Tocht naar Grave
In Nederland
Tocht naar Grave
De Prinses Irene Brigade trekt Nederland binnen – 20 en 21 september 1944
Op weg naar de Nederlandse grens
Op 20 september 1944 vertrok de Prinses Irene Brigade in de namiddag vanuit de omgeving van Helchteren. De Brigade stond gereed om de opmars door België voort te zetten en de Nederlandse grens over te steken.
De route liep via het Maas-Scheldekanaal en La Colonie naar de grens bij Borkel en Schaft. Door de grote drukte op de enige beschikbare weg vorderde de colonne langzaam.
Een militair herinnerde zich:
'Om 18.10 vertrokken we uit Helchteren, en pas om 21.55 uur overschreden we het Maas-Scheldekanaal. Vanwege de enorme drukte over deze ene weg, stonden we iedere 100 m. stil. De laatste plaats in België was La Colonie. Al dichter en dichter kwamen we bij de Nederlandse grens. Horloge en borrel in de hand.....'

Operaties in de 2e helft van september 1944
Weer op Nederlandse bodem
De Prinses Irene Brigade behoorde tot de eerste troepen die Nederland binnentrokken, direct achter de tankbrigades. Om middernacht van 20 op 21 september 1944 passeerde de Brigade bij Borkel en Schaft de Nederlands-Belgische grens.Voor de militairen was dit een bijzonder moment. Na jaren van ballingschap en een lange tocht door Frankrijk en België reden zij eindelijk hun vaderland binnen. Verschillende Irenemannen stapten uit hun voertuigen om even de Nederlandse grond aan te raken.
Ondanks het slechte weer en het vroege tijdstip stonden langs de weg overal Brabanders die de bevrijders toejuichten. Voor veel militairen was het een emotioneel weerzien met hun vaderland, al wisten zij nog niet wanneer zij hun familie zouden terugzien.
Een militair herinnerde zich:
'Om 18.10 vertrokken we uit Helchteren, en pas om 21.55 uur overschreden we het Maas-Scheldekanaal. Vanwege de enorme drukte over deze ene weg, stonden we iedere 100 m. stil. De laatste plaats in België was La Colonie. Al dichter en dichter kwamen we bij de Nederlandse grens. Horloge en borrel in de hand.....'
'Het was een raar gevoel om Nederland naar al die jaren weer binnen te rijden: een schorre keel, even niet spreken om mijn stem weer terug te vinden.'
Bij het overschrijden van de Nederlandse grens kregen de manschappen ook te horen dat hun salaris zou worden teruggebracht tot tien procent van het bedrag dat zij tot dan toe gewend waren. Dat bericht veroorzaakte grote onrust en leidde bijna tot muiterij. De betaalmeester wist de gemoederen te bedaren door uit te leggen dat de maatregel alleen voor officieren gold.

Binnenkomst van de Brigade in Aalst (Fotocollectie: Van de Poll)
Aankomst in Eindhoven

De colonne van de Prinses Irene Brigade nadert Eindhoven. Bron: onbekend.
Om 6.30 uur in de ochtend arriveerde de Brigade in het nog slaperige Eindhoven. De stemming was enigszins bedrukt. De stad was op sommige plaatsen zwaar getroffen door de bombardementen van de vorige dag op de Philips-fabrieken. Daarbij waren volgens de oorspronkelijke beschrijving ongeveer tweehonderd burgers omgekomen.
Vanuit Eindhoven trok de colonne omstreeks 9.00 uur verder via Son in de richting van Sint-Oedenrode. De route liep grotendeels over een weg tussen bomen. Op veel plaatsen waren rode linten tussen de bomen gespannen. Daaraan hingen bordjes met de waarschuwing: ‘Verges not cleared.’ De bermen waren dus nog niet vrijgegeven omdat er mogelijk mijnen lagen.
Langs de weg lagen her en der de lichamen van Britse soldaten. Sommigen hadden hun platte helm nog op hun opgezwollen gezicht. Door de haast waarmee de geallieerden de corridor moesten openhouden, waren de gesneuvelden nog niet geborgen.
Een brigadist herinnerde zich de gespannen sfeer tijdens de rit:
‘Links en rechts van die weg moesten Duitse troepen zitten en we reden gewoon verder over die verdomde, kale weg. Er was geen kip te zien en je hoorde alleen het geluid van je eigen voertuigen. Overal kapot geschoten boerderijen.’
Door Veghel en Uden naar Grave
Via Sint-Oedenrode trok de Brigade verder door Brabant. In Veghel werden de militairen enthousiast ontvangen. De bevolking gooide grote, verpakte cakes naar de passerende voertuigen. Veel mensen vroegen de brigadisten: ‘Waar is prins Bernhard?’
Voor sommige militairen was de doortocht extra bijzonder. Een van hen kwam langs zijn eigen woning en werd door familie, vrienden en bekenden verwelkomd. Hij vertelde:
'In Veghel kwam ik langs mijn woonhuis en werd met bloemen verwelkomd. Van mijn commandant mocht ik afstappen, op het Heilig Hartplein stonden vele vrienden en bekenden van mij. Ik werd in de lucht gegooid en welkom geheten.'
Anderen:
'Links en rechts van die weg moesten Duitse troepen zitten en we reden gewoon verder over die verdomde, kale weg. Er was geen kip te zien en je hoorde alleen het geluid van je eigen voertuigen.Overal kapot geschoten boerderijen.'
' In Veghel werden grote verpakte cakes naar ons gegooid en iedereen vroeg aan ons: "Waar is prins Bernhard?"

