Artillerie - Prinses Irene Brigade

Ga naar de inhoud

Artillerie

Wolverhampton > Wrottesley Park
Artillerie
Bron: Hans Sonnemans in de Vaandeldrager, nummer 145

Hogere vuursnelheid en "9-veld"

De Ordnance QF 25-pounder, algemeen bekend als de 25-ponder, speelde een prominente rol als het voornaamste Britse artilleriegeschut gedurende de Tweede Wereldoorlog. De aanduiding "Qf" verwijst naar het vermogen van het wapen om snel te vuren, terwijl "25-ponder" de gewichtsklasse van de projectielen benadrukt, die elk ongeveer 25 Engelse ponden (11.5 kg) wogen. Het kanon, met een kaliber van 3.45 inch (8.76 cm), werd vlak voor de oorlog geïntroduceerd en kon zowel indirect as direct vuur leveren. Het onderscheidde zich door een hogere vuursnelheid en grotere mobilliteit dan zijn voorgangers in het Britse leger.

De ontwikkeling van dit wapensysteem startte in de vroege jaren '30, en het werd officieel in gebruik genomen in 1939. waarna het al snel in 1940 tijdens de de strijd strijd om Narvik in Noorwegen werd ingezet.

Het wapen bleef tot ver in de jaren 60 het primaire artilleriegeschut van het Britse leger en werd bij trainingsunits zelfs tot in de jaren '80 gebruikt. Het vond ook zijn weg naar de strijdkrachten van verschillende Gemenebest-landen tot ongeveer de jaren ' 0.
Zowel de Nederlandse als de Belgische krigsmachten namen de 25-ponder in hun arsenalen op in Nederland stond het bekend als de "veld-9" vanwege zijn kaliber van 8.76 cm en de rol als veldgeschut



De stuksbemanning tijdens oefening in het Verenigd Koninkrijk

De bemanning een 25 ponder:

1. De Stukscommandant, verantwoordelijk voor de algemene lading en het richten van het kanon, gebruikmakend van een richtspaak voor nauwkeurige positionering.

2. De Sluitstukbediende, die niet alleen het sluitstuk bediende, maar ook de taak van de aanzetter op zich nam, gepositioneerd naast de loop van het kanon,

3. De Richter, geplaatst aan de linkerzijde van het kanon, zorgde voor de fijnafstelling van hoogte en zijdelingse richting en communiceerde direct met de stukscom-mandant over aanpassingen.

4. De Lader, die achter de richter stond, was verantwoordelijk voor het laden van de granaat en de drijflading na deze voor controle aan de stukscommandant te hebben gepresenteerd.

5. De Munitiewerker (Aangever), had als taak om de munitie aan de lader te verstrekken en die ontsteker te controleren

6. Een tweede Munitiewerker (Tempeerder), die naast het instellen van de ontstekingen ook de drifjladingen prepareerde en zorg droeg voor de munitievoorraad. Deze persoon fungeerde tevens als vervangend stukscommandant.

Trekker en aanhanger

Elke 25-ponder artillerie-eenheid was standaard uitgerust met een speciale munitie aanhanger, bekend als "trailer, en artillery, No 27, die ook wel de voorwagen of het caisson werd genoemd. Deze aanhanger, essentieel voor het "vervoer van munitie, was direct gekoppeld aan het kanon en werd getrokken door een specifiek voor dit doel ontworpen arttillerietrekker. Een belangrijke functie van deze aanhanger was het assisteren bij het remmen, aangezien de affuit van het kanon zelf alleen voorzien was van een handrem De gesloten aanhanger uitgerust met twee deuren, bood ruimte voor het transport van tweëendertig granaten, terwijl extra munitie en essentïele onderdelen zo als vizieren vervoerd werden in of op de artillerietrekker zelf.

