Gevechten bij St. Joris-Winge
De opmars door Frankrijk en België
Gevechten bij St. Joris-Winge – 6 september 1944
De opmars van de Prinses Irene Brigade door België
De opmars naar Diest
Na de feestelijke intocht in Brussel en Leuven moest de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene op 6 september 1944 verder oprukken in de richting van Beringen. De route liep vanuit Leuven via St. Joris-Winge naar Diest.
De scoutcars en pantserwagens waren versierd met bloemen. Zingend trok de colonne door het heuvelachtige Belgische landschap. De militairen hoopten nog diezelfde avond, of anders de volgende dag, Amsterdam te bereiken. De bevrijding van Nederland leek dichtbij.
De marsorde bestond uit de verkenningsafdeling (Recce), de derde gevechtsgroep, de staf, de eerste en tweede gevechtsgroep, de batterij en de brigadecompagnieën.
Onderweg had de Belgische ondergrondse, die bekendstond als de Witte, de staf al gewaarschuwd dat er in de omgeving nog Duitse troepen actief waren. Ook de bevolking had de militairen gewaarschuwd voor mogelijk gevaar.
De Brigade had opdracht gekregen de onderlinge afstand tussen de voertuigen te vergroten van vijftig tot honderd meter. Niet iedereen hield zich daaraan. De feestelijke ontvangst in Brussel en Leuven had de militairen in een uitgelaten stemming gebracht.

'We hadden verwacht nog diezelfde avond of dan toch de volgende dag Amsterdam binnen te zullen rijden. Groot was dan ook verrassing toen we enige felle knallen hoorden en ineens vijf voertuigen in brand stonden.'
De Duitse hinderlaag
Toen de colonne over de smalle weg bij St. Joris-Winge reed, omgeven door heuvels en populieren, stopten de voorste voertuigen plotseling. Hierdoor schoven de voertuigen van de derde gevechtsgroep dichter op elkaar. De Recce had onvoldoende voorsprong genomen om de afstand tussen de voertuigen te handhaven. Op dat moment werd de voorste gevechtsgroep onverwacht van voren en vanaf de rechterflank beschoten met kanonnen en mitrailleurs.
Volgens de later verkregen informatie stonden er twee Duitse Panther-tanks op ongeveer zeshonderd meter van de weg, bij een boerderij en gedeeltelijk aan het zicht onttrokken door struikgewas. De tanks konden vanuit hun positie de oprukkende colonne onder vuur nemen.
Een van de militairen herinnerde zich:
'Ik reed op de motor met twee pantserwagens mee naar voren en plotseling werd de voorste wagen getroffen door een granaat. Vijftig meter verderop stond een enorme Duitse tank, verderop stonden er nog meer in een weiland. Mijn motor werd onder mij vandaan geschoten. Ik was zo door het dolle heen van de schrik dat ik als een gek ben gaan schieten op mensen in de verte, in de overtuiging dat het Duitsers waren.'
De Duitse aanval was goed voorbereid. Een tank stond achter een voertuigwrak op de weg, waar al meer wrakken lagen. Vanuit die positie werd de voorste gepantserde verkenningswagen onder vuur genomen. Een schot drong door de schietsleuf naar binnen en trof mitrailleurschutter Henk de Groot dodelijk.
Bij de verkenningsafdeling werd de eerste wagen buiten gevecht gesteld. De militairen sprongen uit hun voertuigen en zochten dekking in de droge sloten langs de weg. Al snel volgden nieuwe ontploffingen en stegen rookpluimen boven de colonne op.
De eerste reacties op de beschieting
Omdat de Brigade tijdens deze opmars op een betrekkelijk veilige doortocht had gerekend, kwam het contact met de artilleriebatterij niet onmiddellijk tot stand. Daardoor duurde het enige tijd voordat effectief artillerievuur kon worden afgegeven.
Majoor Beelaerts van Blokland besloot uit de dekking te komen en begaf zich langs de weg naar voren. Hij beval de manschappen zoveel mogelijk het veld in te trekken, enkele honderden meters van de weg af.
De situatie was chaotisch. De controle over de troep was gedeeltelijk weggevallen en pelotonscommandanten wisten niet altijd waar hun manschappen zich bevonden.
De militairen moesten zich hergroeperen en proberen de Duitse aanval te beantwoorden.
Klik hier voor een ooggetuigenverslag van deze gevechten door een chauffeur A. Weerheim van de Recce
Klik hier voor een ooggetuigenverslag van deze gevechten door Eltn. Dirk Badings van de MTO
Klik hier voor een ooggetuigenverslag van deze gevechten door Herman van den Bergh van de Brigadestaf/signals
Brandende voertuigen
De Duitse beschietingen veroorzaakten grote schade. Verschillende voertuigen vlogen in brand en het vuur sloeg over naar andere voertuigen. De munitie aan boord ontplofte, waardoor de situatie voor de militairen nog gevaarlijker werd.
In een ooggetuigenverslag wordt beschreven hoe brigademajoor Beelaerts van Blokland een chauffeur een dolk gaf om de brandende kap van een voertuig los te snijden. De bedoeling was de wagen te redden. De chauffeur besloot echter met het voertuig weg te rijden. Ongeveer vijfhonderd meter verderop gingen zowel de wagen als de dolk in vlammen op.