Doortocht in Veghel (foto: archief Veghel)

Doorkomst Irene Brigade in Veghel op 21 september 1944 hoek Sluisstraat – Heilig Hartplein (Bron: Cor Vervoort)
Via Veghel en Uden, waar de kerkklokken luidden, bereikte de Brigade op 21 september omstreeks 14.00 uur Grave. De colonne passeerde de brug over de Maas, die nog intact was.
Een militair herinnerde zich dat moment:
‘Vroeg in de middag passeerden we de brug bij Grave, die nog helemaal intact was. Kort daarop hield de colonne ineens stil en bivakkeerden we in een weilandje.’

21 september 1944. Matthijs van Gorp als commandant, staand in zijn verkenningswagen. De foto is genomen bij Reek, op weg naar Grave. Kort daarvoor is hij de Willibrordushoek in Veghel gepasseerd. Bron: Adriaan en Co van Gorp.
De bewaking van de Maasbrug bij Grave
Na aankomst marcheerde de Brigade verder naar het verzamelgebied in Lunen, enkele kilometers ten noorden van Grave. De volgende dag kreeg de Brigade opdracht de beveiliging van de strategisch belangrijke Maasbrug bij Grave over te nemen.
De brug was van groot belang voor het verkeer van geallieerde troepen en materieel. Duitse kikvorsmannen konden proberen de brug met springladingen te beschadigen of te vernietigen. Daarom werden netten in de Maas gespannen om dergelijke aanvallen tegen te gaan.
Een van de militairen beschreef de bewaking:
‘s Nachts werd de bewakingstaak verlicht door een zwaailicht, dat de brug en het water om de paar seconden goed zichtbaar maakte. Er waren patrouilles aan weerszijden van de rivier en er werden een paar man gestationeerd boven- en onderaan de brug, de zogenaamde cat-walk.’
Een ander schreef:
'De bewaking was gevaarlijk. De verlichting maakte de brug en de omgeving weliswaar zichtbaar, maar vormde tegelijk een mogelijk doelwit voor de Duitsers.'
Een brigadist vertelde:
‘De opstelling met die zoeklichten was op zichzelf ook al een mooi doelwit. Op een morgen was een mitrailleurspost bij de rivieroever plotseling verdwenen. Geluidloos overvallen en meegenomen door de Duitsers.’

21 september 1944: Brencarrier van de Recce over Rijksweg Reek-Grave (foto: L. van den Bergh)

