Siem Jol (Marechaussee) - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Siem Jol (Marechaussee)

Biografieën oud-leden
“Je neemt het je hele leven mee”
De oorlog van veteraan Jol

Door Richard van de Velde

De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog is vaak beschreven in grote gebeurtenissen, maar zelden in de woorden van degenen die er middenin stonden. Veteraan Jol is zo iemand. In een reeks openhartige gesprekken vertelt hij over zijn ervaringen: van de eerste dagen van de oorlog, via Engeland, tot de terugkeer naar Nederland en de jaren daarna.
Wat deze serie bijzonder maakt, is de directheid. Jol vertelt zonder opsmuk, zonder heldenverhaal, maar met een scherp oog voor detail. Zijn herinneringen laten zien hoe oorlog werkelijk wordt beleefd: niet alleen als strijd, maar als een aaneenschakeling van onzekerheid, wachten, angst en kleine momenten van menselijkheid.
Zijn verhaal begint in mei 1940, wanneer Nederland wordt overrompeld en hij via Frankrijk naar Engeland vlucht. In Engeland volgt een lange periode van wachten en voorbereiding, waarin het dagelijks leven zich afspeelt tussen hoop en onzekerheid. Uiteindelijk keert hij terug naar het continent en maakt hij de harde werkelijkheid van de oorlog en de bevrijding van dichtbij mee.
Maar het verhaal eindigt daar niet. Want zoals Jol zelf zegt:
“Je neemt het je hele leven mee.”
Deze serie laat zien dat oorlog niet stopt wanneer de vrede wordt getekend. De herinneringen blijven — en juist door ze te vertellen, blijven ze betekenis houden.

Inhoud van de serie
Deel 1 – De vlucht naar Engeland
De chaotische dagen van mei en juni 1940, de tocht naar Brest en de oversteek naar Engeland.
Deel 2 – Leven in Engeland
Wachten, kameraadschap, angst en het dagelijks leven in ballingschap.
Deel 3 – Terugkeer en confrontatie
De terugkeer naar het continent, gevechten en de harde werkelijkheid van de bevrijding.
Deel 4 – Na de oorlog
Herinnering, verwerking en het besef dat oorlog nooit echt voorbij is.

Deel 1 – De vlucht naar Engeland
“Dan besef je: thuis is er niemand meer”
De oorlog begint voor Jol niet met heldendom, maar met verwarring. Wanneer in mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen, verandert alles in korte tijd. Bevelen volgen elkaar op, situaties veranderen per uur en niemand heeft nog volledig overzicht. Hij herinnert zich hoe hij in een voertuig zit, met naast zich kisten vol documenten — oude naaimachinekisten waarin het archief is opgeborgen. Het is een beeld dat veel zegt: improvisatie, haast en het besef dat niets meer zeker is.
De eenheid trekt zich terug, eerst door Nederland en daarna richting Frankrijk. Onderweg wordt duidelijk dat de situatie ernstiger is dan aanvankelijk gedacht. Toch dringt dat besef niet altijd meteen door. “Je hoorde wel dat er van alles gebeurde… maar hoe en wat precies, dat wist je niet.” Het is die onzekerheid die deze dagen typeert.
De tocht naar Brest is lang en onoverzichtelijk. Er wordt gewacht, verplaatst, opnieuw gewacht. Soms lijken de dagen bijna gewoon, alsof het nog geen echte oorlog is. Soldaten praten, fietsen rond, proberen de tijd te doden. Ondertussen speelt zich elders een groot militair drama af, maar voor hen blijft dat grotendeels op afstand.
In Brest verandert alles. Daar ligt de mogelijkheid om naar Engeland te vertrekken. Jol krijgt de taak om toezicht te houden op het laden van fietsen. Grote netten worden neergelaten en volgeladen, waarna ze omhoog worden gehesen. Het werk moet snel gebeuren, maar ook zorgvuldig.
Juist op dat moment hoort hij dat zijn vader al in Engeland is. Het is een bericht dat hem raakt, maar niet op de manier die je zou verwachten. “Daar was ik niet zo blij mee. Want ik dacht: dan is er thuis geen vent meer.” In één klap wordt de oorlog persoonlijk. Zijn moeder en jongere zus blijven achter in bezet gebied. Het besef daarvan laat hem niet meer los.
De overtocht zelf vindt plaats in de nacht van 10 op 11 juni 1940. Donker, gespannen en onzeker. Niemand weet wat er gaat gebeuren. De mannen vertrekken, maar hebben geen idee wat hen te wachten staat.
In Engeland aangekomen volgt geen rust, maar nieuwe verwarring. Onderweg worden ze gewaarschuwd niets aan te nemen van hulpverleners. “Niks aannemen, niks aannemen, vijfde colonne, vergiftigingen.” Het laat zien hoe groot de angst en het wantrouwen zijn.
Bij aankomst worden ze zelfs voor Duitsers aangezien. “Ze dachten dat de Duitsers er waren.” Hun uniformen lijken op die van de vijand. Het is een wrange ervaring: gevlucht voor de bezetter, maar aangezien worden voor hem.
In het kamp begint een nieuwe fase. Geen gevechten, maar wachten. “Een heel voornaam iets was: de tijd doodmaken.” De dagen vullen zich met kleine bezigheden, maar de onzekerheid blijft. Jol kijkt later terug met gemengde gevoelens. “Ik heb in heel mijn leven niet zoveel in de bioscoop en in een café gezeten als in die jaren.” Maar hij voegt er direct aan toe: “Om dan te zeggen: feestvierders… daar heb ik me altijd aan geërgerd.” Het was geen ontspanning uit luxe, maar een manier om geestelijk overeind te blijven.
Aan het einde van deze eerste periode is duidelijk dat hij veilig is, maar ook dat hij alles wat vertrouwd was heeft achtergelaten. De oorlog is nog maar net begonnen.