In het Britse leger was het gebruikelijk dat elke sectie, bestaande uit twee kanonnen, ondersteund werd door een derde trekker. Deze had als specifieke taak het vervoeren van extra munitie en was uitgerust om twee munitie aanhangers te trekken. Dit systeem zorgde ervoor dat de artillerie eenheden voldoende bevoorraad waren en efficient konden opereren tijdens missies, door te voorzien in een gestage toevoer van munitie en de noodzakelijke onderdelen voor onderhoud en reparaties direct bij de hand te hebben.

Gedurende en na de Tweede Wereldoorlog waren de CMP Ford FGT en Chevrolet CGT de standaard tractoren voor het verplaatsen van de 25-ponder. Bij de Prinses Irene Brigade was het de Morris CB FAT (Field Artillery Tractor), ook bekend als de "quad", een 4x4 veldartillerietrekker. Deze tractoren werden geproduceerd door Morris Guy, en Karrier in het Verenigd Koninkrijk, maar ook op grote schaal door Ford (onder de naam FGT) en Chevrolet (CGT) in Canada, als de CMP FAT, wat staat voor Canadan Military Pattern Field Artillery Tractor.

Batterij Artillerie

De Battery Artillerie van de Prinses Irene Brigade werd geformeerd op 1 januari 1942, bestaande uit 92 manschappen, 4 stuks 25-ponder geschut en georganiseerd volgens Brits model. Hun 25-ponders vielen op door de specifieke markeringen: elke schietbuis was versierd met een geschilderde gekroonde "W" van (koningin Wilhelmina), net zoals alle geschut van voor 1940 in het Nederlandse leger.
Commandant van de Battery was kapitein J.A. Risseeuw.  In de periode 14 september 1944 tot maart 1945 was hij afwezig ten gevolge van een ongeval en nam zijn second-in-command de eerste luitenant G. Gouman hem waar.

De Battery wat opgedeeld in een Staf een operationele gevechtsbatterij, met de gevechtsbatterij bestaande uit twee secties. Elke sectie had twee artilleriestukken (met de eerder genoemde trekkers en aanhangers) en een munitieploeg, uitgerust met nog eens twee munitie aanhangers. Aanvullend waren er ondersteunende voertuigen toegewezen aan de Batterij, waaronder drie trucks van 60 cwt (3 ton), vijf trucks van 15 cwt (0,75 ton), drie BSA M20 motrorfietsen, drie Willy Jeeps, twee White Scout cars en een Universal carrier.

De Batterij in actie in Normandië

Na de landing in Normandië op 5 augustus 1944, werd de Batterij snel uitgebreid met nog eens twee 25-ponders extra materieel en personeel, waardoor de sterkte groeide naar 130 man. De Batterij was zo georganiseerd dat ze zelfstandig buiten het verband van de Prinses Irene Brigade kon opereren. Tijdelijk kwamen ze in Normandië onder Brits en later onder Amerikaans bevel. Begin september sloten ze weer aan bij de Brigade voor de opmars door België, gaven vuursteun bij gevechten in Hilvarenbeek en Tilburg en boden ondersteuning tijdens commandoraids in Zeeland en gevechten van de Polen bij Breda onder Brits bevel in de laatste fase van de oorlog en hielp de Batterij bij het veiligstellen van de Bommelerwaard tijdens de gerechten bij Hedel.

Twee militairen van de Battterij kwamen om:
  • Soldaat M. Rodrigues (een schuilnaam in verband met zijn joodse achtergrond, zijn werkelijke naam was Abraham Levy) raakte op 27 oktober 1944 gewond bij Broekhoven (Tilburg) en overleed vier dagen later aan zijn verwondingen.
  • Tweede luitenant Frans van Walsum, oorspronkelijk afkomstig uit Eindhoven, kwam op 5 juli 1945 in Den Haag om het leven door een noodlottig incident bij een controlepost van de Binnenlandse Strijdkrachten. Een waarschuwingsschot afgevuurd voor een ander voertuig uit de tegenovergestelde richting, werd hem fataal.

