De organisatie van het Nederlands Legioen
Aankomst in Wales > Porthcawl

De materiële situatie in september 1940
De organisatie van het Nederlandsch Legioen op 24 september 1940
Na de parade van 31 augustus
Op 24 september 1940 was het Nederlandsch Legioen verder georganiseerd. De troepen waren verdeeld in mobiele eenheden en onderdelen die onder meer waren belast met opleiding, bewaking en ondersteuning.
A. Mobiele troepen
Het mobiele gedeelte omvatte het eerste bataljon, met vijf infanteriecompagnieën en een compagnie motordienst.
Daarnaast was er een compagnie mobiele marechaussee. Deze bestond uit vier pelotons en stond onder leiding van kapitein Suijlen. De compagnie was bedoeld voor marechaussees jonger dan 38 jaar.
Er was ook een Politieafdeling Marechaussee. Uit het personeel ouder dan 38 jaar werd een detachement van zestig man samengesteld onder leiding van kapitein Van der Kroon. Dit detachement had een politietaak en hield toezicht op en controleerde Nederlandse militairen. Daarbij werd nauw samengewerkt met de politie van Porthcawl.
Een nieuwjaarswens van de 4e compagnie
Een deel van het marechausseepersoneel, met name onderofficieren ouder dan veertig jaar, werd naar Londen overgeplaatst om daar verschillende diensten te ondersteunen.
B. Depotbataljon
Naast de mobiele troepen was er een depotbataljon. Dit bestond uit drie recrutencompagnieën van elk 95 man.
Verder was er een compagnie voor de zogenaamde subsistents: burgers en militairen die waren afgekeurd voor actieve dienst. Deze eenheid werd ook wel de 4e compagnie genoemd en telde 145 man.
Een deel van de militairen werd ingezet voor bewakingstaken bij havens, industrieën en vliegvelden. Zo werden onder meer havens en staalfabrieken in de omgeving bewaakt. Ook bij vliegvelden zoals St. Athan, bij Cardiff, en Stonning Downs werden bewakingstaken uitgevoerd. De marechaussee onder Den Beer Poortugael bleef in Porthcawl gelegerd.
Een militair beschreef een indrukwekkende ervaring tijdens de bewaking van de haven van Port Talbot:
“Toen wij de haven van Port Talbot moesten bewaken, zagen we dat Swansea door de Duitsers werd gebombardeerd. De lucht zag zwart en het stonk enorm door de olietanks die in brand stonden.”
Deze herinnering geeft een beeld van de oorlog die ook in Zuid-Wales voelbaar was. De militairen waren weliswaar in Engeland aangekomen, maar bevonden zich niet buiten het bereik van de Duitse luchtaanvallen.
Lees hier meer over het Depotbataljon