Deel 2 – Leven in Engeland
“De tijd doodmaken, maar altijd met de oorlog in je hoofd”
Het leven in Engeland is anders dan de meeste mensen zich later voorstellen. Het is geen aaneenschakeling van gevechten, maar een periode van wachten, voorbereiden en proberen een dagelijks ritme te vinden. Dat wachten is misschien wel het moeilijkste. “Een heel voornaam iets was: de tijd doodmaken.” Het klinkt eenvoudig, maar het betekent leven met voortdurende spanning zonder ontlading.
Langzaam ontstaat er een soort dagelijks leven. Soldaten trekken naar het stadje, bezoeken cafés en bioscopen en zoeken afleiding waar die te vinden is. “Ik heb in heel mijn leven niet zoveel in de bioscoop en in een café gezeten als in die jaren.” Toch stoort Jol zich aan het beeld dat later ontstaat. “Om dan te zeggen: feestvierders… daar heb ik me altijd aan geërgerd.” Voor hem was het geen plezier, maar noodzaak.
Binnen het leger bestaan spanningen. Verschillende onderdelen kijken anders naar elkaar. De marechaussees worden soms smalend “boerenveldwachters” genoemd. “Dat werd echt als belediging ervaren.” Jol weet dat hun taak belangrijk is, maar voelt ook dat die niet altijd wordt begrepen.
Een belangrijk lichtpunt vormen de contacten met Engelse families. Bij de familie Jones ervaart hij warmte en gastvrijheid. Het geeft een gevoel van normaliteit in een abnormale tijd. Maar ook daar is de oorlog aanwezig. Wanneer de zoon wordt uitgezonden, zegt de moeder iets dat Jol nooit vergeet: “De lui hogerop weten niet wat een moeder meemaakt.” Het is een zin die alles samenvat wat oorlog betekent voor het thuisfront.
Ondanks de relatieve veiligheid blijft angst aanwezig. Jol spreekt daar open over. “Het liep soms dun door je broek… van angst.” Het is geen stoere taal, maar eerlijke taal. Hij benadrukt dat dit de werkelijkheid is, niet het beeld dat later vaak wordt geschetst. “Die verhalen hoor je nooit.”
Contact met Nederland is schaars, maar van enorme betekenis. Brieven en Rode Kruis-berichten vormen de enige verbinding. “Wij waren stikgelukkig als we zo’n bericht kregen.” Soms komen brieven via omwegen snel aan, wat als een klein wonder wordt ervaren.
Een dramatisch moment is de brand in het kamp. In korte tijd verandert alles in chaos. Mannen proberen zich te redden, er vallen gewonden en bezittingen gaan verloren. Jol zelf verliest ook spullen, maar krijgt later een vergoeding. Wat hem vooral bijblijft, is het bezoek van prins Bernhard. “Dat vonden ze heel bijzonder.” Het geeft het gevoel dat hun situatie wordt gezien.
Het leven in Engeland speelt zich af tussen twee werelden: een dagelijks bestaan dat soms bijna normaal lijkt, en de voortdurende aanwezigheid van oorlog. Dat contrast maakt deze periode zo bijzonder en zo moeilijk tegelijk.

