Gevechten bij Beringen - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Gevechten bij Beringen

De opmars door Frankrijk en België
Gevechten bij Beringen
De opmars van de Prinses Irene Brigade door België

Van St. Joris-Winge naar Beringen

Door de gevechten bij St. Joris-Winge op 6 september 1944 liep de opmars van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene ongeveer twee uur vertraging op. De vertraging werd nog groter doordat uitgebrande voertuigen en ontploffende munitie de marsweg blokkeerden.
Laat op de avond bereikte de Brigade Schaffen, in de omgeving van Diest. Na een korte nachtrust werd de opmars op 7 september voortgezet in de richting van Beringen en het Albertkanaal.
De militairen kwamen daarmee bij een belangrijke Duitse verdedigingslinie. De Duitsers hadden veel bruggen over het Albertkanaal vernield om de geallieerde opmars te vertragen. Aan de noordelijke oever bevonden zich Duitse troepen, waaronder parachutisten en SS-eenheden.
De geallieerden moesten een bruggenhoofd aan de overzijde van het kanaal vestigen om de opmars naar het noorden voort te kunnen zetten.

Gevechtsgroep I van de Prinses Irene Brigade bij een oprit van de Baileybrug bij Beringen.

De brug bij Beringen
Bij verkenningen langs het Albertkanaal bleek dat de brug bij Beringen niet volledig was vernield. Daardoor ontstond de mogelijkheid om op deze plaats een bruggenhoofd te vestigen.
Eenheden van de Britse Guards Armoured Division staken het kanaal over en brachten de omgeving van de brug onder controle. Vervolgens begonnen genietroepen met de aanleg van een Baileybrug, een tijdelijke militaire brug waarmee voertuigen en materieel het kanaal konden passeren.
De brug was van groot belang voor het verdere verloop van de geallieerde opmars. Zonder een bruikbare oversteekplaats konden tanks, vrachtwagens en andere zware voertuigen niet snel genoeg naar de noordelijke oever worden gebracht.
Een ooggetuige beschreef de situatie als volgt:

'In Beringen was de brug nog begaanbaar. De Engelsen hadden met vijf à zes tanks die brug bij verrassing ingenomen. De tanks stonden in een straat van 250 meter lang. Ze stonden verspreid over de hele straat en hadden wel munitie, maar geen benzine meer. De opmars ging zo snel, dat de bevoorrading het niet bij kon sloffen. Dat bruggenhoofd moest zo vlug mogelijk worden uitgebouwd en dat heeft de Irene Brigade dan ook gedaan....'

De Britse tanks waren dus wel overgestoken, maar konden door brandstofgebrek niet verder oprukken. De aanvoer van benzine en andere voorraden kon het snelle tempo van de geallieerde opmars niet bijhouden.


De zeer professionele baileybrug  te Beringen

De aanleg van de Baileybrug

De genie begon met de aanleg van de Baileybrug, ondanks de voortdurende dreiging van Duits artillerie- en mortiervuur. De werkzaamheden vonden onder moeilijke omstandigheden plaats. De brug moest zo snel mogelijk gereedkomen om de geallieerde troepen in staat te stellen hun opmars te hervatten.
Omstreeks drie uur 's nachts konden de eerste tanks Beringen binnenrijden. Dat gebeurde op een kritiek moment. In de omgeving bevonden zich nog sterke Duitse eenheden die het bruggenhoofd probeerden uit te schakelen.
De brug werd daardoor het middelpunt van de gevechten. De Duitse troepen begrepen dat het vernietigen van de oversteekplaats de geallieerde opmars ernstig zou bemoeilijken.

De Duitse tegenaanval op 8 september

Op 8 september bevonden zich nog veel Duitse troepen in de omgeving van Beringen. Bij het aanbreken van de dag bestookten zij de geallieerden met vuur en probeerden zij vanuit westelijke richting een tegenaanval uit te voeren.
De bevolking van Beringen, met name aan de noordkant van het Albertkanaal, vluchtte naar de kelders of probeerde de stad te verlaten. De Duitse aanval was erop gericht de Baileybrug te bereiken en te vernietigen.
Er ontstonden zware gevechten. De Britse tanks werden onmiddellijk ingezet om de aanval af te slaan. De Duitse opmars kwam uiteindelijk op ongeveer tweehonderd meter van de brug tot stilstand.
De geallieerden slaagden erin het bruggenhoofd te behouden. Daarmee bleef de oversteek over het Albertkanaal beschikbaar voor de verdere opmars.
In het ooggetuigenverslag van A.M. Herbrink wordt eveneens melding gemaakt van Duitse pogingen om de brug uit te schakelen. Hij beschrijft hoe de Duitsers op 7 september in de late namiddag een grondaanval uitvoerden vanuit het noordwesten. Die aanval werd volgens zijn verslag hoofdzakelijk door het vuur van de artillerie van de Brigade en twee Britse artillerie-eenheden tot staan gebracht.
De verslagen wijzen erop dat de brug gedurende meerdere dagen onder Duitse druk stond. De exacte chronologie van de afzonderlijke aanvallen moet bij een verdere vergelijking van de bronnen zorgvuldig worden aangehouden.