Tussen augustus 1944 en april 1945 vuurde de Batterij in totaal 17.400 projectielen af. De Batterij nam deel aan de rintocht in Tilburg in oktober 1944, was terbij tijdens de feestelijk intocht in Den Haag op 8 mei 1945 en de grote overwinningsparade in Amsterdam op 31 mei. Op 13 juli 1945 werd de Batterij Artillerie van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene officieel opgeheven.

Oefeningen met de Batterij Artillerie. Let ook op de munitiewagen.






VERSLAG KRIJGSVERRICHTINGEN
Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene" Artillerie

3 augustus 1944
In de vroege ochtenduren vertrokken wij vanuit het "Narford"-kamp (Norfolk, Engeland) naar Londen, waar wij in de namiddag aankwamen. In dit kamp ontvingen wij onder andere een 2½-uur-ration pack, een zwemgordel, en dergelijke. Ook kon het in ons bezit zijnde Engelse geld in Franse francs worden omgewisseld.

4 augustus 1944
Vandaag zijn wij aan boord gegaan van een van de "Liberty"-schepen, genaamd de "Samvern". Vanaf het dek zagen wij verschillende V1's overkomen.

5 augustus 1944
Vanmorgen vertrokken uit Londen en in de buurt van Gravesend gewacht voor de vorming van een konvooi.

6 augustus 1944
Van Gravesend vertrokken. Het was prachtig weer, en de zee was spiegelglad. Het leek meer op een pleziertochtje. Wij maakten aan boord kennis met de "Compo"-rantsoenen.

7 augustus 1944
Aangekomen bij het beroemde "beach head" vanwaar de eerste aanvallen op het vasteland waren ondernomen. Wij werden gewaarschuwd voor een vreselijk lawaai dat wij gedurende de nacht eventueel zouden kunnen horen. De nacht verliep echter zeer rustig.

8 augustus 1944
Vandaag geland in de nabijheid van Croix-sur-Mer. Het was prachtig weer, en de zee was zeer rustig. Landingsbootjes voeren af en aan om materieel en manschappen naar het strand te vervoeren. Het leek ondenkbaar dat daar nog zo betrekkelijk dichtbij zo hevig werd gevochten. Na de landing maakten wij kennis met de stof van Normandië. M.P.'s wezen ons de weg naar een voorlopige verzamelplaats.
’s Avonds werd doorgereden naar Cresserons, waar de nacht werd doorgebracht. De nacht was tamelijk rustig; alleen zagen wij het "vuurwerk" van het afweergeschut.

12 augustus 1944
Na een paar dagen in de "Transit Area" nabij Cresserons te hebben doorgebracht, zijn wij vandaag vertrokken om een stelling in te nemen aan de Orne. Wat een stof! Verschillende mannen van de batterij vonden het uit hygiënisch oogpunt beter om hun haren kort te laten knippen.

13 augustus 1944
De batterij werd ingedeeld bij het 53 A/L Regiment van de 6e Airborne Division. Stelling genomen in hun "gun area" bij de Orne (coördinaten 411-64-175244). Deze stelling werd zeer goed ingegraven in verband met te verwachten vijandelijke bombardementen.

14 augustus 1944
’s Middags rond 13:00 begonnen met het beschieten van vijandelijke stellingen. De batterij werd gekalibreerd op een zichtbaar doel, zijnde een huis. De andere beschoten doelen waren allemaal "Map-reference"-doelen. Totaal aantal schoten: 258.

15 augustus 1944
Dezelfde stelling aangehouden. Het personeel van de batterij werd verdeeld in twee ploegen om de vuurmondbedieningen 2½ uur dienst en daarna 2½ uur rust te kunnen geven. Hiertoe werden ook seiners en chauffeurs bij de stukken ingedeeld. Dit gold ook voor de O.P.'s, die waren ingedeeld bij Brigade H.Q.
Deze stelling kenmerkte zich door een enorme muggenplaag, waar tegen niets te doen leek! Uitsluitend M.R.-doelen beschoten. Totaal aantal verschoten projectielen: 892.

