Twee gesneuvelden in Horssen
In Nederland
Twee gesneuvelden in Horssen
"Daar lagen ze doorzeefd met kogels, twee van mijn beste maatjes"
Op 7 oktober 1944 kwamen twee militairen van de Prinses Irene Brigade om het leven bij Boven-Leeuwen: soldaat Marius Kroon en dienstplichtig soldaat Raymond Ivo Anne Arnoti. Beiden maakten deel uit van de verkenningsafdeling, de Recce, en waren betrokken bij de bewaking van de Waalbandijk.
De twee gesneuvelden
Hun dood vond plaats in een periode waarin de Duitse troepen vanuit de overkant van de Waal nog regelmatig het bevrijde gebied binnendrongen. In de nacht van 6 op 7 oktober werden in de omgeving van Wamel en Leeuwen Duitse acties uitgevoerd, waarbij huizen in brand werden gestoken en burgers werden bedreigd. Ook de militairen van de Irene Brigade liepen gevaar.
De gebeurtenissen rond de dood van Kroon en Arnoti zijn door verschillende militairen en inwoners van Boven-Leeuwen en Horssen beschreven. Hun herinneringen geven een indringend beeld van de nacht waarin de twee jonge mannen sneuvelden.
De twee gesneuvelden
1918-1944 1914-1944

Marius Kroon (1918–1944)
Marius Kroon werd op 23 april 1918 geboren in Haarlemmermeer. Hij was een zoon van smid Maurits Cornelis Kroon (1886–1934) en Willemina Catharina Honcoop (1887–1971). Het gezin telde negen kinderen.
Marius vertrok in 1937, op negentienjarige leeftijd, naar Argentinië om daar een zelfstandig bestaan als boer op te bouwen. In 1941 ging hij naar Engeland, waar hij zich aansloot bij de Prinses Irene Brigade. Hij nam vervolgens deel aan de geallieerde bevrijdingstocht door Frankrijk, België en Zuid-Nederland.
In oktober 1944 kwam hij met de verkenningsafdeling in het Land van Maas en Waal terecht. De Brigade moest er patrouilles uitvoeren en voorkomen dat Duitse militairen de Waal overstaken.
Marius werd op 7 oktober 1944 bij Boven-Leeuwen dodelijk getroffen. Hij werd begraven op de Nederlands-Hervormde begraafplaats in Horssen.
Op zijn graf werd na de oorlog een gedenkteken geplaatst dat was bekostigd door de Nederlandse gemeenschap in Argentinië. Het opschrift luidt:
‘Gevallen voor zijn Vaderland 7-10-'44.’
De Bijbeltekst op de grafsteen, Johannes 15:13, luidt: ‘Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.’
Raymond Ivo Anne Arnoti (1914–1944)Raymond Ivo Anne Arnoti werd op 12 juni 1914 geboren in Antwerpen. Zijn ouders waren Kurt Arnóti (1880–1950) en Celine Anne de Ridder (1888–1992). Het gezin woonde in Rotterdam.
Raymond sprak Frans en maakte deel uit van de verkenningsafdeling van de Prinses Irene Brigade. Hij trok in augustus 1944 met de Brigade naar Normandië en nam deel aan de bevrijdingstocht door Frankrijk, België en Zuid-Nederland.
Begin oktober 1944 verbleef hij met de Recce in het Land van Maas en Waal. Daar werd hij ingezet bij de patrouilles langs de Waal.
Raymond sneuvelde op 7 oktober 1944, samen met zijn kameraad Marius Kroon. Ook hij werd begraven op de Nederlands-Hervormde begraafplaats in Horssen.
Ingekwartierd in Boven-Leeuwen
In de avond van 6 oktober 1944 was een deel van de verkenningsafdeling ingekwartierd in een boerderij in Boven-Leeuwen. De militairen moesten wachtposten uitzetten en de dijk in de richting van Beneden-Leeuwen bewaken. Er waren berichten binnengekomen dat Duitse troepen de Waal waren overgestoken of dat zouden proberen.
De verkenningsafdeling bestond uit kleine groepen die over een groot gebied werden ingezet. Daardoor moesten de militairen met beperkte aantallen wachtlopen en patrouilleren. Het was noodzakelijk de Duitse bewegingen tijdig op te merken, maar het gevaar van een hinderlaag was groot.
