporaals en soldaten die bij het USMC in Camp Le Jeune te North Carolina (V.S) hun opleiding afgerond hadden, onder bevel van kapitein Arends, met het grootste passagiersschip ter wereld, de Queen Elisabeth, uit New York richting Europa. Dit was nodig voor de broodnodige aanvulling van de Prinses Irene Brigade. Na zes dagen arriveerden ze aan de rede van Gourrock aan de Clyde in Schotland. Na een kort verblijf in transitcamp (het latere Mariniersopleidingscentrum) Roseneath aan het Gare Loch, kwam het op 28 april 1944 aan in Wolverhampton. Daar werden de mariniers gekleed in battledress en van Britse uitrusting voorzien. Op 1 mei voegde het zich bij gevechtsgroep II in Dovercourt nabij Harwich, alwaar het op de hoogte werd gebracht van de Britse bewapening en voorschriften.

Aankomst mariniers in Dovercourt

Aan de indeling van deze mariniers was de voorwaarde verbonden, dat zij z.s.m. na de bevrijding van Nederland en uiterlijk 14 dagen,  nadat de Nederlandse troepen aan de Nederlandse regering zouden zijn teruggegeven, weer zouden worden afgestaan aan de Koninklijke marine, tevens dat de mariniers een afzonderlijke eenheid met eigen officieren en kader zouden vormen en dat daarvan geen kader zou worden afgenomen voor andere onderdelen van de Irene Brigade.

'Het was een geweldig gevoel, omdat iedereen overtuigd was dat dit de laatste herdenking in Engeland was.'

Al met al kwam de Brigade met deze toevoeging van deze mariniers op ongeveer 1250 man, eigenlijk niet meer dan een versterkt bataljon.  Koningin Wilhelmina en prins Bernhard kwamen op 9 mei speciaal naar Harwich  om de mariniers in actie te zien bij een oefening. Helaas werkten de Britten niet echt mee om er en show van te maken en viel de aanval op een van de forten die Harwich rijk is, een teleurstellend slot. Maar het resultaat was dat er dankzij de overkomst van de mariniers voor de eerste maal in haar geschiedenis bij de jaarlijkse 10 mei-herdenking op het voetbalveld van Dovercourt een volledige Brigade stond.

Militaire kist van S. Jol. Let op tekst 'Dutch Forces'

Op 11 mei werden alle particuliere eigendommen van alle militairen in kisten en koffers gepakt om in Wrottesley Park te worden opgeslagen. Vanaf 20 mei mocht er niet meer worden gereisd buiten een straal van 25 mijl vanaf station Dovercourt. Een brigadeorder van 27 mei bepaalde dat iedere militair verplicht was zich tegen bepaalde ziekten te laten inenten. Ook mocht er geen 24-uurs verlof meer worden verleend.

In de vroege morgen van 6 juni werden alle militairen van de Brigade gewekt door het geluid van daverende vliegtuigmotoren en heftig kanongebulder. Honderden vliegtuigen vlogen in zuidoostelijke richting. Het was duidelijk dat het grote moment was aangebroken en de invasie was begonnen. D-day, oftewel Decission-day!

 




Leavepas van Dovercourt naar Ipswich voor 8 juni 1944 voor D. van de Velde van de Recce

Het duurde echter nog tot 15 juni voordat voor de Brigade het mobilisatiebevel in werking trad. De Staf kreeg tien dagen de tijd voor het aanvragen van wapens en munitie etc. Naar Engels voorschrift moest elk onderdeel ook een Bijbel aanvragen....

     

                             Oefenen met de Lee Enfield december 1941 in Wrottesley park met Serg. Veenhaas en de soldaten Elias, de Vries, “Tank” Grevenhoek en knielend op de voorgrond Paul Heuts

Paul Heuts geknield in actie met twee collega's

Foto: Paul Heuts jr. -Canada

 

 

Een infanteriegroep (drie in een peloton) bestond toen uit tenminste 8 geweerschutters, die hun P14 Enfield uit 1917 net voor hun grote oefening moesten inruilen voor een moderne Lee Enfield. Alleen de groepscommandanten en kaderleden maakten gebruik van de Stengun. De gewone soldaat was hierna vrijwel altijd voorzien van het Lee Enfield geweer.

