Rekruten uit Canada en VS - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Rekruten uit Canada en VS

Rekrutering
Rekruten uit Canada en de Verenigde Staten

De vorming van Nederlandse troepen in Canada, 1940–1943

Na de Duitse inval in Nederland in mei 1940 bevonden zich Nederlandse militairen en dienstplichtigen verspreid over verschillende landen. Een deel wist naar Groot-Brittannië te ontkomen, waar werd gewerkt aan de vorming van een Nederlandse strijdmacht. Ook in Canada en de Verenigde Staten woonden Nederlanders die zich voor de strijd tegen Duitsland wilden inzetten.
De Nederlandse regering in Londen besloot daarom een rekruterings- en opleidingsorganisatie in Canada op te zetten. Deze moest nieuwe militairen opleiden en bijdragen aan de versterking van de Nederlandse strijdkrachten in Groot-Brittannië. Een deel van de opgeleide mannen zou later bij de Prinses Irene Brigade terechtkomen; anderen kregen een bestemming bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) in Nederlands-Indië.De vorming van de Nederlandse strijdmacht in Canada

1. De overeenkomst tussen Nederland en Canada
In juli 1940 benaderde de Nederlandse minister van Oorlog de Canadese regering met het verzoek toestemming te verlenen voor de oprichting van een Nederlandse troepenmacht in Canada. Het was de bedoeling dat deze eenheid het Nederlandsch Legioen in Engeland zou versterken.
De Canadese regering stemde in met het Nederlandse verzoek, maar stelde duidelijke voorwaarden. De Nederlandse autoriteiten moesten zelf verantwoordelijk zijn voor de werving, opleiding, uitrusting en financiering van de militairen. Canada aanvaardde geen financiële verantwoordelijkheid voor onder meer hun soldij, huisvesting, medische verzorging en vervoer.

Op 22 augustus 1940 werd de overeenkomst tussen beide regeringen bekrachtigd. In de voorwaarden stond onder meer dat Canadese staatsburgers en Britse onderdanen niet in het Nederlandse bataljon mochten worden opgenomen. Ook moesten de Nederlandse troepen zich houden aan de Canadese wet- en regelgeving.
Deze overeenkomst vormde de basis voor de verdere organisatie van de Nederlandse rekrutering in Canada.

Formation of Netherlands Force in Canada                                                                                      
Terms of Approval by Canadian government, 22 Aug 1940
                                       
A that Canadian nationals and British subjects will not be permitted to enlist in the Netherlands
battalion;
B that all plans for obtaining recruits in the United States will be executed with proper discretion
and in conformity with the laws and regulations there in force;
C that the Canadian Government will accept no responsibility, financial or otherwise, for the
recruiting, training, organization and equipping of the men enlisted;
D that the Canadian Government will accept no responsibility for pay and  allowances,
transportation costs, rations or quarters of the men enlisted, or for the return  transportation to
Canada after hostilities cease, or in the event of any of the men being  discharged;
E that the Netherlands authorities agree not to accept for enlistment persons who are regarded by
the Canadian Government as working in essential occupation;
F that the Canadian Government will accept no responsibility for hospitalization or medical
treatment while the men are so serving in the Netherlands Legion, or for  pensions or other
similar indemnity to those who may join the force;
G that, while the Canadian Government is free of any responsibility as noted above, the force
organized and all members thereof must be subject to and conform with Canadian  law and
regulations and Canadian authority, civil and military, relating to or controlling armed forces in
Canada;
H that steps will be taken to bring the foregoing matters to the attention of prospective recruits.
(Extract from H.Q.S. 8636, vol 1: Skelton to Ralston,  21 Aug 40, attached memo)


De spotprent van overste Sas uit De Bromtol. Cartoonist: E. van Stokkum

2. De rekrutering begint in Ottawa
Op 7 september 1940 ondertekende minister Dijxhoorn de opdracht om een Nederlandse troepenmacht in Canada te formeren als aanvulling op het Nederlandsch Legioen in Engeland.
De leiding van de missie kwam in handen van luitenant-kolonel G.J. Sas. Hij werd bijgestaan door majoor W.H. Snijders, Kapt. (later Majoor) W.T. Carp, kapitein S. van den Berg, kapitein A. Kerkhoven, kapitein H.P.J. Bosch van Drakenstein, luitenant W. Calten en luitenant A. du Bois.