Deel 3 – Terugkeer en confrontatie
“Dan komt de werkelijkheid pas echt binnen”
Na jaren van voorbereiding en wachten komt uiteindelijk het moment waarop Jol en zijn kameraden terugkeren naar het continent. Wat lang ver weg leek, wordt werkelijkheid. Maar de oorlog die zij aantreffen, is anders dan verwacht.
De terugkeer is geen triomf, maar een confrontatie. Verwoesting, chaos en gevaar zijn overal aanwezig. De werkelijkheid is rauw en direct. Een van de meest indringende momenten speelt zich af bij Tilburg. Artilleriegranaten slaan in, de situatie is onoverzichtelijk en gevaarlijk. “Je doet het zowat in je broek van angst.” Toch blijft iedereen op zijn post. Dat is de paradox van oorlog: angst en plicht bestaan naast elkaar.
Jol beschrijft hoe je leert functioneren in die omstandigheden. Je denkt niet te veel na, je doet wat nodig is. Blijven staan, doorgaan, reageren. Dat is wat van je verwacht wordt.
De bevrijding zelf is geen eenduidig moment van vreugde. Natuurlijk is er opluchting, maar ook verwarring. De situatie blijft onduidelijk, het gevaar is nog niet overal geweken en de gevolgen van de oorlog zijn zichtbaar.
Voor Jol wordt duidelijk dat oorlog niet draait om heldendom, maar om overleven. Om doorgaan, ondanks angst en onzekerheid. Dat besef blijft hem zijn hele leven bij.

Deel 4 – Na de oorlog
“Je raakt het nooit meer kwijt”
Wanneer de oorlog voorbij is, lijkt het alsof het leven weer normaal kan worden. Maar voor Jol blijkt al snel dat dat niet zo werkt. De oorlog stopt misschien officieel, maar in je hoofd en in je herinneringen gaat hij door.
De overgang naar het gewone leven verloopt geleidelijk. Werk wordt opgepakt, er wordt een bestaan opgebouwd. Maar het verleden blijft aanwezig. Soms op de achtergrond, soms plotseling weer naar voren komend.
Wat Jol stoort, is het beeld dat later ontstaat van de oorlog. Volgens hem klopt dat vaak niet met de werkelijkheid. Films en verhalen laten vooral heldendom zien, terwijl de echte oorlog veel complexer was. “Die verhalen hoor je nooit.” Hij bedoelt daarmee de angst, de onzekerheid en de alledaagse werkelijkheid van soldaten.
In de loop der jaren probeert hij zijn herinneringen vast te leggen. Hij schrijft een deel van zijn ervaringen op, die zijn dochter uittypt. Hij bewaart documenten en houdt dingen bij. Het is een manier om grip te houden op het verleden.
Toch blijft er ook spijt. “Ik zou nog veel meer hebben kunnen vertellen.” Hij beseft dat herinneringen waardevol zijn, maar ook kwetsbaar.
Wat vooral blijft, is de overtuiging dat deze verhalen verteld moeten worden. Niet om helden te creëren, maar om te laten zien wat oorlog werkelijk betekent.
Aan het einde van het gesprek vat hij het zelf het best samen: “Je neemt het je hele leven mee.”
Terug naar de inhoud