Wim Vaders
Biografieën oud-leden
“Van Zeeland naar Engeland”
De oorlog van veteraan Wim Vaders (1917- Rosmalen 2006)
Interview in 2005 door Richard van de Velde
Sommige oorlogsverhalen beginnen met een duidelijke keuze. Dat van Wim Vaders begint met omstandigheden, toeval en een reeks beslissingen die pas achteraf betekenis krijgen. Wanneer de oorlog uitbreekt, is hij een jonge dienstplichtige bij de luchtmacht. Wat volgt is geen rechtlijnig pad, maar een tocht door Zeeland, België en Frankrijk, langs chaos, onzekerheid en uiteindelijk Engeland. Zijn verhaal laat zien hoe oorlog zich niet alleen afspeelt aan het front, maar vooral in de keuzes die mensen onderweg maken.
Deel 1 – Zeeland en de eerste oorlogsdagen
“Er waren dingen die ik later nooit meer wilde vertellen”
Wanneer de mobilisatie wordt afgekondigd, wordt Wim Vaders opnieuw opgeroepen. Hij heeft zijn diensttijd al achter de rug, maar in 1939 verandert de situatie. Hij komt terecht in Zeeland, bij een klein vliegveld bij Souburg, waar ook Franse troepen aanwezig zijn. “We hadden daar die oude S4’tjes… die dubbeldekkers.” Het zijn verouderde toestellen, zonder echte gevechtswaarde, maar ze maken deel uit van de verdediging.
De oorlog komt dichterbij, maar aanvankelijk blijft het beeld onduidelijk. Er is verwarring over bevelen en verantwoordelijkheden. Zeeland bevindt zich in een bijzondere situatie: het Nederlandse leger heeft zich grotendeels overgegeven, maar de aanwezigheid van Franse troepen maakt dat de strijd daar nog doorgaat.
Voor Vaders krijgt deze periode een donkere lading. Hij verwijst naar gebeurtenissen die hem zijn hele leven zijn bijgebleven, maar waar hij niet meer over wil spreken. “Er zijn dingen voorgevallen… dat wil ik niet meer vertellen.” Die woorden zeggen misschien meer dan een uitgebreide beschrijving ooit zou kunnen.
Op een gegeven moment krijgt hij met een klein groepje de opdracht om het vliegveld onbruikbaar te maken. Boerderijen worden gevorderd, brandstof wordt verwijderd en materiaal wordt vernield. Het is een typische actie in een terugtrekkende oorlog: vernietigen wat de vijand kan gebruiken.
Maar de situatie verandert snel. Duitse troepen naderen, de Sloedam is in handen van de vijand en de organisatie valt uiteen. Er is geen duidelijke leiding meer. De mannen moeten zelf beslissen wat ze doen.
De oorlog komt dichterbij, maar aanvankelijk blijft het beeld onduidelijk. Er is verwarring over bevelen en verantwoordelijkheden. Zeeland bevindt zich in een bijzondere situatie: het Nederlandse leger heeft zich grotendeels overgegeven, maar de aanwezigheid van Franse troepen maakt dat de strijd daar nog doorgaat.
Voor Vaders krijgt deze periode een donkere lading. Hij verwijst naar gebeurtenissen die hem zijn hele leven zijn bijgebleven, maar waar hij niet meer over wil spreken. “Er zijn dingen voorgevallen… dat wil ik niet meer vertellen.” Die woorden zeggen misschien meer dan een uitgebreide beschrijving ooit zou kunnen.
Op een gegeven moment krijgt hij met een klein groepje de opdracht om het vliegveld onbruikbaar te maken. Boerderijen worden gevorderd, brandstof wordt verwijderd en materiaal wordt vernield. Het is een typische actie in een terugtrekkende oorlog: vernietigen wat de vijand kan gebruiken.
Maar de situatie verandert snel. Duitse troepen naderen, de Sloedam is in handen van de vijand en de organisatie valt uiteen. Er is geen duidelijke leiding meer. De mannen moeten zelf beslissen wat ze doen.
Deel 2 – De vlucht door Europa
“Je wist niet waar je naartoe ging, maar terug kon je niet”
Samen met een klein groepje besluit Vaders te vertrekken. Niet uit heldhaftigheid, maar omdat blijven geen optie meer lijkt. Via Vlissingen komen ze terecht in Breskens en steken over naar België. Daar begint een tocht die gekenmerkt wordt door chaos.
De wegen zitten vol vluchtelingen. “Alles wat naar Frankrijk kon, trok weg.” Het beeld is er een van overvolle wegen, mensen met karren, voertuigen en bezittingen, allemaal op weg naar het zuiden.