Er gingen nog een paar weken voorbij met wachten, oefenen en weer wachten. 29 juni 1944 kwam tot verbazing van iedereen en teleurstelling van de meesten het bevel dat men moest verhuizen van Dovercourt naar tentenkamp Narford-Camp, nabij Narborough (nabij Kings-Lynn), waar oefeningen in groter verband, o.a. met de iets grotere Belgische Brigade Piron, werden gehouden. Er was in dit kamp nauwelijks eten en al helemaal geen drinkwater. Er waren ook geen borden, zodat men nu al van de mess-tins gebruik moest maken. Het waren de eerste kleine ontberingen. De Nederlandse humor kwam ook om de hoek kijken: vele tenten kregen een geschilderde naam als"Stalin Inn", "Nooit gedacht" en op de staftent werd 's nachts "Chairborn troops"geklodderd. In de Village-Hall (gemeenschapscentrum)in Narborough werd door het Engelse Leger een film vertoond, waarin men kon zien hoe men Duitse en Italiaanse mijnen onschadelijk kon maken. Het was een verplicht filmbezoek dat door alle aanwezigen met grote aandacht werd gevolgd. De oude wapens en uitrusting werd ingeleverd en men ontving nieuwe brencarriers, wapens en uitrusting. De manschappen kregen nieuwe uniformen en schoenen. De koppelriemen en patroontassen mochten nu ineens niet meer blinken maar moesten dof worden gemaakt.....

Op 19 juli 1944 keerden Nederlandse militairen die bij de Engelsen een parachutistenopleiding hadden gevolgd in het kamp terug.

Op 29 juli kwam het bevel van het hoofdkwartier van het XXIe Legergroep van generaal Montgomery dat twee officieren onder wie Robbert Fack, van de staf van de Brigade zich op 2 augustus 1944 moesten melden bij het commando van het Canadese 1e leger in Normandië om bevelen te ontvangen, daar de Brigade heel snel in Normandië zou worden ingezet.

Op 31 juli werd in allerijl een compagnie aanvullingstroepen vanuit Wolverhampton naar Narborough gestuurd. Deze 90 man kwam in onderhoud bij de batterij artillerie en was geen gevechtseenheid.

Op 1 augustus 1944, weken na de geslaagde invasie, kwam dan eindelijk de begeerde order van vertrek (het zgn. 'moven'). Hierin stond precies vermeld wat moest en wat mocht worden meegenomen. Wat op de wagens moest worden geladen en op welke wijze verpakt.  Fourier kapt. De Groof ( alias 'de schipper , want hij had voor de oorlog een overslagbedrijf...)opende zijn 'winkel', zodat de manschappen nog even het een en ander konden inslaan.  'Hij leek wel Sinterklaas....'

'Dat in je kleren slapen met de overjas over je heen, heeft tot in Nederland geduurd.'

'Ons gesealede 'iron-ration' werd pas de volgende morgen uitgereikt. De inhoud bestond uit: zuurtjes, theeblaadjes vermengd met melkpoeder, chocolade, biscuits en  vijf stuks Woodbine sigaretten.'

Tegen half zes 's avonds op 3 augustus 1944 vertrok een achttien kilometer lange colonne uit Narford camp te Narborough naar het 300 km verderop gelegen Wanstead Camp te Leightonstone, vlakbij Londen in de zgn. 'Marchalling area' (rayon van gereedstelling voor de overtocht). Het  terrein was zo groot als een voetbalveld. De onderkomens waren weer enkele grote tenten. Het ontbrak aan matrassen en dekens. Door de welfare werd er een amusementsprogramma aangeboden: 'een band, iemand die Bing Crosby imiteert en een zangeres in haar nadagen. Geen Vera Lynn op wie we hadden gehoopt.' In dit kamp mocht niemand uit en was derhalve van de buitenwereld afgesloten: brieven mochten niet worden ontvangen, noch verzonden. Afgesloten door meters hoog en meters diep aangebracht prikkeldraad. 

'Een Hollander is niet voor een gat te vangen en sommigen van ons lukte het toch om even deze barrière te doorbreken en 's nachts door hetzelfde gat weer terug te keren.'