Een van de militairen die bij de verkenningsafdeling diende, herinnerde zich hoe de wachtindeling tot stand kwam:
‘Ik behoorde toen tot de “Carriertroop” van de Verkenningsafdeling, commandant 1ste luitenant B. ter Haar. Op 6 oktober laat in de namiddag lagen we ingekwartierd in een boerderij in Boven-Leeuwen. Het was noodzakelijk wachtposten uit te zetten. Rudi Hemmes, Lex van de Ven, Raymond Arnoti, Marinus Kroon en Bill Susan kregen als taak vanaf het invallen van de duisternis met twee man een stuk dijk richting Beneden-Leeuwen te bewaken. Raymond Arnoti gooide een muntje op, “kruis of munt”, won en besloot om samen met Marinus Kroon de bewaking van de dijk de eerste twee uur te gaan doen. “Kruis of munt”...., toen na 2 uur Rudi, Lex en Bill onze twee kameraden kwamen aflossen, waren Raymond Arnoti en Marinus Kroon gesneuveld.’
De mannen die achterbleven, zouden hun kameraden die nacht niet meer terugzien.
De Duitse acties aan de Waalbandijk
In de nacht van 6 op 7 oktober staken Duitse militairen de Waal over. In de omgeving van Wamel en Leeuwen voerden zij aanvallen en vergeldingsacties uit. Huizen aan de Waalbandijk werden in brand gestoken en bewoners werden uit hun woningen verdreven.
In Boven-Leeuwen bevonden zich eveneens militairen van de Irene Brigade. Volgens de getuigenissen wisten de Duitsers dat er in de omgeving wachtposten waren opgesteld. Een van de ooggetuigen vertelde dat de Duitsers een veldwachter hadden aangehouden en hem hadden gedwongen aan te wijzen waar de Irenebrigadiers verbleven.
Wim Bull was elf jaar oud toen de gebeurtenissen plaatsvonden. In de boerderij van zijn familie verbleven op dat moment 26 militairen van de Prinses Irene Brigade. Hij herinnerde zich de nacht als volgt:
‘Ik was elf jaar toen het gebeurde. In onze boerderij bivakkeerden op dat moment 26 soldaten van de Prinses Irene Brigade. Zij aten en sliepen in de voorkamer en keuken.
Ik sliep met mijn zusje Tilly in de opkamer van de boerderij, toen we 's nachts vlakbij ons raam een harde knal hoorden. Even later hoorde ik mijn vader met een man van de Irenebrigade praten. Hij zei dat twee van zijn mannen voor de deur waren gedood en dat mijn vader zijn vrouw en kinderen binnen moest houden. Die man van de Irenebrigade vroeg aan mijn vader of hij zolang de broeibakplanken mocht lenen om die mannen op te leggen.
Wij keken ondertussen stiekem door de gordijnen en zagen in het donker voor ons raam iets op de grond liggen. Vroeg in de morgen kwam een Rode Kruisauto de stoffelijke overschotten ophalen. Mijn zus en ik hielpen onze vader daarna meteen met het reinigen van de zijgevel. Met een schep en een bezem moesten we de stoffelijke resten van de muur halen. We hebben die nog, met toestemming van hun commandant, in de voortuin begraven.’
Bull vertelde later dat hij had gehoord dat de Duitsers zich bij de bakkerij van Van Eck hadden verscholen. Die bakkerij stond aan de overzijde van de weg, tegenover de boerderij van de familie Bull. Toen de twee militairen van de Irene Brigade in het zicht kwamen, ontstond een schotenwisseling. Vrijwel tegelijkertijd ontplofte een handgranaat van een van de Irenemannen. Beide militairen raakten daardoor afschuwelijk verminkt.


De voorkant van de boerderij van de familie Bull en, daaronder, de rechterzijde van de boerderij. Aan de rechterzijde van de weg stond destijds de bakkerij van Van Eck. Foto: Tonny de Heuvel, www.bovenleeuwen.com.
