De landing
Normandië
De Landing
Normandië
De eerste kwartiermakers
Ruim drie weken na D-day, op 28 juni 1944, werden Robbert Fack en de stafofficieren Moelands en Speelman als kwartiermakers met een Dakota naar Normandië gestuurd. Het vliegtuig landde op stalen platen die op het Normandische strand waren gelegd. Robbert herinnerde zich hoe de angstige piloot de drie brigadiers toeschreeuwde dat ze zo snel mogelijk uit het vliegtuig moesten springen. Anders zouden ze mogelijk door de Luftwaffe op de grond of in de lucht worden beschoten.
Zijn eerste indrukken waren overweldigend. Hij was geschokt door de verwoestingen die de geallieerde invasie had achtergelaten.
"We kwamen terecht in één grote stofwolk en alle boerderijen en dorpen waren verpulverd door het oorlogsgeweld..."

De aanvullingstroepen als eerste geland in Normandië. 6 aug.'44
De overtocht naar Normandië
Op 5 augustus 1944 vertrokken de Nederlandse militairen van de Prinses Irene Brigade vanuit Engeland naar Normandië. De verschillende onderdelen reisden met verschillende schepen en kwamen niet allemaal op dezelfde dag aan land.
Kolonel A. Herbrink beschreef hoe het konvooi in de namiddag van 6 augustus de kust van Normandië bij Arromanches bereikte. De schepen moesten echter nog aan boord blijven, omdat er een Duitse tegenaanval gaande was. De geallieerde autoriteiten wilden geen nieuwe troepen aan land brengen zolang niet duidelijk was waar zij zouden worden ingezet.
Het werd 8 augustus voordat de militairen die Herbrink beschreef aan wal konden gaan. Zij begaven zich vervolgens naar een verzamelplaats en wachtten op de opdracht om een deel van het front over te nemen.
De aanvullingstroepen komen aan land
De compagnie aanvullingstroepen landde op 6 augustus 1944, samen met de kwartiermakers, als eerste onderdeel van de Brigade bij Graye-sur-Mer. De mannen marcheerden direct naar het Elbow Dispersal Camp. Op 7 augustus vertrokken zij naar La Délivrande. Een dag later kwamen zij als eerste aan in het ontvangstkamp van het 104th Lines of Communication-gebied in Cresserons.
"Je zou toch verwachten dat de reserves de reguliere troepen volgen, maar bij de Brigade ging het weer andersom..."
De Amsterdam
Een van de militairen herinnerde zich de aankomst in de kunstmatige haven en vertelde over een gebeurtenis die diepe indruk op hem maakte.
"Nadat wij door het ons aangewezen vaarkanaal waren binnengelopen, kreeg een ander schip permissie om de terugtocht naar Engeland te beginnen. Dat was in dit geval de Amsterdam, een Brits schip van de L.N.E.R., nu een hospitaalschip vol met gewonden. Vóór de oorlog was het een van de bekende schepen op de route Hoek van Holland–Harwich.
Zeven minuten na onze aankomst werd de Amsterdam getroffen door een zogeheten 'menselijke torpedo', met rampzalige gevolgen. Het maakte ons even stil. Zeven minuten geleden hadden wij nog op die plek vrijwel stilgelegen en moesten we een kanjer van een doel voor de Duitse torpedoruiter zijn geweest."
De herinnering geeft weer hoe de militairen de dreiging op zee ervoeren. In maritieme bronnen wordt het zinken van de Amsterdam op 7 augustus 1944 echter in verband gebracht met zeemijnen. De precieze oorzaak moet daarom worden onderscheiden van de manier waarop de gebeurtenis in deze persoonlijke herinnering wordt beschreven.
De aankomst in de kunstmatige haven
De gevechtsgroepen kwamen op 7 augustus 1944 aan bij de kunstmatige haven van Arromanches. De Mulberryhaven was een indrukwekkend staaltje van geallieerde techniek. Oude koopvaardijschepen, pontons en andere vaartuigen waren gebruikt om golfbrekers en pieren te vormen. Ook de Nederlandse kruiser Sumatra was hiervoor ingezet. Over de drijvende en vaste constructies konden voertuigen aan land rijden.
Een militair beschreef zijn eerste indrukken:
"Ik wist niet wat ik zag toen we er binnenvoeren. In de luwte van het breekwater lagen grote aantallen schepen te wachten om te worden gelost. Het was een kolossaal project dat diepe indruk op ons maakte."
Een andere herinnering beschrijft hoe het konvooi de haven binnenvoer:
"Op de vroege ochtend voeren de schepen van ons konvooi ter hoogte van Avranches één voor één de kunstmatige haven van Courseulles binnen. Een ochtendnevel beperkte het zicht tot misschien vijfhonderd meter. Zelfs toen wij vlak voor Courseulles het anker hadden laten vallen, was de kust van Normandië niet te zien. Het verkeersprobleem in en voor de kunstmatige haven was geregeld alsof het een wegenknooppunt was: radioseinen namen hier de plaats in van verkeerslichten."
Enkele zwemmende Engelse soldaten riepen de nieuw aangekomen militairen toe:
"What are you doing here, the war is over!"
Aquarel van G. de Jongh van de landing bij Arromanches 7 augustus 1944
(c) Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene
'Vandaag gingen we om 10 uur de haven in en aan de LS.T.-steiger lag ook het schip van één der Belgische compagnieën. Met steeds stijgende verbazing en bewondering heb ik het schouwspel van deze invasiehaven gadegeslagen ! 't Is ongelooflijk wat de Engineers en Pioneers hier gepresteerd hebben. Lange drijvende steigers liggen veruit van het strand en met het vasteland verbonden met bruggen. Ons schip opende zijn grote mond en een brug werd van opzij neergelaten op het bovendek. In een zeer korte tijd waren alle voertuigen eraf en reden we met 30 meter afstand over de rug naar 't land waar borden ons wezen naar 60 Transit Camp boven op de heuvel achter Arromanches.'