'Wij hoorden de projectielen al van vrij ver aankomen. Zij kwamen over de kust op Londen af, volgens een vaste route, die de Londenaar al sinds enigen tijd de"V-bom-straat" had genoemd. Zolang de vliegende bom nog in razende vaart langs de hemel knetterde, was er altijd nog de hoop, dat hij de stad zou overschieten. Even scheen er nog tijd voor een waarschuwing, maar dan stopte de motor plotseling - de stilte was nog onheilspellender dan het sinistere geknetter van den robot; ergens op een flat- of fabrieksgebouw zag je de "dakhazen" - de vrijwilligers van den burgerluchtwachtdienst - zich met een reuzensprong in veiligheid stellen. Dan de klap, de vuilgrijze rookkolom met zijn confetti van stenen en behang, z'n brokstukken van ledematen en hulzen. De toeschouwer stond machteloos. In de verte rinkelde de bel van ambulance of brandweer, op weg naar het willekeurige huis of fabrieksgebouw om er te redden wat er te redden viel.'

Hier maakte de Brigade ook voor het eerst kennis met de V-1, door de laaghangende bewolking zag men het ronkende monster niet, maar toen het ronkende geluid ineens ophield, stortte het in een nabij gelegen woonwijk en richtte veel schade aan. Meermalen klonk door de luispreker:'Take cover, take cover please, doodle-bug (=sukkeltor, vanwege het fluitend geluid) coming this direction.'

Iedere militair kreeg behalve een zwemgordel, ook 24-uurs rantsoenen en Frans geld uitgereikt. Bovendien kreeg iedereen vijftig scherpe patronen voor zijn wapen uitgereikt; het werd menens.....

'Staan we daar op de kade te wachten om ons in te schepen, komt er een V1 aanzetten met een geluid van een oude motorfiets. Het was bewolkt dus we zagen 'm niet. Toen zijn motor ineens ophield, suisde hij naar beneden over ons hoofd heen de loods in. Die spatte finaal uit elkaar en de zinken platen zeilden door de lucht. 200 meter dichterbij en ze hadden heel de Brigade kunnen afschrijven....'

'Er waren twee contingenten Nederlanders aan boord van de Ocean Angel, de kwartiermakers en de versterkingstroepen. De laatsten waren min of meer per vergissing op het schip gekomen, maar toen ze er eenmaal waren kon zelfs de Engelse militaire commandant het niet over zijn hart verkrijgen zo'n stel enthousiastelingen terug te sturen.'

   

     Op liberty ship Ocean Angel

'Gelukkig was de "Ocean Angel" geen echt troepenschip. Dat bespaarde er ons voor, slechts op voorgeschreven tijden een half uurtje aan dek lucht te mogen happen en verder in een muf en donker ruim te moeten slapen, rondhangen en kaarten. De voornaamste lading van het schip bestond uit een aantal lorries: wij waren min of meer de ballast. Een bijzonder goed gemutste ballast, die over meer dan voldoende "levensruimte" kon beschikken.'

'Op de Ocean Angel was vrijwel niets te doen: 's ochtends en 's middags was het verplicht rust - een merkwaardige militaire order, die wel aan de vergetelheid ontrukt mag worden. Twee keer per dag organiseerde wachtmeester Gras een voortreffelijke maaltijd op het dek, dat inderdaad  zo schoon werd gehouden, dat je ervan eten kon. Een Laskaar hield ons regelmatig bezig met een nummertje trekharmonicamuziek en daartussen door werd er gepokerd, geslapen en  niet te vergeten - menig doopceel gelicht van hen, die in Londen voor "autoriteit" konden doorgaan, maar naar de gangbare opinie "alleen door gebrek aan zwaartekracht naar boven waren gevallen.'

De inscheping vond plaats op verschillende tijdstippen en in verschillende schepen. De compagnie Aanvullingstroepen, w.o een detachement kwartiermakers en de Chef van Staf, embarkeerde al om 12.00 uur op 4 augustus in de Ocean Angel.

          
                                                    Op liberty ship  Samvern                                                                               Samvern  nadert Franse kust

   De laatste instructies...........    

 
Overladen van voertuigen van de Samvern in landingsvaartuigen. Links vrachtwagen van de Trein. Zij zullen in Courseulles sur Mer aan land gaan.

'Ik verkeerde in ons Liberty-schip met mijn maten benedendeks, waar iedereen een hangmat kreeg toegewezen. De stemming was er opperbest, maar het was er snikheet. We hingen er vier hoog. Erg lastig als je een keer niet zo fris voelde...'

'Toen ik terugkeek in de richting van Londen, zag ik een haag van sperballons boven de haven hangen.'