Een tweede ooggetuige vertelt
Ook de heer De Heuvel herinnerde zich de nacht van de aanval. Hij woonde in de buurt en werd wakker van het lawaai en de branden langs de Waalbandijk.
Hij vertelde:
‘Ik werd die nacht rond een uur of twee, drie plotseling wakker van een hoop lawaai op de Waalbandijk. Er bleken heel veel huizen aan die dijk in brand te staan. Ik ben toen, zonder medeweten van mijn ouders, naar buiten gegaan en zag nog net vanuit ons erf dat twee soldaten van de Irenebrigade werden afgelost. Ze kwamen juist de oprit van de Waalbandijk bij de Florastraat afwandelen, toen twee Duitsers, die ik herkende aan hun helmen, die tegen de deur van de tegenover gelegen bakkerswinkel van Van Eck geleund stonden, op hen schoten. Ik hoorde daarna nog een grote knal. Ze waren op slag dood.
Buurtgenoten mochten niet naar die gesneuvelden toegaan, omdat andere Irenemannen ons naar binnen dirigeerden. Die twee Duitsers renden na hun daad richting de dijk die ze overstaken bij het café, daarna de uiterwaarden door, richting de Waal.’
De Heuvel vertelde daarnaast dat ook leden van de ondergrondse in de omgeving waren ingekwartierd. Hun hoofdkwartier bevond zich in het nabijgelegen Altforst. Toen de Duitsers naderden, waren zij al vertrokken voordat de bewoners wisten wat er gebeurde.
Volgens zijn herinnering werden de twee militairen van de Irene Brigade op de oprit bij de boerderij van Bull aan de Florastraat onderschept. Er volgde een kort vuurgevecht. Hij herinnerde zich dat er werd gezegd dat een handgranaat aan de gordel van een van de militairen was ontploft.
‘Daar lagen ze doorzeefd met kogels’
Een militair van de verkenningsafdeling was die nacht op een motor onderweg om een bericht naar een boerderij achter de dijk te brengen. Hij wist dat de wachtposten gewaarschuwd moesten zijn voor een mogelijke Duitse patrouille.
Hij beschreef wat er gebeurde:
‘Ik sliep in een boerderij een eind van de rivier de Waal af. Via de radio hadden we bericht ontvangen dat Duitsers de Waal waren overgestoken en in de richting van Boven-Leeuwen kwamen. Ik moest op de motor een bericht naar een boerderij achter de dijk brengen. Onze mannen, die daar op wacht stonden, moesten op hun hoede zijn voor een Duitse patrouille, die over de Waal in onze richting zou komen.
Ik was vlakbij de dijk toen ik geratel hoorde. Ik dook in een greppel. Van daar zag ik twee van onze jongens op de grond liggen: Kroon en Arnoti. Ze waren door een sluipschutter doorzeefd met kogels. Als ik iets eerder was geweest, zou ik ook neergemaaid zijn.
Onze commandant Ter Haar riep onze groep na de eerste paniek bij elkaar en dwong ons naar de lijken op de grond te kijken. “Kijk maar, daar liggen ze. Kijk er maar goed naar. Ze hebben geen pijn meer en geen angst meer, zo erg is het dus ook niet.” Die man zag het goed: als hij was gaan jammeren, zouden we dagenlang van streek zijn geweest.’
Dezelfde getuige vertelde later dat hij de lichamen in de Hervormde kerk in Horssen had verzorgd. In die kerk was een noodhospitaal ingericht.
‘In de Hervormde kerk in Horssen, waar we toen een noodhospitaal hadden, heb ik toen de lijken dichtgebonden. Dat had ik geleerd op de grote vaart, op een troepenschip. De laatste steek moest door de neus.....’
Een andere militair beschreef hoe de lichamen werden weggehaald:
‘Toen we de lichamen weghaalden stonden de inwoners van Leeuwen door de ramen te kijken. We hadden niet kunnen achterhalen wie de aanslag gepleegd had en kregen een beetje het gevoel dat waarschijnlijk iemand uit het buurtje meer gezien had. Ik richtte mijn geweer op de ramen en schreeuwde dat ze naar binnen moesten. Ze hoefden niet te zien hoe wij die jongens wegdroegen. Toen het licht werd, zijn de lichamen naar ons hoofdkwartier in Horssen gebracht. Ik heb ze in dekens genaaid voor de begrafenis achter een kerkje in Horssen.’