Aquarel van G. de Jongh van 60 Transit Camp in Arromanches 7 augustus 1944
(c) Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene
De eerste indrukken van Frankrijk
De aankomst in Frankrijk maakte grote indruk op de Nederlandse militairen. Langs de wegen stonden borden die hen moesten helpen zich in het verkeer aan te passen.
"Grote borden langs de weg gaven je alle informatie die je nodig had, onder andere: 'Remember you are in France now! Keep to the right.' Het is eventjes vreemd geweest om daaraan te wennen.
'Grote borden langs de weg gaven je alle informatie die je nodig had, o.a. "Remember you are in France now ! Keep to the right." Het is eventjes vreemd geweest om daaraan te wennen. In 't dorp was niet veel leven te bespeuren. Alles lag grijs onder een dikke laag stof. De bomen waren wit langs de weg, maar daarachter lagen vriendelijke groene weiden en boomgroepen, waartussen de witte boerderijen vredig verspreid lagen. De stofwolken van voertuigen stegen overal op van de wegen in de vlakte die links van ons ligt. Die wegen lopen naar 't front en vanavond zal de Brigade naar 't oosten trekken naar de "rest area" van de Canadese sector vanwaar we verder naar voren zullen gaan. Waarheen is nog niet bekend.'
De gevechtsgroepen bij Arromanches
De gevechtsgroepen kwamen op 7 augustus 1944 aan in de Mulberryhaven bij Arromanches. Op het strand was het een enorme ravage van kapotgeschoten jeeps, tanks en geschut. Achter de kust lagen verwoeste huizen en kapotgeschoten bunkers.
De kust stond bekend als Juno Beach. De militairen werden verzameld in het 60 Transit Camp, dat uit twee grote open terreinen bestond. Deze lagen vlak achter de kust en droegen de codenamen Goldsmith en Archie. De voertuigen werden zonder camouflage in lange rijen opgesteld, omdat het camouflagemateriaal nog niet was uitgepakt.

