Afscheid van Porthcawl
Aankomst in Wales > Porthcawl
Het afscheid van Porthcawl
Een afscheidsavond in de Grand Pavilion
Naarmate de herfst naderde, werden de nachten kouder. Het tentenkamp Dan-y-Craig was niet geschikt om de winter door te komen. Daarom werd uitgekeken naar een andere verblijfplaats voor de Nederlandse militairen.
Op 26 september 1940 werd in de Grand Pavilion in Porthcawl een afscheidsavond georganiseerd. De avond bestond voornamelijk uit muziek en zang. Voor de mannen was het een gelegenheid om terug te kijken op de maanden die zij in Wales hadden doorgebracht.
Een bijzonder moment was het zingen van het Legioenslied, dat was gecomponeerd door Van der Lijn, de dirigent van het kampkoor.


Wachtmeester Jol met kameraden op de promenade in Porthcawl
Het Legioenslied
Het Legioenslied verwoordde de vastberadenheid van de Nederlandse militairen om de strijd voort te zetten en bij te dragen aan de bevrijding van hun vaderland.
In het lied klonk het vertrouwen door dat Nederland uiteindelijk weer vrij zou worden. Voor de mannen die hun land hadden moeten verlaten, was dat een belangrijke boodschap.
Wij zonen van een Staat
Die nimmer heeft gebogen
Nooit zullen wij gedogen
Dat vrijheid ondergaat.
Nooit zullen wij berusten
Aan onze schone kusten
In vreemde heerschappij
Ons Holland wordt weer vrij.
Wij maken ons gereed
Wij zullen opmarcheren
Verdrijvend vreemde heren
Die brachten zoveel leed.
Dan kunnen wij weer bouwen
In vrede en vertrouwen
Want eenmaal keert het tij
Dan wordt ons Holland vrij.
Het Legioenslied, gezongen tijdens de afscheidsavond in Porthcawl.
De laatste Kampklok
Ook het kampblad besteedde aandacht aan het naderende vertrek. In de laatste Kampklok uit Porthcawl, gedateerd 5 oktober 1940, publiceerde L.R. van Vliet het gedicht Om nooit te vergeten.
De dichter keek daarin met gemengde gevoelens terug op het verblijf in het tentenkamp. De omstandigheden waren vaak primitief geweest, maar de mannen hadden er samen een belangrijke periode doorgemaakt.

De laatste Kampklok uit Porthcawl, verschenen op 5 oktober 1940, met het afscheidsgedicht van L.R. van Vliet:
Om nooit te vergeten
Ik voel mij droef en aangedaan
Omdat ik uit het kamp moet gaan
Een traan bevond zich op mijn wang
En in mijn hart een treurgezang
Hoe zal ik mij des nachts vervelen
Geen rat zal rond mijn bedje spelen
En ik zal niet meer liggen woelen
Of van die kleine beestjes voelen
De wespen, ach hoe zullen zij
Hun doelwit vinden zonder mij?
Adieu, gekriebel en gejeuk
Adieu, keiharde grond
Adieu, gedierte allemaal
't Was akelig, maar gezond
Het vertrek op 2 oktober 1940
Op 2 oktober 1940 hadden de Nederlandse militairen voor de 113e keer onder tentdoek geslapen. Daarna werden de tenten afgebroken en het kamp opgeruimd. De mannen lieten het terrein schoon achter.
Op het station van Porthcawl stonden twee treinen klaar om de militairen naar Congleton te brengen. Veel inwoners kwamen afscheid nemen. Volgens de herinneringen werden de vertrekkende mannen door talrijke jonge vrouwen uit Porthcawl nagewuifd.
Een nieuwe fase in de geschiedenis van de brigade
Het vertrek uit Porthcawl betekende het einde van een bijzondere periode. In Wales waren Nederlandse militairen uit verschillende onderdelen samengebracht. Ze hadden onder primitieve omstandigheden geleefd, hun opleiding hervat en de eerste stappen gezet naar de vorming van een georganiseerde Nederlandse strijdmacht.
Niet alles was gemakkelijk verlopen. Er waren tekorten aan materieel, spanningen binnen de troep en onzekerheid over de toekomst. Toch was in Porthcawl de basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van het Nederlandsch Legioen.
Op 2 oktober 1940 arriveerden de eerste troepen in Congleton, waar ze opnieuw onderdak moesten vinden en waar de organisatie verder zou worden uitgebouwd.