De verschillende verklaringen maken duidelijk hoe plotseling de aanval verliep en hoe zwaar de gebeurtenis de overlevenden trof. Over de precieze omstandigheden bestaan verschillen tussen de herinneringen. Wel staat vast dat Kroon en Arnoti tijdens de bewaking bij Boven-Leeuwen door Duits vuur om het leven kwamen.
Een muntje besliste over de wacht
De militairen die met Kroon en Arnoti hadden gediend, bleven zich de gebeurtenis nog lang herinneren. Een van hen vertelde dat hij kort voor de aanval nog met beide mannen had gesproken.
‘15 minuten voor de aanslag sprak ik nog met die beide soldaten. Ze zeiden dat we niet bang hoefden te zijn en rustig konden gaan slapen, ondanks dat in Beneden-Leeuwen heel veel huizen in brand stonden.’
Hendrik Koopmans herinnerde zich de schoten waarmee zijn kameraden werden getroffen. Hij nam het initiatief om ervoor te zorgen dat de twee mannen in kisten werden begraven.
‘Ik, Hendrik Koopmans, hoor nog de schoten waarmee Raymond Arnoti en Marius Kroon geveld zijn. Ook heb ik gezorgd dat beide kameraden in een kist werden begraven en niet in een deken werden weggerold, althans ik heb het initiatief daartoe genomen. Van de kisten is Tony Vlemingh en/of Ad Raaymakers getuige geweest. Ik heb een van mijn zonen, nu havenmeester in Belem (Brazilië) Raymond Mario laten noemen.’
Een andere herinnering gaat over de kwetsbare positie van de twee wachtposten:
‘Die twee gezworen kameraden waren een doelwit op zich tijdens hun wandeling bij volle maan. Het was logischer geweest als ze achter een boom of huis hadden staan posten. Wij bivakkeerden op dat moment in een boerderij in Boven-Leeuwen en hoorden ineens geratel van machinegeweren. Toen we op de plek des onheils aankwamen, lagen daar de doorzeefde lichamen van die jongens. Van Duitsers was al helemaal geen spoor meer te bekennen. Ik heb ze toen naar binnen helpen dragen.’
Een dorpsslager in Leeuwen herinnerde zich eveneens dat hij de twee militairen nog had gezien voordat ze werden gedood:
‘Ik zie de jongens nog lopen bij volle maan. Ik had gehoord dat er een Duitse aanval werd verwacht en waarschuwde ze allebei nog. Hun laatste antwoorden waren: “Die zullen we een warm onthaal geven.” Even later waren ze zelf morsdood.’
Ook een familie bij wie de twee mannen verbleven, had warme herinneringen aan hen:
‘Raymond en Marius waren bij ons in huis. Wij hadden een groot gezin van één jongen en vijf meisjes. Wij meisjes waren gek op hen en kamden hun haar. Mijn moeder maakte net voor ze op die bewuste patrouille gingen nog karnemelkspap met gedroogde pruimen voor ze klaar. We hebben dagenlang gehuild toen die jongens zo plotseling sneuvelden.’
Het bericht bereikt het hoofdkwartier
Een radio-operator van de groep die op 6 oktober 1944 in Leeuwen verbleef, hoorde vrijwel onmiddellijk van de dood van Arnoti en Kroon. Hij gaf het bericht door aan het hoofdkwartier in Grave.
Hij herinnerde zich ook dat er kritiek was op de manier waarop de Brigade over het gebied was verspreid:
‘Ik was radio-operator in de groep die 6 oktober 1944 in Leeuwen zat en hoorde onmiddellijk van de dood van Arnoti en Kroon, gaf het dan door aan HQ in Grave. Wel was ik verbaasd, dat de overledenen niet later getransporteerd werden.
Kroon, de stoere boerenjongen, die uit Argentinië kwam, had, als ik mij niet vergis, familie in Lisse. Zijn vriend Kolenbrander kwam ook uit Argentinië. Arnoti, Frans sprekend, had familie in Rotterdam en Marokko. Het verlies van deze twee vrienden was wel degelijk een klap. Er was toentertijd kritiek, dat onze kleine groep niet de verdediging van zo'n hele streek had moeten accepteren en dat de Brigade (die niet de sterkte van een Brigade had) zich niet zó moest versplinteren. Enfin, ruim 60 jaar later kan men alleen maar zeggen, dat deze jongens niet vergeten zijn.’
