Wageningen
Bevrijding
Wageningen – De bevrijding
Mei 1945: de laatste dagen van de Prinses Irene Brigade in de oorlog
De aanloop naar de bevrijding
Begin mei 1945 naderde het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De geallieerde troepen rukten verder op, terwijl de Duitse positie steeds uitzichtlozer werd. Ook voor de Prinses Irene Brigade, die aan het Maasfront bij Hedel had gevochten, kwam het einde van de strijd in zicht.
Begin mei 1945 naderde het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De geallieerde troepen rukten verder op, terwijl de Duitse positie steeds uitzichtlozer werd. Ook voor de Prinses Irene Brigade, die aan het Maasfront bij Hedel had gevochten, kwam het einde van de strijd in zicht.
De onderhandelingen over de aanvoer van voedsel voor de uitgehongerde bevolking leidden ook aan het Maasfront tot een soort wapenstilstand. Op 1 mei 1945 werd aanvankelijk voor de artillerie en later voor alle wapens een vuurverbod ingesteld, behalve onder bepaalde omstandigheden.

Situatie op 4 en 5 mei 1945
Op 1 en 2 mei kwamen bij de Brigade berichten binnen over de dood van Adolf Hitler en de val van Berlijn. Op 3 mei werd opdracht gegeven om onder bescherming van witte vlaggen sluizen te herstellen, onder andere bij Engelen. Ondertussen maakten de Duitsers de noordzijde van de vernielde bruggen bij Hedel mijnenvrij.
De gebeurtenissen maakten duidelijk dat de oorlog zijn laatste fase was ingegaan. Toch was de strijd nog niet overal voorbij en bleef voorzichtigheid geboden.
De capitulatiebesprekingen in Wageningen
Op 4 mei 1945 werd op de Lüneburger Heide in Duitsland de onvoorwaardelijke overgave van de Duitse strijdkrachten in Noordwest-Europa overeengekomen. Deze overgave ging op 5 mei om 08.00 uur in.
In Nederland werden vervolgens afspraken gemaakt over de uitvoering van de overgave. Daarvoor kwamen op 5 mei de Canadese luitenant-generaal Charles Foulkes en de Duitse generaal-kolonel Johannes Blaskowitz bijeen in Hotel De Wereld in Wageningen. Ook Prins Bernhard was bij de besprekingen aanwezig.
De bijeenkomst in Hotel De Wereld wordt vaak aangeduid als de capitulatie van de Duitsers in Nederland. Historisch gezien ging het daar om de afspraken over de uitvoering van de capitulatie die de dag ervoor was overeengekomen. De nadere orders voor de Duitse troepen werden op 6 mei in Wageningen verder uitgewerkt en ondertekend.
Korporaal S. Marks bij Hotel De Wereld
Korporaal S. Marks behoorde tot de militairen van de Prinses Irene Brigade die op 5 mei naar Wageningen werden gestuurd. Hij kreeg samen met enkele andere mannen opdracht naar Hotel De Wereld te rijden. Wat hen daar precies te wachten stond, wisten ze niet.