Britse tanks tijdens de opmars in Belgisch Limburg. De oorspronkelijke identificatie van de foto vermeldt Helchteren

Krijgsgevangen Luftwaffe-militairen bij het Albertkanaal. Rechtsboven staat soldaat Bungenaar; rechts lachend staat legionair Van Biljouw. Bron: T. Sloots.

Gevechtsgroep I bij het bruggenhoofd
Omstreeks 9.00 uur kreeg Gevechtsgroep I van de Prinses Irene Brigade, onder bevel van majoor Paesens, de opdracht de brug te bewaken. De groep kreeg steun van Britse artillerie-eenheden en een eskadron tanks.
Eenheden van de Britse 5th Armoured Brigade en de Prinses Irene Brigade stroomden het bruggenhoofd binnen. De Nederlandse brigade kwam in actie langs het kanaal en zuiverde het terrein in westelijke richting.
De Britse eenheden trokken vervolgens verder naar het noorden. In de late ochtend werd de aanval op Helchteren ingezet, met infanterie, tanks en artilleriesteun. Het doel was het bruggenhoofd verder uit te breiden en de Duitse verdediging terug te dringen.
De gevechten rond Beringen maakten deel uit van de bredere geallieerde operatie om de Duitse verdedigingslinie aan het Albertkanaal te doorbreken.

Klik hier voor een gedetailleerd verslag van de gevechten rond Beringen.



De Duitse tegenaanval bij Beverlo
De strijd bleef niet beperkt tot de directe omgeving van de Baileybrug. Ook bij Beverlo vonden zware gevechten plaats.
Op 9 september blokkeerden uitgeschakelde Britse tanks nog steeds de weg naar de noodbrug. Daardoor konden zware voertuigen niet ongehinderd naar Beringen oprukken.Enkele uren voor het aanbreken van de dag drong een Duits bataljon door tot de zuidrand van Beverlo. De Duitse aanval viel samen met een kwetsbaar moment voor de Britse 8th Armoured Brigade. Deze brigade was in het bruggenhoofd aangekomen, maar de aflossing van de troepen van de 32nd Armoured Brigade was nog niet voltooid.
Door de duisternis en de verwarring wisten Duitse militairen door te dringen tot de gevechtstrein van de Britse brigade.
In korte tijd stonden 46 vrachtwagens met benzine en andere voorraden in brand. Ook het bos waarin de voertuigen stonden, vatte vlam. Het vuur en de rook maakten de situatie bijzonder gevaarlijk.
De Duitse aanval werd uiteindelijk teruggedrongen door geconcentreerd vuur van de artilleriebatterij van de Prinses Irene Brigade en Britse tanks.


Duitse tegenaanval op Beverlo

Een ooggetuige herinnerde zich daarnaast een Pools munitietransport dat achter het front naar een bos bij het kanaal reed. De militairen waarschuwden de bemanning dat er geen geallieerde troepen vóór hen zaten, maar de waarschuwing werd niet opgevolgd.
De getuige vertelde later:

'Diezelfde avond zijn ze in brand geschoten: een groot vuurwerk! Bijna niemand keerde er van terug. Verschrikkelijk!'


Overzichtskaart (Heemkundige kring Beverlo)

De opmars naar Beringen
Nadat de Duitse aanval bij Beverlo was teruggedrongen, konden de geallieerden hun posities verder versterken.
Een Britse pantserbrigade van de Guards Armoured Division slaagde erin als eerste over de Baileybrug Beringen binnen te trekken. Later die middag volgden de drie gevechtsgroepen van de Prinses Irene Brigade, de artillerie en de verkenningsafdeling.
De stad was zwaar gehavend. Nederlandse infanteristen zuiverden de huizen van achtergebleven Duitse tegenstanders. Ook daarna probeerden Duitse militairen nog in kleine groepen de geallieerde linies binnen te dringen.
De Brigade wist deze tegenstand uiteindelijk te breken en maakte volgens de bestaande geschiedschrijving 45 Duitse krijgsgevangenen.
Gevechtsgroep I bleef verantwoordelijk voor de bewaking van de noodbrug. Gevechtsgroepen II en III werden ten oosten en ten noorden van Beringen ingezet. De verkenningsafdeling (Recce) betrok stellingen bij het kolengebied van Beringen-Mijn.