De ontscheping van de gevechtsgroepen bij Arromanches 7 aug.'44
De eerste dagen stonden voor een belangrijk deel in het teken van wachten, het controleren van de uitrusting en het klaarmaken van het materieel. De militairen moesten zich voorbereiden op hun eerste opdracht aan het front.
De staf, de verkenningsafdeling en de artillerie
Het Brigadehoofdkwartier, de Verkenningsafdeling en de batterij Artillerie kwamen op 8 augustus 1944 aan land bij Graye-sur-Mer. In verschillende geschiedkundige beschrijvingen wordt Courseulles-sur-Mer genoemd, maar het strand waar deze onderdelen aan land gingen, lag bij Graye-sur-Mer.
De verwarring is begrijpelijk. Courseulles en Graye liggen aan weerszijden van een kleine rivier. Het bekende molentje dat veel Irene-mannen zich herinnerden, staat in Courseulles, terwijl de plaats waar de militairen het strand verlieten aan de kant van Graye lag.
Een militair herinnerde zich de drukte in Courseulles:

De ambulance van de Staf rijdt op 8 augustus het strand op van Courseulles sur Mer

'Even pokeren op de 'vlakte'.....'
'Ik werd heel onrustig van binnen toen ik eraan dacht dat wij daar straks in het donker naartoe zouden rijden. In de duisternis kon je niet meer zien waar je was en wat er gebeurde.'
Het molentje in Courseulles
Ook de artillerie landde op 8 augustus bij Graye-sur-Mer.

De artillerie komt op 8 augustus 1944 aan land bij Graye-sur-Mer.
Een overweldigend landschap
Een militair beschreef de aankomst in Normandië als een ervaring die nauwelijks op foto's kon worden vastgelegd:
"Van de Normandische kust uit die tijd heb ik nog geen enkele foto gezien die de werkelijkheid nabij komt. Het was een film, blijkbaar opgenomen op een andere planeet of in een toekomstige eeuw. Stalen schepen, zover de horizon reikte, amfibievoertuigen (of-vaartuigen?), af en aan ploegend door de branding, de hemel bezaaid met vliegtuigen en sperballons, een lang plankier, ver in zee stekend, waaraan de schepen meerden. De lading rolde eruit als knikkers.
Ook wij voelden ons even later als knikkers in de hand van God. Of van de duivel. Onze wagens rolden in een eindeloze rij over de met stof overstoven wegen van het Normandische landschap en wierpen nog meer stof over de struiken aan weerszijden van de weg. Het volle groen van de augustusmaand was tot op een meter hoogte niet meer te zien.
Op de weilanden lagen onafgebroken rijen kisten met munitie. Hier en daar stonden ertussen de beschadigde rompen van de zweefvliegtuigen waarmee de paratroepen waren geland, soms wel een twintigtal op één weiland. We waren op weg naar weten-wij-veel in niemandsland, overeind staande op onze platoontrucks, troop- en brencarriers, al spoedig geblakerd door de zon en ontveld door het gele stof dat ons door een straffe wind in het gezicht geblazen werd.
Benouville, onze eerste pleisterplaats, lag achter ons. Daar hadden we ons gewone rantsoen van de eerste frontdagen, biscuits met cornedbeef, kunnen aanvullen met de in hoge torens opgestapelde dozen Camembert en de enorme kluiten goede boter uit de winkels. Het van melk, boter en kaas druipende Normandië was van de buitenwereld afgesloten en kon tot ons geluk zijn waren elders niet meer kwijt.
De door de genietroepen aangelegde plankiers eindigden ergens abrupt. De oorspronkelijke wegen waren stukgeschoten en stukgereden door enorme hoeveelheden tanks.
We hadden inmiddels beschutting gezocht tegen de hitte van de middagzon en lagen languit achter in de kleine platoontruck te slapen. Fresco en ik. Fresco was tweemaal zo oud als ik, een Rotterdamse Jood die evenals ik uit bezet gebied had kunnen vluchten. Hij zorgde als een vader voor me, beschermde me tegen mijn meerderen wanneer ik weer eens een stommiteit had uitgehaald en heeft me zeker tweemaal veertien dagen streng bespaard."
Het eten en het dagelijks leven
Op het strand stonden veldkeukens waar de militairen hun eerste maaltijden op het vasteland van Europa konden halen.
"Er waren veldkeukens op het strand, waarheen we ons haastten voor onze eerste maaltijd op het vasteland van Europa. Sommige officieren die voorrang probeerden te krijgen, werden door de MP terechtgewezen met de opmerking: 'Winston heeft hier gisteren ook in het rijtje gestaan.'"
''Gamallen' voor de warme hap