Marks herinnerde zich:
‘Met een man of wat kregen we op 5 mei 1945 opdracht om naar hotel “De Wereld” in Wageningen te rijden, maar wat we daar moesten, daarvan hadden we geen flauw vermoeden. We kwamen op wacht te staan, bij de deur van het genoemde hotel en toen begon het schouwspel. Eerst kwamen de geallieerden onder leiding van Luitenant Generaal Charles Foulkes, de bevelhebber van het 1ste Canadese legerkorps. Ook Prins Bernhard nam met enkele stafleden aan de capitulatiebesprekingen deel.
Daarna arriveerden vanuit de vesting Holland de Duitsers onder leiding van Lt. Generaal Reichelt, die om 11.00 uur arriveerde in een kübelwagen getooid met een witte vlag, die snel akkoord ging met de capitulatievoorwaarden en om 12.00 uur terugkeerde naar het hoofdkwartier van generaal-overste Johannes Blaskowitz. De grote baas van de Duitsers arriveerde in de middag en om 16.30 uur tekende Blaskowitz de algehele overgave van 125.000 Duitsers gelegerd in de vesting Holland.’
De herinnering van Marks geeft een persoonlijk beeld van de gebeurtenissen die hij bij Hotel De Wereld meemaakte. De precieze gang van zaken rond de ondertekening vraagt wel om een onderscheid: de capitulatie van de Duitse strijdkrachten was al op 4 mei overeengekomen; in Wageningen werden de voorwaarden voor de uitvoering ervan besproken. De formele uitwerking werd de volgende dag verder vastgelegd.
De laatste brigadeorder
Toen het bericht binnenkwam dat de Duitse troepen in Nederland zich hadden overgegeven, schreef brigadecommandant kolonel A.C. de Ruyter van Steveninck zijn laatste brigadeorder in oorlogstijd.
Hij richtte zich daarin tot alle officieren, onderofficieren, korporaals en manschappen van de Brigade. De order was niet alleen een mededeling dat de gewapende strijd voorbij was, maar ook een dankwoord aan de mannen die sinds de landing in Normandië hadden gevochten.
De Ruyter van Steveninck schreef:
‘Zojuist komt het bericht binnen dat de Duitschers in Nederland hebben gecapituleerd: alle gewapende weerstand zal ophouden; Nederland zal opnieuw gaan bouwen.... Gij hebt, vooral gedurende de laatste 10 maanden, de geschiedenis van de Brigade – vaak met uw bloed – geschreven... laat de groote band die ons is gaan binden – met meerderen reeds over het graf – blijven voortbestaan, want die band heeft, met uw moed en toewijding, uw goede werk mogelijk gemaakt.
Officieren, Onder-officieren, Korporaals en manschappen, ik ben u dankbaar voor hetgeen gij (ieder naar vermogen) voor vorstin en vaderland hebt gedaan. Moge uw werk nimmer worden vergeten.’
Met deze woorden kwam voor de Prinses Irene Brigade een einde aan haar veldtocht. De Brigade had sinds de landing in Normandië in augustus 1944 een lange weg afgelegd, door Frankrijk, België en Nederland. Daarbij waren militairen gesneuveld en gewond geraakt, maar de eenheid had haar opdracht voortgezet tot de bevrijding in zicht kwam.

Het verblijf in Wageningen

Na de gevechten bij Hedel vertrok de Brigade op 6 mei naar Wageningen. Daar kregen de militairen te horen dat zij op 8 mei naar Den Haag zouden vertrekken.
De dag van 7 mei werd gebruikt om de kleding, uitrusting en het materieel weer in orde te brengen. Na maanden van verplaatsingen en gevechten was er nu gelegenheid om de voertuigen en persoonlijke uitrusting na te kijken en zich voor te bereiden op de intocht in de Nederlandse residentie.
De overgang van het front naar het verblijf in Wageningen betekende ook dat het dagelijkse leven binnen de Brigade veranderde. Een militair herinnerde zich:
‘We moesten ons in Wageningen aan wat meer regeltjes houden: er kwam wat meer discipline en er kwam meer afstand tussen de officieren en manschappen. Dat voelde je.’
De Brigade tijdens hun oponthoud in Wageningen, d.i. in de Cerestraat.

Gevechtsgroep III met de 3 inch mortieren (Bron: H. van den Berg)
Het vaandel keert terug
Een bijzonder moment in Wageningen was de terugkeer van het vaandel van de Brigade. Tot grote verrassing van brigadecommandant De Ruyter van Steveninck overhandigde majoor Looringh van Beeck, bijgenaamd ‘Oom Paul’, hem het vaandel.
Looringh van Beeck had het vaandel in september 1944 zonder toestemming van zijn chef uit Wrottesley Park meegenomen. Hij had dat gedaan omdat de mannen van de Brigade het vaandel bij hun vertrek naar het front bij zich wilden hebben. De actie was tegen de orders ingegaan, maar het vaandel bleef zo bij de Brigade tijdens de veldtocht door Frankrijk, België en Nederland.
De terugkeer van het vaandel in Wageningen vormde een bijzonder moment nu de strijd voorbij was en de Brigade zich opmaakte voor haar intocht in Den Haag.
Op weg naar Den Haag
Van de commandant van het Eerste Canadese Legerkorps kreeg de Prinses Irene Brigade toestemming om als eerste geallieerde onderdeel Den Haag binnen te trekken. De intocht stond gepland voor 8 mei 1945.
De Aanvullingstroepen onder leiding van Looringh van Beeck werden helaas niet voor deze intocht uitgenodigd. Dat was een teleurstelling voor de majoor, die zich juist zo sterk met de Brigade verbonden voelde.
Voor de overige militairen was het vooruitzicht van de intocht een bijzondere afsluiting van de veldtocht. Na jaren van ballingschap en maanden van gevechten zouden zij nu door de Nederlandse residentie trekken. De oorlog in Nederland was voorbij, maar voor de mannen van de Prinses Irene Brigade betekende dit ook het begin van een nieuwe periode.