"Juist voordat we overstaken naar Normandië werden we toegesproken door 'Pa Lidth'. Hij begon zijn aanmoedigingsrede met de woorden: "Ik ben jaloerrrrrrssssss...op jullie' en gaf hierbij te kennen dat hijzelf graag zou willen meegaan om ons land te bevrijden, maar dat dit voor hem onmogelijk was. Meermalen op onze veldtocht kon je dan op hachelijke momenten horen: "Ik ben jaloerrrrrrs op jullie!"

Het Brigadestafkwartier, de verkenningsafdeling en de Batterij Artillerie werden op 4 augustus ingescheept op het Liberty ship Samvern. Dit waren vrachtschepen die in de VS in 24 dagen werden gebouwd volgens standaardontwerp: 135 mt. lang en 17,3 mt. breed.
Op zondagmorgen 6 augustus verlieten de Gevechtsgroepen 'het prikkeldraad' en gingen richting de Londense dokken. Opnieuw werd de brigade begroet met een V-1  die even later ontplofte in een havenloods. Op de valreep, hij was te laat ingelicht..., nam de minister van Oorlog Van Lidth de Jeune ('Pa Lidth')afscheid van de Brigade. Ter opbeuring beloofde hij dat "bij invaliditeit"goed voor de mannen zou worden gezorgd. Er bestonden hierover twijfels, daar de bepalingen van 1940 nog golden. De drie gevechtsgroepen werden op 6 augustus ingescheept in LST ("landing Ship, Tank = Amerikaanse landingsvaartuig) nr. 416, die daarna de Thames afvoer. Aan de monding hiervan, bevonden zich al heel veel schepen, waaronder de Samvern, en ging men voor anker.

'Terwijl wij langzaam langs de Engelse kust voeren, werd de scheepsradio aangezet en zong het BBC-koor de welbekende hymne: O God our help in ages past, our hope for years to come (Gij zijt, o heer, van de allervroegste jaren, voor ons geweest een toevlucht in gevaren) dat was heel toepasselijk en maakte veel indruk.'

Beluister en bekijk deze hymne op Youtube

'Tot ver aan de horizon zie je de witte schepen in de zon met vage rookpluimen hier en daar. Een paar M.T.B.'s komen ons met 40 mijlsvaart even voorbij schieten, een grote rechtopstaande kuif van water achter zich aan. De deining laat het schip op en neer gaan. De eerste beweging die ik eigenlijk in 't schip voel. Ineens zien we de kust en de invasiehaven. Honderden schepen liggen voor en achter het betonnen breakwater, dat zich bruingeel in 't water weerspiegelt. De zon staat laag en beschijnt een fantastisch tafereel. Een gehele haven is er gemaakt voor het kleine plaatsje Arromanches. Het dorpje zelf ligt in een dal  tussen de hoge en steile kustrotsen. Ik zie een drukte van jewelste in de haven en op de heuvels. Auto's, tanks, jeeps en "ducks" rijden af en aan. In de haven zelf schieten honderden van die "ducks" in en uit tussen de schepen, die mannetje aan mannetje aan de boeien gemeerd liggen, 't Is net een nest van mieren dat verstoord is. Boven dit alles hangen  ontelbare ballonnen om 't nest tegen luchtaanvallen te beschermen. In de lucht krioelt het van vliegtuigen die rondcirkelen of heel hoog een patrouille uitvoeren. Ze vliegen allemaal in V-formatie en vreselijk trots rond en vragen om een tegenstander maar die laat zich sinds D-Day niet zien. We blijven vannacht nog buiten Arromanches liggen, omdat de landingssteiger vol ligt. L.S.T. 408 met de Belgen en het vrachtschip "Ocean Angel " waarop de Recce en de Artillerie zijn,  gaan naar binnen.'

's Avonds om 19.00 uur ging men, samen met de Belgische Brigade, onder bescherming van oorlogsschepen op weg naar de kust van Normandië. Iedereen was verplicht onder zijn battledress zijn zwemvest (schertsend Mae West genoemd, naar de rondborstige filmster uit die tijd) te dragen. Een Duits vliegtuig vloog hoog over en wierp lukraak enkele bommen af, die geen schade aanrichtten. Na een overtocht in prachtig weer kwam men op 7 augustus om 19.00 uur aan bij de Franse kust. 

Dagboekverslag van overtocht