'Bij die kolenmijn zaten Russen, die bewaakt werden door SS'ers. Een van die Russen ontsnapte en vertelde dat ze werden afgemaakt. Op onderzoek kwamen we toen een SS'er tegen die zei: 'Niet schieten! Ik ben een Hollander!'  Mooi, dan moet ik jou net hebben, pang.'


De 'bakkercompagnie' wordt in looppas door Britse soldaten afgevoerd richting Commelo

'Een hele Duitse compagnie, ze noemden zichzelf de bakkerscompagnie omdat zij vnl. bestond uit bakkers, slagers en kruideniers, gaf zichzelf over, nadat een mitraillist van de Brigade 'per toeval' hun SS-officier doodschoot.'




Soldaat Williams voert een Nederlandse SS'er af. De militair kwam later om het leven.




De 'bakkerscompagnie'
In de omgeving van Beringen-Mijn werden ook Duitse militairen aangetroffen die volgens een ooggetuigenverslag voornamelijk bakkers, slagers en kruideniers waren. Zij zouden zichzelf de 'bakkerscompagnie' hebben genoemd.
De compagnie gaf zich over nadat een mitrailleurschutter van de Brigade de Duitse SS-officier had doodgeschoten. De oorspronkelijke tekst beschrijft dit als iets dat bij toeval gebeurde.
Een andere passage vertelt over een Russische gevangene die ontsnapte uit de omgeving van de kolenmijn. Hij zou hebben gewaarschuwd dat de daar aanwezige gevangenen door SS'ers werden gedood. Bij een daaropvolgende confrontatie zou een Nederlandse SS'er zich hebben bekendgemaakt met de woorden: 'Niet schieten! Ik ben een Hollander!'
Dit zijn indringende herinneringen uit de gevechten en de bevrijding van het mijngebied. Omdat de oorspronkelijke getuigenis niet alle betrokkenen identificeert, is voorzichtigheid geboden bij het vaststellen van de precieze omstandigheden en de identiteit van de betrokken militairen.

De zuivering van de bossen bij Beringen
Na deze gebeurtenissen kreeg Gevechtsgroep I opdracht om, met steun van tanks, de bossen ten noordwesten van Beringen, in de richting van Leopoldsburg, van Duitse militairen te zuiveren. Deze operatie werd aangeduid als wood-clearing.
In de daaropvolgende dagen werden tientallen Duitse militairen krijgsgevangen gemaakt. De Duitse tegenstand nam geleidelijk af en het geallieerde opperbevel wilde de opmars naar Nederland zo snel mogelijk voortzetten.
Allan Adair, commandant van de Britse Guards Armoured Division, sprak zijn waardering uit voor het optreden van de Prinses Irene Brigade.






Bezoek  Prins Bernhard aan de Irenebrigade te Beringen-Mijn

Prins Bernhard bezoekt de Brigade
Prins Bernhard bezocht de Prinses Irene Brigade tijdens haar verblijf in de omgeving van Beringen-Mijn. Hij trad op als Commander-in-Chief van de Nederlandse strijdkrachten en had contact met de geallieerde bevelhebbers.
Het Eerste Amerikaanse Leger deed via Prins Bernhard een verzoek aan brigadecommandant De Ruyter van Steveninck om tweehonderd SS-krijgsgevangenen over te nemen. De commandant weigerde dit verzoek.
Bij het verblijf van de Brigade hoort ook een meer alledaagse herinnering aan de Prins. Een ooggetuige vertelde:

'Toen de keukenwagen in Houthalen voorbij kwam met warme voedingsblikjes, maakte de Prins daar ook gebruik van en at staande met ons de warme hap.'

Deze anekdote geeft een ander beeld van het verblijf van de Brigade: naast de gevechten en de bewaking van het bruggenhoofd waren er ook momenten waarop de militairen gezamenlijk konden eten.

De Brigade als gids voor de geallieerden
Toen de Britse troepen Nederland naderden, hadden de Welsh Guards behoefte aan Nederlandse tolken. Zij konden gebruikmaken van militairen van de Prinses Irene Brigade, die de Nederlandse taal spraken en de omgeving en de plaatselijke situatie beter konden begrijpen.
Volgens de bestaande gegevens werden op 7 september tolken ter beschikking gesteld van verschillende onderdelen.
Soldaat eerste klas Gerard Steijger diende bij de Irish Guards. Hij sneuvelde op 11 september 1944 bij de verdediging van Joe's Bridge, de brug over het Maas-Scheldekanaal.
De bijdrage van de Brigade als tolken en gidsen zou later leiden tot de bijnaam Brigade of Guides.