Op 26 september 1940 werd de organisatie in werking gesteld vanuit een gebouw aan Sparks Street 48 in Ottawa. Het personeel bestond onder anderen uit ambtenaren en onderofficieren die uit Engeland waren overgekomen.
Voor de werving werd samengewerkt met de Canadese National War Services. Begin november 1940 begon de daadwerkelijke aanmelding van kandidaten.
De werving richtte zich niet uitsluitend op Nederlanders die in Canada woonden. Ook Nederlanders in andere landen, waaronder de Verenigde Staten, de Nederlandse Antillen en Suriname, konden zich aanmelden.
Tegen januari 1944 waren er in totaal 1.176 mannen gerekruteerd, van wie 416 uit Canada, de Nederlandse Antillen en Suriname afkomstig waren.


De oorspronkelijke wervingsposter:

 
De Prinses Juliana Kazerne in Stratford (Bron: Stratford-Perth archives)



Wettelijke verplichtingen en vrijwillige dienstneming
De vorming van een Nederlandse troepenmacht in Canada bracht bijzondere juridische vraagstukken met zich mee. Nederlanders die in Canada verbleven, hadden te maken met de Nederlandse wetgeving, terwijl de werving en opleiding op Canadees grondgebied plaatsvonden.
Volgens de destijds geldende regeling moesten Nederlanders met de Nederlandse nationaliteit in Canada aan hun militaire verplichtingen voldoen. De daadwerkelijke indiensttreding bij de Nederlandse troepenmacht was echter op vrijwillige basis. Er mocht geen dwang worden uitgeoefend op personen die niet wensten te dienen.
Dat betekende niet dat dienstplichtontduiking of desertie zonder gevolgen bleef. Een Nederlandse staatsburger die niet aan zijn militaire verplichtingen had voldaan, kon bij terugkeer op Nederlands grondgebied of aan boord van Nederlandse schepen maatregelen van de Nederlandse overheid verwachten.

De Prinses Juliana Kazerne in Stratford
Voor de opvang en opleiding van de Nederlandse rekruten werd een locatie gezocht waar de mannen konden worden ondergebracht en voorbereid op hun militaire taak. De Nederlandse organisatie was aanvankelijk in Montreal gevestigd.
Op 15 januari 1941 verhuisde de Nederlandse organisatie naar een voormalige meubelfabriek van McLagan in Stratford, Ontario. Het gebouw bood betere mogelijkheden om de militairen onder te brengen en op te leiden. De locatie kreeg de naam Prinses Juliana Kazerne. Boven de ingang werd een grote V aangebracht, met aan de ene zijde de Nederlandse vlag en aan de andere zijde de Britse Union Jack.
De verhuizing van Montreal naar Stratford werd door de Nederlandse regering betaald. Ook de kosten voor de huisvesting kwamen uiteindelijk voor Nederlandse rekening.
Stratford vormde een belangrijk centrum voor de opleiding van de Nederlandse militairen in Canada.

De Nederlandse troepen in Canada vormden geen bataljon in de gebruikelijke militaire betekenis. Het was in de eerste plaats een opleidings- en rekruteringsorganisatie. De leiding berustte aanvankelijk bij luitenant-kolonel G.J. Sas en werd later overgenomen door W.T. Carp, die uiteindelijk generaal-majoor werd.
Het aantal potentiële rekruten in Canada was beperkt. In augustus 1940 woonden er volgens de bestaande gegevens slechts 508 Nederlandse dienstplichtigen in het land. Daarom werden ook Nederlanders uit de Verenigde Staten en verschillende landen in Midden- en Zuid-Amerika geworven.