Een andere herinnering vermeldt:
"De lunch? Biscuits met jam en vis..."
De militairen moesten ook zelf hun maaltijden klaarmaken. Daarvoor gebruikten zij het 24-uursrantsoen.
"Iedereen heeft vandaag zijn eigen eten gekookt van het 24-uursrantsoen. Een zeer handig pakket, met geconcentreerde voedingsmiddelen, thee, suiker, boiled sweets, maggieblokken en porridgeblokken. Dit alles klaar te stomen op een blikken standaard met metablokken. Verder was er niets anders te doen dan liggen slapen of brieven schrijven."
In totaal landden 1.205 mannen, samen met 274 motorvoertuigen, 83 motoren en vier fietsen. Het was een omvangrijke logistieke operatie.
Het vaandel van de Brigade was op bevel van De Ruyter van Steveninck aanvankelijk in Wolverhampton achtergelaten. Enkele weken later bracht kapitein Looringh van Beeck, bijgenaamd 'Oom Paul', het alsnog in het geheim over.

Opmars van Courseulles naar Hell Fire Corner

Veldhospitaal
De eerste inzet aan het front
De militairen waren onder de indruk van de sporen van de gevechten die in juni hadden plaatsgevonden. Overal waren huizen kapotgeschoten, kerktorens ingestort en ruïnes te zien.
"De wind heeft het stof van deze puinhopen over het hele landschap verstrooid, met als gevolg dat dag en nacht rijdende colonnes van tanks en andere voertuigen zorgen voor onophoudelijke bruingrijze wolken."
De eerste verkenning van de Duitse stellingen
Op 9 augustus kreeg kolonel A. Herbrink opdracht contact op te nemen met de commandant van het frontgedeelte dat de Brigade zou overnemen. Hij moest de toekomstige stellingen verkennen en vaststellen waar de Duitsers zich bevonden, hoeveel manschappen zij hadden en over welke bewapening zij beschikten.
Een Britse majoor, die al sinds D-Day in het gebied aanwezig was, nam Herbrink en twee gewapende militairen mee op verkenning. Voorzichtig naderden zij de Duitse posities. Op ongeveer vijftig meter afstand konden zij een deel van de Duitse stellingen over een breedte van ongeveer honderd meter bekijken.
Toen de Britse majoor bij het voorwaarts gaan met zijn knie op een stuk dood hout terechtkwam, hoorden de Duitsers het kraken. Zij openden onmiddellijk het vuur en de majoor werd in zijn linkerarm geraakt. Herbrink en de twee militairen schoten terug. Daarna werd het stil.
Herbrink onderzocht de wond, stelde vast dat het om een schampschot ging en verbond de arm met het beschikbare verbandmateriaal. Vervolgens keerden zij voorzichtig terug naar hun eigen stellingen.De verkenning had belangrijke informatie opgeleverd over de ligging en bewapening van de Duitse posities. De frontlijn was gevaarlijk dichtbij: volgens Herbrink lagen de Duitse en geallieerde stellingen op sommige plaatsen slechts ongeveer vijftig meter van elkaar. Er werd veel artillerie- en mortiervuur uitgewisseld. Het gebied stond bekend als Hellfire Corner.
Herbrink onderzocht de wond, stelde vast dat het om een schampschot ging en verbond de arm met het beschikbare verbandmateriaal. Vervolgens keerden zij voorzichtig terug naar hun eigen stellingen.De verkenning had belangrijke informatie opgeleverd over de ligging en bewapening van de Duitse posities. De frontlijn was gevaarlijk dichtbij: volgens Herbrink lagen de Duitse en geallieerde stellingen op sommige plaatsen slechts ongeveer vijftig meter van elkaar. Er werd veel artillerie- en mortiervuur uitgewisseld. Het gebied stond bekend als Hellfire Corner.
Op 11 augustus nam de Eerste Gevechtsgroep de door Herbrink verkende stellingen over. Daarmee begon voor de Brigade de eerste periode van operationele inzet aan het Normandische front.
Cresserons en de eerste dagen aan land