Het oorspronkelijke plan is om zich te melden bij Nederlandse eenheden in Frankrijk, maar niets loopt zoals verwacht. De kust is afgesloten, bevelen zijn achterhaald en niemand weet precies waar de Nederlandse troepen zich bevinden.
In Duinkerken worden ze zelfs ondervraagd door Franse militairen. Hun uniformen wekken wantrouwen. Ze worden gezien als mogelijke spionnen. “Heel gemoedelijk… glaasje wijn… maar ondertussen werden we ondervraagd.” Uiteindelijk worden ze vrijgelaten, maar zonder uitrusting.
De tocht gaat verder, zelfs tot Marseille. Daar proberen ze via de Nederlandse consul duidelijkheid te krijgen. Die vertelt hen dat de Nederlandse regering inmiddels in Londen zit en dat ze daarheen moeten zien te komen.
Wat volgt is een lange reis terug naar het noorden. Per trein, liftend, lopend, steeds afhankelijk van wat mogelijk is. Spoorlijnen zijn gebombardeerd, routes veranderen voortdurend. Het is geen georganiseerde verplaatsing, maar een overlevingstocht.
Uiteindelijk komen ze opnieuw in Duinkerken terecht. Daar wordt pas echt duidelijk hoe ernstig de situatie is. De Britse evacuatie is in volle gang. “Onbeschrijfelijk.” Chaos, drukte en een constante dreiging van aanvallen.
Vaders en zijn groep weten een plek te krijgen op een klein bootje. Halverwege stappen ze over op een groter schip. Het is een moment dat hij later nauwelijks terugziet in officiële verhalen, maar voor hem beslissend is: de oversteek naar Engeland.
De wegen zitten vol vluchtelingen. “Alles wat naar Frankrijk kon, trok weg.” Het beeld is er een van overvolle wegen, mensen met karren, voertuigen en bezittingen, allemaal op weg naar het zuiden.
Het oorspronkelijke plan is om zich te melden bij Nederlandse eenheden in Frankrijk, maar niets loopt zoals verwacht. De kust is afgesloten, bevelen zijn achterhaald en niemand weet precies waar de Nederlandse troepen zich bevinden.
In Duinkerken worden ze zelfs ondervraagd door Franse militairen. Hun uniformen wekken wantrouwen. Ze worden gezien als mogelijke spionnen. “Heel gemoedelijk… glaasje wijn… maar ondertussen werden we ondervraagd.” Uiteindelijk worden ze vrijgelaten, maar zonder uitrusting.
De tocht gaat verder, zelfs tot Marseille. Daar proberen ze via de Nederlandse consul duidelijkheid te krijgen. Die vertelt hen dat de Nederlandse regering inmiddels in Londen zit en dat ze daarheen moeten zien te komen.
Wat volgt is een lange reis terug naar het noorden. Per trein, liftend, lopend, steeds afhankelijk van wat mogelijk is. Spoorlijnen zijn gebombardeerd, routes veranderen voortdurend. Het is geen georganiseerde verplaatsing, maar een overlevingstocht.
Uiteindelijk komen ze opnieuw in Duinkerken terecht. Daar wordt pas echt duidelijk hoe ernstig de situatie is. De Britse evacuatie is in volle gang. “Onbeschrijfelijk.” Chaos, drukte en een constante dreiging van aanvallen.
Vaders en zijn groep weten een plek te krijgen op een klein bootje. Halverwege stappen ze over op een groter schip. Het is een moment dat hij later nauwelijks terugziet in officiële verhalen, maar voor hem beslissend is: de oversteek naar Engeland.
Deel 3 – Engeland en de Brigade
“Van chaos naar discipline”
In Engeland begint een nieuwe fase. De mannen worden opgevangen en ondervraagd door de Britse autoriteiten. Niemand weet precies wie er aankomt, dus controle is noodzakelijk.
Daarna volgt de overplaatsing naar kampen, onder andere in Porthcawl. De eerste indruk is er een van chaos. Er is weinig structuur, spanningen lopen op en er ontstaan zelfs conflicten. Uiteindelijk wordt ingegrepen en worden orde en discipline hersteld.
Het leven in het kamp is eenvoudig. Tenten, veldkeukens en geïmproviseerde voorzieningen. “Met een man of negen in zo’n tent… dat stonk natuurlijk.” Wassen gebeurt met een teil water, slapen in krappe ruimtes.
Toch ontstaat er langzaam een militaire structuur. Wachtlopen, patrouilles langs de kust en oefeningen bepalen het dagelijks leven. De bewapening is beperkt en vaak verouderd.