Het aanmeldformulier voor nieuwe rekruten. Bron: C. Hijszeler

Klik hier voor de ervaringen van Jan Peyrot uit de VS
De opleiding van de rekruten
De opleiding was erop gericht de rekruten voor te bereiden op hun militaire inzet. De mannen moesten leren omgaan met wapens, militaire discipline ontwikkelen en gewend raken aan het leven binnen een militaire organisatie.
De opleiding vond plaats onder Canadese omstandigheden. De Nederlandse militairen kregen te maken met een andere omgeving, andere weersomstandigheden en een militaire praktijk die niet in alle opzichten overeenkwam met wat zij in Nederland gewend waren.
Ook de samenstelling van de groep was bijzonder. De rekruten kwamen uit verschillende landen en gebieden en hadden uiteenlopende achtergronden. Wat hen verbond, was hun Nederlandse afkomst en de wens om een bijdrage te leveren aan de bevrijding van Nederland.
Voor militairen die bestemd waren voor dienst in Nederlands-Indië of de tropen waren bovendien aangepaste uniformen nodig.

Oefening in de winter in de buurt van Stratford, de officier (met stok) in het midden is R. Rutte

















Toekomstige KNIL'ers in tropentenue (Bron foto's: Stephan Brouwer)

Koninklijke Nederlandse troepen in tropentenue in Stratford, juni 1941 (Bron H.J.M. Schippers)

 
Oefeningen voor inzet in de tropen (Bron Stratford-Perth archives)

Het gevechtsuniform voor de tropen, waarin de mannen in Canada werden opgeleid, was afkomstig van de Amerikaanse "war-aid" en als zodanig in Canada terechtgekomen. Het bestond uit een shirt, pantalon en Canadese suspensie.


Namenlijst personeel te Guelph (Bron Lizette Eysbouts)
Uniformen, kentekens en bewapening
De Canadese autoriteiten verlangden aanvankelijk dat de Nederlandse troepen een Canadees gevechtstenue zouden dragen, voorzien van Nederlandse kentekens. Na overleg tussen de Nederlandse en de Canadese regering werd van deze eis afgezien.
Ook het gebruik van vuurwapens was aan beperkingen gebonden. Volgens de gemaakte afspraken mochten de wapens uitsluitend worden gebruikt tijdens exercities en militaire oefeningen.
In Engeland waren Nederlandse militairen herkenbaar aan de zogenoemde Maple Leaf-badge. Deze badge verwees naar Canada en vormde een herkenningsteken voor de Nederlandse militairen die daar waren opgeleid of met het land verbonden waren.

De opleiding van de rekruten

De opleiding was erop gericht de rekruten voor te bereiden op hun militaire taak. De mannen moesten leren omgaan met wapens, militaire discipline ontwikkelen en gewend raken aan het leven binnen een militaire organisatie.
De opleiding vond plaats onder Canadese omstandigheden. De Nederlandse militairen kregen te maken met een andere omgeving, andere weersomstandigheden en een militaire praktijk die niet in alle opzichten overeenkwam met wat zij in Nederland gewend waren.
De samenstelling van de groep was bijzonder. De rekruten kwamen uit verschillende landen en gebieden en hadden uiteenlopende achtergronden. Wat hen verbond, was hun Nederlandse afkomst en de wens om een bijdrage te leveren aan de bevrijding van Nederland.
Voor militairen die bestemd waren voor dienst in Nederlands-Indië of de tropen waren bovendien aangepaste uniformen nodig.