Ongeveer op deze plaats vonden op 6 september 1944 de Duitse beschietingen op de colonne van de Prinses Irene Brigade plaats. Hier bevond zich destijds de boerderij van de familie Favier. (Foto's R. van de Velde)
Volgens de huidige beschrijving stonden er in totaal zeven voertuigen in brand. De voertuigen staken elkaar aan, waardoor ook munitie ontplofte.
De Brigade hergroepeert zich
De onderofficieren van de Recce, Pompe van Meerdervoort en Reinarz, en luitenant Wolters hielden het hoofd koel en speelden een belangrijke rol bij het hergroeperen van de troep. Zij stuurden de militairen ongeveer tweehonderd tot vijfhonderd meter het zijterrein in. Daar konden zij dekking zoeken in droge sloten.
Gevechtsgroep II bracht vervolgens antitankgeschut en 6-ponderkanonnen in stelling.
De Duitsers bestookten de Brigade ondertussen met kartetsgranaten. Deze granaten verspreidden bij de explosie een groot aantal kleine projectielen, waardoor verschillende militairen gewond raakten.
De Brigade moest onder moeilijke omstandigheden proberen de Duitse posities uit te schakelen en tegelijkertijd de gewonden in veiligheid te brengen.
Johannes Garnier redt gewonden
Tijdens de beschieting kwam Johannes Garnier in actie. Garnier had eerder bij het Franse Vreemdelingenlegioen gediend. Met zijn Bren Gun Carrier reed hij door de omgeving van de brandende voertuigen om gewonden op te halen en naar een veilige plaats te brengen. Daarna keerde hij terug om voertuigen die nog niet in brand stonden, weg te halen bij de brandende wagens. Zo probeerde hij te voorkomen dat ook deze voertuigen door het vuur of door ontploffende munitie verloren zouden gaan.
Zijn optreden vond plaats onder gevaarlijke omstandigheden. De weg was geblokkeerd door beschadigde voertuigen en het Duitse vuur maakte iedere verplaatsing riskant.
De actie van Garnier wordt in de geschiedschrijving van de Brigade genoemd als een belangrijk voorbeeld van moed en initiatief tijdens de gevechten bij St. Joris-Winge.
Op 10 oktober 1944 werd hem de Britse onderscheiding Military Medal toegekend. De informatie over zijn optreden is onder meer afkomstig van Frans Janssen.
De slachtoffers en materiële verliezen
De gevechten bij St. Joris-Winge kostten drie militairen van de Prinses Irene Brigade het leven.
Henk de Groot werd op 6 september 1944 dodelijk getroffen tijdens de eerste beschieting van de verkenningsafdeling.
Bonte en Bijlsma werden begraven op de stadsbegraafplaats in Leuven. Henk de Groot kreeg later zijn laatste rustplaats op het Ereveld Loenen in Nederland.
Naast de drie dodelijke slachtoffers vielen er zo'n vijftien gewonden.
Ook de materiële schade was groot: vier pantservoertuigen, drie Bren Gun Carriers en vier trucks als uitgebrande voertuigen.
Het einde van de gevechten
Nadat Britse tanks werden ingezet, bleek bij nadere inspectie dat de meeste Duitse tanks buiten gevecht waren gesteld of waren verdreven.
De plaatselijke inwoner Jozef Favier beschreef de gebeurtenissen vanuit burgerperspectief. Klik hier voor zijn ooggetuigenverslag.
Door de gevechten liep de Brigade ongeveer twee uur vertraging op. De vertraging werd nog groter doordat uitgebrande voertuigen en ontploffende munitie de marsweg blokkeerden.
Laat op de avond bereikte de colonne uiteindelijk Schaffen, in de omgeving van Diest en het Albertkanaal. Na een korte nachtrust rukte de Brigade op 7 september verder in de richting van Beringen.
'We werden door Engelse motorrijders van de weg gedreven. Ze snauwden ons toe: "Get off the bloody road or we'll shoot you off!" Het was allang geen 'gentlemen's' war meer.'
De hinderlaag bij St. Joris-Winge was een harde confrontatie tijdens de opmars door België. De onverwachte Duitse aanval kostte drie Nederlandse militairen het leven, veroorzaakte gewonden en bracht de opmars tijdelijk tot stilstand. De namen van Henk de Groot, Anthoon Bonte en Anton Bijlsma blijven verbonden aan deze gebeurtenis.
De opmars door Belgisch Limburg

Pantserwagen tijdens de geallieerde opmars in Belgisch Limburg, september 1944. De wegwijzer vermeldt onder meer Diest, Koersel, Hasselt en Bree. De foto is waarschijnlijk genomen in de omgeving van Beverlo.
De foto geeft een beeld van de geallieerde opmars door Belgisch Limburg in september 1944. De exacte locatie is niet met zekerheid vastgesteld, maar is vermeodelijk Beverlo. De afbeelding dient als illustratie van de verdere opmars en niet als een foto die rechtstreeks bij de gevechten in St. Joris-Winge is gemaakt.