Herinneringsspeld van La Delivrande
Op 8 augustus vertrok de Brigade naar het ontvangstkamp in Cresserons, ongeveer vier kilometer van de kust en vijftien kilometer ten noorden van Caen. Onderweg passeerden de militairen Douvres en het nabijgelegen gehucht La Délivrande. Daar was van 28 mei tot 9 juni 1940 een Nederlands detachement ondergebracht geweest, voordat het naar Engeland vertrok.
Tot nadere orders werd de Brigade in een boscomplex ondergebracht. Van slapen kwam die nacht weinig terecht vanwege het kanongebulder en het mitrailleurvuur in de wijde omgeving.
De volgende morgen woonden de protestantse soldaten voor de eerste keer op het vasteland een kerkdienst bij. Het bleek dezelfde kerk te zijn waar de marechaussees in mei 1940 een dienst hadden bijgewoond.
Een militair beschreef hoe hij zich een slaapplaats moest maken:
"Met onze opvouwbare schepjes groeven we met moeite in de rotsige grond. In deze ontstane putten legden we enige kleding uit onze kitbags om wat zachter te kunnen liggen."
Het Franse brood viel goed in de smaak:
"Heerlijk dat smakelijke Franse witbrood, eindelijk geen grijs regeringsbrood meer!"

Manschappen nabij een landhuis bij Cresserons.
Op 9 augustus werd de Brigade ingedeeld bij de 6th Airborne Division, onder bevel van generaal Gale. Als verbindingsofficier werd de Britse luitenant-kolonel Milnes bij de Irene Brigade geplaatst.
De manschappen bivakkeerden tussen Plumetot en Cresserons in vooraf verkende boomgaarden, weilanden en bosranden. Hier bleven zij tot 12 augustus. Zij kregen vier dagen de tijd om alles goed op orde te brengen. Het controleren van de uitrusting kreeg prioriteit.
Onophoudelijk hoorden de Irenemannen het gebulder van het zware geschut dat ongeveer veertig kilometer verderop werd afgevuurd. De voertuigen stonden zonder camouflage in rijen opgesteld, omdat de Luftwaffe nauwelijks meer actief was.
' De wind heeft het stof van deze puinhopen over het hele landschap verstrooid met als gevolg dat dag en nacht rijdende colonnes van tanks en andere voertuigen zorgen voor onophoudelijke bruingrijze wolken.'
Aquarel van G. de Jongh, Cresserons 9 augustus 1944
(c) Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene
' Met onze opvouwbare schepjes groeven we met moeite in de rotsige grond. In deze ontstane putten legden we enige kleding uit onze kitbags om wat zachter te kunnen liggen'`
'Heerlijk dat smakelijke Franse witbrood, eindelijk geen grijs regeringsbrood meer!'
De dagorder van koningin Wilhelmina
Op 10 augustus zond koningin Wilhelmina een dagorder aan de Brigade:

De situatie rond 12 augustus 1944

Situatie rond 12 augustus 1944. XII, XXX, VIII, L.K. zijn Britse legerkorpsen
'Calvados? Antivries met bessensap zul je bedoelen!' Rechtsachter op deze foto kpt. Tony Kuipers (bron foto Veane Scott-Kuipers)
De Franse bevolking
De Franse bevolking ontving de Irenemannen hartelijk en bood hun onder meer Calvados, Camembert en roomboter aan. De militairen maakten kennis met de plaatselijke gebruiken en met producten die zij tijdens hun verblijf in Engeland nauwelijks hadden kunnen krijgen.
De eerste dagen in Normandië stonden in het teken van de ontscheping, het verzamelen van de onderdelen, het controleren van het materieel en de voorbereiding op de eerste opdracht. Na weken en maanden van opleiding in Engeland stond de Prinses Irene Brigade nu daadwerkelijk aan het front in Frankrijk.