'Toen de  Britten Nederland naderden, hadden de Welsh Guards gebrek aan Nederlandse tolken en  deden ze een beroep op de Prinses Irene Brigade. Ze zochten tolken, die  bovendien bekend waren in de plaatsen waar ze door zouden trekken. Volgens de  gegevens werden de tolken op 7 september ter beschikking gesteld van de diverse  onderdelen. Soldaat  Ie klas Gerard Steijger deed dienst bij de Irish Guards. Hij sneuvelde op 11  september 1944 bij de verdediging van Joe's Bridge, de  brug over het Maas-Scheldekanaal.'

Naar Houthalen en de voorbereiding op Market Garden
Op 11 september 1944 ontving de Prinses Irene Brigade bericht van de legerkorpscommandant dat de Guards Armoured Division ten westen van Neerpelt een bruggenhoofd over het Maas-Scheldekanaal had veroverd. De Brigade werd daarop naar Houthalen verplaatst, waar zij als flankbeveiliging naar het zuidoosten moest optreden.
Tijdens het verblijf in Belgisch Limburg kregen de militairen gelegenheid zich op te frissen. De directie van de kolenmijn stelde het grote was- en drooglokaal van de mijnwerkers ter beschikking van de Brigade. De verschillende eenheden konden daar om beurten gebruikmaken van de warme douches.
Een militair herinnerde zich dit later als volgt:

'De directie van de kolenmijn had het grote was- en drooglokaal van de mijnwerkers voor ons ter beschikking gesteld en alle units gingen om beurten onder de warme douche. Er waren er 250! Voor het eerst sinds de landing een heerlijke douche......'

Op 16 september 1944 werden brigadecommandant De Ruyter van Steveninck, Pahud de Mortanges en Beelaerts van Blokland naar Leopoldsburg geroepen voor een bespreking met generaal Brian Horrocks, commandant van het Britse XXX Corps.
Tijdens deze bespreking werd de op handen zijnde operatie Market Garden toegelicht. De operatie bestond uit luchtlandingen onder de codenaam Market en een grondoffensief onder de codenaam Garden. De geallieerden wilden met deze operatie belangrijke bruggen veroveren en via Nederland een snelle opmars naar Duitsland mogelijk maken.
Volgens de overgeleverde herinnering zei Horrocks tegen de aanwezigen:

'Er gaat iets gebeuren waardoor onze kleinkinderen trots op ons zullen zijn, dat we zo'n operatie hebben meegemaakt.'

Vlak voor vertrek kreeg de staf een kaart van de omgeving van Arnhem op schaal 1:50.000, waarop de Duitse stellingen in rood waren aangegeven. De Brigade leverde voor de operatie veel tolken en gidsen. Ook werden reservetroepen vanuit Normandië via Bapaume en Brussel naar Tessenderlo overgebracht.
De gevechten bij Beringen en de daaropvolgende inzet in Belgisch Limburg vormden daarmee een belangrijke fase in de opmars van de Prinses Irene Brigade naar Nederland.

Wachten op vertrek naar Nederland
Op 16 september kwam de Prinses Irene Brigade onder bevel van de Britse 43e Divisie, die achter de Guards moest oprukken.
Op 18 september werd de Brigade verplaatst naar een gebied ongeveer twee kilometer ten noorden van Helchteren. Daar moesten de militairen zich gereedhouden voor vertrek.
Alle afdelingen ontvingen een brief van de brigadecommandant waarin hij de mannen wees op hun verantwoordelijkheden tegenover de bevolking van de bevrijde gebieden. Wanneer inwoners geschenken aanboden, moesten de militairen zich bescheiden opstellen. Ook moesten zij zich door hun kleding en gedrag waardig vertegenwoordigen.
De mannen werden steeds ongeduldiger. De bevrijding van Nederland leek dichtbij, zeker toen iemand van de brigadestaf uit het inmiddels bevrijde Eindhoven terugkeerde. Toch moesten zij nog wachten voordat de mars kon beginnen.
Pas op 20 september 1944, in de namiddag, kreeg de Brigade opdracht om naar de Nederlandse grens op te rukken. De verkenningsafdeling (Recce) reed voorop, gevolgd door de marinierseenheid en de overige onderdelen van de Brigade.

Na de gevechten in België stond de Prinses Irene Brigade nu op het punt de Nederlandse grens over te steken. De Recce voorop, gevolgd door de  marinierseenheid en daarachter de andere eenheden.

(Alle foto's op deze blz. zijn van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, tenzij anders aangegeven)

Klik hier voor dagboekpassages uit deze periode
Terug naar de inhoud