Klik hier voor de sterkte van de Nederlandse troepen in Canada in september 1943

Via internationale Brigade naar Guelph (een bijzonder verhaal van PIB'ers Henk Leusink en Bas van der Rest)
   

Paspoort van sergeant Leo van Jochem uitgegeven in Guelph  (foto: C. Hijszeler)

Het dagelijks leven in Stratford en Guelph
Het leven van de Nederlandse militairen bestond niet alleen uit opleiding en oefeningen. Ook de dagelijkse omstandigheden, de onderlinge contacten en het verblijf in Canada maakten deel uit van hun ervaringen.
In brieven en berichten uit die tijd komen indrukken naar voren van het leven in de kazerne en de contacten met de omgeving. Een brief van een militair uit juni 1943, gepubliceerd in Amigoe di Curaçao, geeft hiervan een inkijkje:

"De eerste week zijn wij al druk aan het marcheren, exerceren etc. en beginnen al op echte soldaten te lijken.
Wij staan om half 7 op; dan gymnastiek en ontbijt. Om half 9 appèl, daarna marcheren, geweer excercitie, theorie (teierie, zoals dat hier genoemd wordt) en dan tegen half elf even vrij om een kop koffie in de cantine te kunnen drinken. Schaften om 12 uur, dan rust tot 13.45 uur en dan weer excercitie tot 17 uur. 's Zaterdag 's ochtends meestal een grote mars of veld-oefening."
Over de uitrusting schrijft hij: "Ik heb 2 uniformen (het tweede heb ik nog niet), overjas, 3 stel lang ondergoed, 3 paar kousen, 1 paar kistjes, overschoenen, gymnastiekschoenen, 3 hemden, scheergerei, schoenpoetsgerei, 2 handdoeken, 1 sloop, dekens (geen lakens), dikke wollen handschoenen, balaclavahelm, enfin, van alles."
Verder: "Er wordt hier in Guelph enorm veel gedaan om het leven van de soldaten gezellig te maken. Vier maal in de week zijn er dansavonden; dan is
er een cantine (niet te verwarren met de onze), waar je heel goed en goedkoop kunt eten, lezen, grammophoonspelen, bridgen, etc."

Naast Stratford speelde ook Guelph een rol in het verblijf en de opleiding van Nederlandse militairen. De ervaringen van de mannen in deze plaatsen vormen een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Canada.

Koninklijke Nederlandse troepen in Stratford, mei 1941

Koninklijke bezoeken en andere bijzondere bezoekers
De Nederlandse militairen in Canada kregen ook bezoek van vertegenwoordigers van het Nederlandse koningshuis en andere prominente personen. Zulke bezoeken waren van betekenis voor de mannen, die ver van hun bezette vaderland verbleven.
De aanwezigheid van leden van het koninklijk huis onderstreepte de verbondenheid tussen de Nederlandse regering in ballingschap, de militairen en de Nederlandse gemeenschap in het buitenland.

Prins Bernhard op bezoek in Guelph

Het opleidingskamp werd zes keer met een bezoek vereerd door Prinses Juliana. Prins Bernhard bezocht Guelph in januari 1942 om de Prinses Julianakazerne te inspecteren en een toespraak te houden voor de troepen. Het was een zeldzame gelegenheid dat de stad niet-Britse royalty's ontving. Gekleed in het uniform van de Nederlandse Luchtmacht, vertelde de prins de mannen dat hij van ieder van hen verwachtte dat ze hun uiterste best zouden doen voor de bevrijding van hun land. Prins Bernhard werd vergezeld door de hoofdredacteur van het Nederlands persbureau Mercury, dat vanuit New York opereerde. Hij vertelde de Mercury dat de gastvrijheid van Canada de harten van de Nederlanders had geraakt en dat ze dit nooit zouden vergeten.
In de officiersmess van de Prinses Julianakazerne hielden Nederlandse officieren een receptie, waarop ze de burgemeester van Guelph, W.G. Taylor, en zijn vrouw vermaakten, samen met andere burgerambtenaren en vertegenwoordigers van de lokale Canadese legerreserves en de RCAF Wireless School van het Ontario Agricultural College. Als tegenprestatie werden de Nederlandse militairen uitgenodigd voor een dans en diner in de St. James Church en een vertoning van de Britse film "One of Our Aircraft Is Missing. Hierin werd het verhaal verteld over het Nederlandse verzet, dat de bemanning van een neergestorte RAF bommenwerper hielp.
Om het moraal te verhogen, bezocht de toen populaire filmster Madeline Carrol ook de troepen in opleiding. Tevens vereerde de gouverneur-generaal Athlone hen met een bezoek.