Hartelijke begroeting door bevolking. Foto is genomen tussen Grave en Velp bij cafè De Kleine Elft
(Bron: Velp Heem)
Aquarel van G. de Jongh van 21 september 1944 (zie gelijkenis met foto's hieronder!)
(c) Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene
(c) Regimentsverzameling Brigade en Garde Prinses Irene
De bewaking van de Maasbrug bij Grave
Na aankomst marcheerde de Brigade verder naar het verzamelgebied in Lunen, enkele kilometers ten noorden van Grave. De volgende dag kreeg de Brigade opdracht de beveiliging van de strategisch belangrijke Maasbrug bij Grave over te nemen.
De brug was van groot belang voor het verkeer van geallieerde troepen en materieel. Duitse kikvorsmannen konden proberen de brug met springladingen te beschadigen of te vernietigen. Daarom werden netten in de Maas gespannen om dergelijke aanvallen tegen te gaan.
Een van de militairen beschreef de bewaking:
‘s Nachts werd de bewakingstaak verlicht door een zwaailicht, dat de brug en het water om de paar seconden goed zichtbaar maakte. Er waren patrouilles aan weerszijden van de rivier en er werden een paar man gestationeerd boven- en onderaan de brug, de zogenaamde cat-walk.’
De bewaking was gevaarlijk. De verlichting maakte de brug en de omgeving weliswaar zichtbaar, maar vormde tegelijk een mogelijk doelwit voor de Duitsers. Een brigadist vertelde:
‘De opstelling met die zoeklichten was op zichzelf ook al een mooi doelwit. Op een morgen was een mitrailleurspost bij de rivieroever plotseling verdwenen. Geluidloos overvallen en meegenomen door de Duitsers.’ De opstelling met die zoeklichten was op zichzelf ook al een mooi doelwit. Op een morgen was een mitrailleurspost bij de rivieroever plotseling verdwenen. Geluidloos overvallen en meegenomen door de Duitsers.'
Bewaking bij de brug van Grave
De Brigade verspreidt zich rond Grave
De verschillende gevechtsgroepen kregen posities in de omgeving van Grave. Gevechtsgroep I kwam bij de brug terecht. Gevechtsgroepen II en III werden ten zuiden en zuidwesten van Grave opgesteld. Een deel van de militairen bivakkeerde in het Sint-Elisabeths Rusthuis. De artillerie kwam in stelling in een boomgaard bij Balgoy.
Het verblijf bracht ook enige verlichting na de zware tocht. Een militair herinnerde zich:
‘Tot Balgoy aten we alleen kaakjes en warme hap uit blik. Nu kregen we echte aardappels en als groente appelmoes, die we ruilden voor onze blikken. En we konden eindelijk baden.’
Een gedeelte van de Brigade verbleef bij Altena. Daar waren rode parachutes met munitie van de geallieerden in de weilanden neergekomen. De brigadisten moesten de munitie verzamelen en naar een schoolgebouw in Altena brengen. Van daaruit werd het materiaal naar de artillerie in Nijmegen vervoerd, die dringend om munitie verlegen zat. De munitie moest bij het Keizer Karelplein in Nijmegen worden afgeleverd.
De brigadestaf vestigde zich in een boerderij in Overasselt, op ongeveer een kwartier rijden van het bevrijde Nijmegen. Nog diezelfde dag reed Beelaerts van Blokland met een jeep naar de stad. Hij overhandigde de burgemeester enkele blikken cacaopoeder en koffie voor een aantal noodhospitalen, om de nood van de patiënten enigszins te lenigen.
Een weerzien na 54 maanden
De bewaking van de Maasbrug leverde niet alleen militaire, maar ook persoonlijke momenten op. Korporaal Willem van Wonderen ontmoette bij de brug zijn vrouw Antonia weer. Ze hadden elkaar 54 maanden niet gezien.

Korp. Willem van Wonderen ontmoet zijn vrouw Antonia voor het eerst in 54 maanden bij deze brug
Van deze ontmoeting bestaat ook een kort filmverslag. De link naar het filmfragment staat op de oorspronkelijke website van het Imperial War Museums. Klik hier.
De volgende dagen werden ten zuiden van de stad richting Oeffelt vnl. gevuld met patrouilleren met carriers en scoutcars. Duitsers staken daar regelmatig de Maas over op zoek naar fietsen.

Patrouilles en een tweede brug
In de dagen na aankomst bij Grave bleef de situatie onrustig. Ten zuiden van de stad, in de richting van Oeffelt, voerden de brigadisten veel patrouilles uit met carriers en scoutcars. Duitse militairen staken regelmatig de Maas over, onder meer om fietsen te bemachtigen.
Op 24 september bouwden Britse genietroepen een tweede brug over de Maas bij Grave, een pontonbrug. Vanaf 26 september moest de Irene Brigade ook deze brug bewaken.
De Duitse tegenstand bleef ondertussen gevaarlijk. Bij een tegenaanval wisten Duitse troepen bij Uden en Veghel een doorbraak in de corridor Neerpelt–Arnhem te forceren. Daardoor verloor de Brigade tijdelijk het contact met de geallieerde troepen in het zuiden.
Een chauffeur van de Brigade wist onder te duiken in een boerderij. Later bleek dat zich daar ook Duitse militairen bevonden. Een dag later herstelde een brigade van de Britse Guards Armoured Division de verbinding. Ook voertuigen van de Irene Brigade werden daarbij ingezet; enkele gingen verloren. De ondergedoken chauffeur kwam uiteindelijk tevoorschijn en nam vier Duitse militairen als krijgsgevangenen mee terug.
De eerste gereformeerde kerkdienst in bevrijd Zuid-Nederland
Op 21 september om 14.00 uur werd in Brugstraat 6 in Grave de eerste gereformeerde kerkdienst in bevrijd Zuid-Nederland gehouden. Ds. Zielhuis ging voor.
De komst van de Prinses Irene Brigade betekende dat de strijd zich naar Nederlands grondgebied had verplaatst. De vreugde over de bevrijding ging samen met de voortdurende dreiging van Duitse tegenaanvallen en de zware taak om de belangrijke verbindingen over de Maas te beveiligen.
De Brigade bleef in de omgeving van Grave en kreeg vervolgens steeds meer taken in het Land van Maas en Waal. Daar zouden de militairen te maken krijgen met Duitse verkenningen, overvallen en beschietingen.