Er zijn ook verschillen binnen de groep. Beroepsmilitairen en dienstplichtigen krijgen niet dezelfde behandeling, wat soms spanningen oplevert.
Later worden de mannen overgebracht naar andere kampen, zoals Wolverhampton. Daar verblijven ze in zogenaamde Nissenhutten — halfronde barakken van golfplaat. “Dat waren golfplaten… daar sliepen we met een man of twintig.”
Het leven krijgt daar meer structuur. Er wordt getraind, gewerkt en zelfs voedsel verbouwd. “Overal werden aardappelen gepoot.” Het zijn kleine tekenen van aanpassing aan een langdurig verblijf.
Er is ook ruimte voor ontspanning. Dansavonden, sport en contact met de lokale bevolking zorgen voor afleiding. Het zijn momenten waarop de oorlog even naar de achtergrond verdwijnt.
Daarna volgt de overplaatsing naar kampen, onder andere in Porthcawl. De eerste indruk is er een van chaos. Er is weinig structuur, spanningen lopen op en er ontstaan zelfs conflicten. Uiteindelijk wordt ingegrepen en worden orde en discipline hersteld.
Het leven in het kamp is eenvoudig. Tenten, veldkeukens en geïmproviseerde voorzieningen. “Met een man of negen in zo’n tent… dat stonk natuurlijk.” Wassen gebeurt met een teil water, slapen in krappe ruimtes.
Toch ontstaat er langzaam een militaire structuur. Wachtlopen, patrouilles langs de kust en oefeningen bepalen het dagelijks leven. De bewapening is beperkt en vaak verouderd.
Er zijn ook verschillen binnen de groep. Beroepsmilitairen en dienstplichtigen krijgen niet dezelfde behandeling, wat soms spanningen oplevert.
Later worden de mannen overgebracht naar andere kampen, zoals Wolverhampton. Daar verblijven ze in zogenaamde Nissenhutten — halfronde barakken van golfplaat. “Dat waren golfplaten… daar sliepen we met een man of twintig.”
Het leven krijgt daar meer structuur. Er wordt getraind, gewerkt en zelfs voedsel verbouwd. “Overal werden aardappelen gepoot.” Het zijn kleine tekenen van aanpassing aan een langdurig verblijf.
Er is ook ruimte voor ontspanning. Dansavonden, sport en contact met de lokale bevolking zorgen voor afleiding. Het zijn momenten waarop de oorlog even naar de achtergrond verdwijnt.
Deel 4 – Herinnering en erkenning
“Je blijft ermee leven”
Na de oorlog keert Vaders terug naar Nederland, maar zoals bij zoveel veteranen blijft de oorlog een deel van zijn leven. Herinneringen blijven aanwezig, soms op de achtergrond, soms plotseling weer naar voren komend.
Hij bewaart veel: foto’s, documenten, onderscheidingen. Ze vormen tastbare bewijzen van een periode die moeilijk onder woorden te brengen is.
Een bijzonder moment in zijn latere leven is de ontvangst van de Franse onderscheiding, de Légion d’Honneur. De uitreiking in 2004 maakt diepe indruk. Het is erkenning, maar ook een moment van terugkijken.
Wat vooral opvalt in zijn verhaal, is zijn nuchterheid. Hij presenteert zichzelf niet als held, maar als iemand die zijn weg heeft gevonden in een onzekere tijd.
Zijn verhaal laat zien dat oorlog niet alleen bestaat uit grote gebeurtenissen, maar uit talloze kleine ervaringen: keuzes, toevalligheden en momenten van angst en vertrouwen.
En net als bij zoveel anderen geldt ook voor hem: wat je hebt meegemaakt, raak je nooit meer kwijt.
Hij bewaart veel: foto’s, documenten, onderscheidingen. Ze vormen tastbare bewijzen van een periode die moeilijk onder woorden te brengen is.
Een bijzonder moment in zijn latere leven is de ontvangst van de Franse onderscheiding, de Légion d’Honneur. De uitreiking in 2004 maakt diepe indruk. Het is erkenning, maar ook een moment van terugkijken.
Wat vooral opvalt in zijn verhaal, is zijn nuchterheid. Hij presenteert zichzelf niet als held, maar als iemand die zijn weg heeft gevonden in een onzekere tijd.
Zijn verhaal laat zien dat oorlog niet alleen bestaat uit grote gebeurtenissen, maar uit talloze kleine ervaringen: keuzes, toevalligheden en momenten van angst en vertrouwen.
En net als bij zoveel anderen geldt ook voor hem: wat je hebt meegemaakt, raak je nooit meer kwijt.