Discipline en rechtspositie
De Nederlandse militairen in Canada moesten zich houden aan de geldende militaire regels en voorschriften. Daarbij speelden zowel de Nederlandse militaire organisatie als de Canadese wetgeving een rol.
De bijzondere situatie van een Nederlandse strijdmacht op Canadees grondgebied bracht praktische en juridische vragen met zich mee. De mannen verbleven immers in Canada, terwijl zij deel uitmaakten van een Nederlandse militaire organisatie die was gevormd met het oog op de voortzetting van de strijd tegen Duitsland.

Koningin Wilhelmina inspecteert de nieuwe rekruten uit Canada in Wrottesley Park

De financiële afspraken met Canada
De Canadese regering stemde in met de vorming van een Nederlands bataljon in Canada onder de voorwaarde dat de Nederlandse regering in Londen financieel verantwoordelijk zou zijn voor deze operatie. Het Canadese ministerie van Defensie bood wel advies en praktische ondersteuning.
De verhuizing van Montreal naar Stratford werd volledig door de Nederlandse regering betaald. De huur van de gebouwen in Stratford werd geïnd door het Canadese ministerie van Defensie en vervolgens bij de Nederlandse regering in Londen in rekening gebracht.
De Canadese autoriteiten boden daarnaast verschillende vormen van kosteloze medewerking. Zo mochten wervingsborden gratis in plaatselijke postkantoren worden geplaatst en kon gebruik worden gemaakt van Canadees opleidingsmateriaal. Ook de onderzoeken van de Royal Canadian Mounted Police (RCMP) naar mogelijke spionnen onder de rekruten werden volgens de oorspronkelijke beschrijving kosteloos uitgevoerd.
De samenwerking tussen beide regeringen bestond daarmee uit een combinatie van Nederlandse financiële verantwoordelijkheid en Canadese praktische ondersteuning.

Het einde van de opleiding in Canada
De opleiding in Canada was bedoeld om de Nederlandse militairen voor te bereiden op hun verdere militaire loopbaan tijdens de oorlog. De mannen werden opgeleid met het oog op hun inzet binnen de Nederlandse strijdkrachten.
De geschiedenis van de Nederlandse rekruten in Canada vormt daarmee een minder bekend, maar belangrijk onderdeel van de Nederlandse militaire geschiedenis tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Via internationale Brigade naar Guelph
(een bijzonder verhaal van PIB'ers Henk Leusink en Bas van der Rest)
   
Volgens de afspraken werd het kamp in Guelph gesloten op 23 oktober 1943. Het overgrote deel van het personeel werd overgeplaatst naar het Verenigd Koninkrijk, maar sommige werden ook in de VS of Canada tewerkgesteld. De training werd echter vanaf die datum in Engeland voortgezet. De rekrutering werd vanaf die datum overgenomen door een militair bureau dat verbonden was aan het Nederlands consulaat in Montreal.

Herinnering en monumenten
De Nederlandse aanwezigheid in Canada heeft blijvende sporen nagelaten. De herinnering aan de Nederlandse militairen wordt onder meer levend gehouden door monumenten en gedenkplaatsen.

In 1959 werd een Nederlands Herdenkingsmonument, het zgn. "Wounded Bird statue", op de oevers van de rivier Avon in Stratford onthuld. In aanwezigheid van de Nederlandse ambasadeur D.E.D.J. Balluseck en Generaal W.T. Carp (links). Deze laatste hield een speech, die u hier kunt lezen.



Op 14 mei 2017 werd deze zgn. Dutch Memorial Garden, op de hoek van Huron Street en William Street in Stratford, door Prinses Margriet opnieuw ingewijd. Rond het Wounded Bird standbeeld is ook een perk met Nederlandse bloemen en staat er een informatiebord over het Nederlands opleidingscentrum voor de Prinses Irene Brigade tussen januari 1941 en september 1942.



Terug naar de inhoud