De opbouw van de Brigade in 1941 - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

De opbouw van de Brigade in 1941

Wolverhampton > Wrottesley Park
Wrottesley Park: de opbouw van de Prinses Irene Brigade in 1941

Een permanent kamp voor de Nederlandse militairen
In september 1940 waren op last van de Nederlandse regering al plannen gemaakt voor de bouw van een permanente kazerne in Engeland. De brand in Ranton Abbey had het Britse ministerie van Defensie in Londen ervan overtuigd dat er haast moest worden gemaakt.
De keuze viel op Wrottesley Park, ongeveer 8 kilometer ten westen van Wolverhampton, in het toenmalige graafschap Staffordshire. Het terrein lag aan de Tettenhall Road.
De Nederlander Henri Wijnmalen, die na een carrière als piloot in Nederland en als rijinstructeur in Frankrijk aannemer was geworden in Twyford, kreeg de opdracht om voor Nederlandse rekening met de bouw van het kamp te beginnen.

De gebouwen en de indeling van het kamp
1-hoofdkwartier
2-bewaking
3-officierskantine
4-onderofficierskantine
5-feestzaal
6-kantine
7-kwartiermeester
8-kerkgebouw
9-stenen gevangenisgebouwtje
10-postkamer

Bron kaartje: R. Swankhuizen


Het enige stenen gebouw: het 'Brigadebureau', alwaar de commandant zijn kantoor had

De hoofdingang


                           Bewaking bij de hoofdingang                                               S. Jol voor het wachtlokaal

Wie de indeling van het kamp nader wil bekijken, kan ook de bestaande pagina Gedetailleerde plattegrond van Wrotttesley 'Camp' raadplegen.

De kwartiermakers richten het kamp in
Het detachement kwartiermakers vertrok op 5 mei 1941 vanuit Congleton naar Wrottesley Park. Hun taak bestond uit het inrichten van de gebouwen. Bedden, tafels, stoelen, kasten, bureaus en ander klein huisraad moesten naar binnen worden gebracht en op hun plaats worden gezet.
Het was zwaar werk. Er werden lange dagen gemaakt en zelfs op zaterdag moest er worden gewerkt.
Op 22 mei 1941 werd het kamp betrokken door een eerste contingent marechaussees uit Biddulph. Eind juni waren alle eenheden van de Nederlandse Brigade in Wrottesley Park gelegerd.

Een modern kamp bij Wolverhampton
Wolverhampton telde in die tijd ongeveer 160.000 inwoners en was onder meer een centrum van ijzerindustrie en machinefabrieken.
Het kamp besloeg een oppervlakte van ongeveer 150 hectare en lag op het landgoed van Lord Wrottesley, nabij Cranmore Lodge Farm.
De Nederlanders in Engeland mochten de naam van het kamp niet bekendmaken, uit angst voor spionnen. De Nederlandse militairen spraken daarom over Wolverhampton. De plaatselijke bevolking kende het als The Dutch Camp at Cranmoor Lodge of als York’s Farm, naar de eigenaar.
Het kamp beschikte over ruim honderd nieuwe barakken, bureaus, eet- en wasgelegenheden, sporthallen, tennisbanen, een theater en eetzalen. Vooral de sporthallen waren in die tijd bijzonder. Elektriciteit en stromend water waren voorzieningen die niet overal vanzelfsprekend waren.
Bij de aanleg waren aanvankelijk wel enkele zaken over het hoofd gezien. Er was geen gymnastieklokaal, er waren geen ruimten voor godsdienstoefeningen en ook een exercitieterrein ontbrak. Deze tekortkomingen werden echter spoedig hersteld.

Klik hier voor een beeld in en rond de barakken

Kijk hier voor dageliojks leven in het kamp

Klik hier voor informatie over sport in de brigade


Het dagelijks leven en de omgeving
Wrottesley Park was in die tijd een van de duurste kampen in Engeland. Doordat het park ongeveer 8 kilometer buiten Wolverhampton lag, was het contact met de plaatselijke bevolking minder intensief dan eerder in Congleton.
Voor ontspanning in het kamp werd voldoende gezorgd. Toch maakten militairen die van het uitgaansleven gebruik wilden maken soms gebruik van de achteruitgang aan Perton Lane. Van daaruit gingen zij naar Bridgnorth, waar volgens de herinneringen van de militairen veel aantrekkelijke pubs te vinden waren. De ligging bij een grote doorgaande weg maakte dat mogelijk.
Het was niet altijd gemakkelijk om op een vrije avond de stad te bezoeken. Een van de militairen herinnerde zich:
‘Een vrije avond naar de stad liet je wel uit je hoofd. De bussen waren schaars, reden niet laat of waren overvol. Het alternatief was anderhalf uur lopen....’
Ook voor Nederlandse bewindslieden in Londen bleek het contact met hun Britse gastheren soms lastig. Hun gebrekkige beheersing van de Engelse taal leidde tot pijnlijke en soms komische misverstanden.
Zo schreef een Nederlandse minister na een logeerpartij in een bedankbriefje:
‘I enjoyed your wife very much!’
Een andere minister vroeg aan een dierenliefhebber:
‘Do you fock your dogs yourself?’
Deze voorbeelden laten zien dat taalproblemen niet alleen het dagelijks leven van de militairen konden beïnvloeden, maar ook voor Nederlandse bestuurders in Engeland een struikelblok vormden.

De erenaam Prinses Irene
Koningin Wilhelmina en prins Bernhard waren er intussen van overtuigd geraakt dat de problemen binnen de Brigade daadwerkelijk werden aangepakt.


Op 26 augustus 1941 verleende de koningin daarom bij Koninklijk Besluit nr. 1 toestemming aan de Koninklijke Nederlandsche Brigade om met ingang van 27 augustus de erenaam ‘Prinses Irene’ te dragen.


Bezoek en uitreiking van het vaandel door Koningin Wilhelmina  

De koningin reikte het vaandel persoonlijk uit in Wrottesley Park.
Bovendien reikte zij in Wrottesley  Park persoonlijk het vaandel uit, waarbij zij de volgende rede uitsprak:



Inspectie van de troepen door Koningin Wilhelmina, 2e van  rechts Paul Hoogerwaard


De Brigade paradeert voor koningin  Wilhelmina.

De uitbreiding van de Brigade
In augustus 1941 werd de organisatie uitgebreid met nog een bataljon. Voor de ondersteuning beschikte de Brigade daarnaast over de brigadetrein, die voor de bevoorrading zorgde, de verbandplaatsafdeling, de herstellingsafdeling en een sectie politietroepen.
Op 1 september 1941 werd de verjaardag van koningin Wilhelmina uitgebreid gevierd. Het programma omvatte onder meer een parade in Wolverhampton, een sportdag en een optreden van de cabaretgroep Tijl Uylenspieghel.
De viering vormde een bijzonder moment voor de Nederlandse militairen in Engeland. De Brigade had een eigen naam en vaandel gekregen en was in een modern kamp ondergebracht. Tegelijkertijd was de eenheid nog lang niet op de sterkte die men oorspronkelijk voor ogen had.
In het volgende hoofdstuk komt aan de orde hoe het vertrek van detachementen, de opleiding van speciale troepen en de inzet van militairen voor andere taken de sterkte en inzetbaarheid van de Brigade beïnvloedden.
Terug naar de inhoud