De opmerking over de verspreiding van de Brigade laat zien dat de gebeurtenissen niet alleen persoonlijk verdriet veroorzaakten, maar ook vragen opriepen over de omvang van het gebied dat met de beschikbare manschappen moest worden beveiligd.
De begrafenis in Horssen

Na hun dood werden de lichamen van Marius Kroon en Raymond Arnoti naar Horssen gebracht. In de Hervormde kerk was een noodhospitaal ingericht. De militairen verzorgden de lichamen voor de begrafenis.
Op de Nederlands-Hervormde begraafplaats in Horssen kregen de twee mannen hun laatste rustplaats. De plaatselijke bevolking leefde mee met de militairen en zorgde voor bloemen.

De graven van de twee gesneuvelden van de Prinses Irene Brigade, Marius Kroon en Raymond Arnoti, op de Nederlands-Hervormde begraafplaats in Horssen.
De familie van Marius Kroon ontving na de bevrijding zijn persoonlijke bezittingen. Daarbij zat een bundeltje brieven van Engelse meisjes die hij na de landing in Normandië had ontvangen en zorgvuldig had bewaard.
De familie had via het Rode Kruis vernomen dat Marius zich in Nederland bevond. Pas na de bevrijding werd duidelijk wat er in het Land van Maas en Waal was gebeurd.
Een plaquette in Boven-Leeuwen
De dood van de twee militairen werd ook in Boven-Leeuwen herdacht. Op 12 april 2007 werd daar bij de plaatselijke kerk op het oorlogsmonument een plaquette onthuld ter nagedachtenis aan Marius Kroon en Raymond Arnoti. Bij de onthulling waren onder anderen familieleden van Kroon, commandant van de Recce 1ste luitenant B. ter Haar en generaal-majoor buiten dienst Rudi Hemmes aanwezig.

Rudi Hemmes vertelde bij de herdenking hoe hij zelf aan de dood was ontsnapt doordat hij eerder van wacht had geruild:
‘Ik ben overal doorheen gesloft. Dan lijkt het gemakkelijk te gaan. Af en toe op wacht staan en dan moet je soms een beetje geluk hebben. Ik had bij Boven-Leeuwen een wacht geruild met een andere soldaat. Ik lag net onder mijn deken of ik hoorde machinegeweergeratel en een harde knal. Duitsers hadden onze wachtpost beschoten en bij één van hen een handgranaat aan zijn gordel geraakt. Die ontplofte. Dat was de wacht die ik oorspronkelijk moest lopen. Ik heb echt zo'n mazzel gehad, want van onze brigade is toch 49 man gesneuveld.’
De herinnering van Hemmes maakt duidelijk hoe klein het verschil kon zijn tussen leven en dood. Een wacht ruilen, een paar minuten eerder of later op een bepaalde plek zijn: het kon bepalend zijn voor de afloop.
Klik hier voor alle info over de onthulling van deze plaquette.
Klik hier voor alle info over de onthulling van deze plaquette.
Twee jonge militairen niet vergeten
Marius Kroon was vanuit Argentinië naar Europa teruggekeerd om mee te vechten voor de bevrijding van Nederland. Raymond Arnoti had zich eveneens bij de Prinses Irene Brigade aangesloten en was met de Brigade door Frankrijk en België naar Zuid-Nederland getrokken.
Beiden sneuvelden op 7 oktober 1944, dicht bij het einde van hun bevrijdingstocht, tijdens een patrouille bij Boven-Leeuwen. Hun dood maakte diepe indruk op hun kameraden en op de inwoners van de streek.
De getuigenissen van de bewoners en de militairen bewaren niet alleen de feiten, maar ook de menselijke herinnering aan de twee mannen. Hun namen worden genoemd op de graven in Horssen en op de plaquette in Boven-Leeuwen.
Marius Kroon en Raymond Arnoti worden niet vergeten.