16 augustus 1944
Zelfde stelling aan de Orne; 15½ schoten gelost. Door de O.P. werd een vuur met waarneming afgegeven, dat ongeveer 200 meter van de stelling van het Ox-and-Bucks Battalion lag. In de Duitse linie werd echter niet de minste beweging waargenomen.

17 augustus 1944
Van stelling veranderd naar Benauville (coördinaten 1517-7450). In en rond deze plaats kon de uitwerking van eigen vuur, dat gedurende de vorige dagen was afgegeven, worden waargenomen, onder andere op Château Bonneville.

18 augustus 1944
Dezelfde stelling behouden; 40 schoten werden gelost op M.R.-doelen aan de overzijde van de rivier de Dives. Het voornaamste waarvan last werd ondervonden, waren wespen en muggen.

19 augustus 1944
Vanuit dezelfde stelling werd voor de eerste maal gevuurd met supercharge, afstand 12.000 yards. Totaal aantal schoten: 25.
’s Middags werden rookgordijnen geprepareerd ter dekking en gereedstelling van een aanval der commando’s op de bruggen over de Dives (M.R. 220-760). Er werd echter niet geschoten, daar de commando’s geen artillerievuur nodig bleken te hebben.
20 augustus 1944
In dezelfde stelling gebleven en 24 projectielen verschoten.
’s Middags van stelling veranderd naar Basseneville (M.R. 218-706). Hier werd geen vuur afgegeven.

21 augustus 1944
Stelling genomen nabij Grangues (M.R. 3507-0277). Tijdens het innemen van de stelling werden wij beschoten door "self-propelled guns". De twee beschikbare PIAT’s werden naar voren gebracht, maar hebben niet gevuurd. Vanuit deze stelling werd niet geschoten.

22 augustus 1944
Van stelling veranderd nabij Blomeville (M.R. 4026-6026). Deze stelling lag nabij een kruispunt van wegen dat onder vijandelijk artillerievuur lag, dat meermalen onaangenaam dicht bij de batterij neerkwam.
Gezien het snelle veranderen van stelling kon de survey het niet meer bijhouden, en werden de batterijen van het regiment op regimental grid gebracht door middel van het schieten van zogenaamde datumpoints.

23 augustus 1944
Gedurende de nacht vanuit deze stelling veel geschoten op regimentsdoelen. Aangezien de vijand zich ter verdediging had ingericht aan de overzijde van de Touques-rivier, zijn twee O.P.’s naar voren gegaan. Hier werd onder andere een vijandelijke O.P. neergeschoten. Totaal aantal schoten: 191.

24 augustus 1944
Van stelling veranderd (M.R. 456-090) nabij de rivier de Touques. Hier niets geschoten, en na korte tijd weer veranderd naar (M.R. 494-130), 3 km ten noordwesten van St. Philibert. Alle bruggen over de Touques waren vernietigd, zodat moest worden omgereden over Pont-l’Évêque.
De nieuwe stelling werd niet voor ’s avonds laat bereikt. Van hieruit werd niet geschoten.

25 augustus 1944
Van stelling veranderd naar M.R. 5558-1338, maar niet gevuurd. Na twee uur weer opgerukt naar (M.R. 590-130) nabij Le Gros Chêne. Deze stelling lag zeer dicht bij de vijandelijke linie, die achter L’Amourette lag. De O.P.’s zaten onder zwaar mortiervuur, en de batterij opende vuur op 3.325 yards.
Veel geschoten met directe waarneming, onder andere werd een Duits Brigade-H.Q. met paardentractie buiten gevecht gesteld. Verder werden regimentsdoelen, zoals vijandelijke aan- en afvoer op de weg langs de Seine, beschoten. Totaal aantal schoten: 292.

26 augustus 1944
Naar nieuwe stelling vertrokken (M.R. 6285-1294), maar van hieruit niet gevuurd. Vermeldenswaard is echter dat twee motorordonnansen 11 krijgsgevangenen maakten en de O.P. twee. Totaal: 13.

27 augustus 1944
Van stelling veranderd naar M.R. 6611-2550, 3 km ten noorden van Beuzeville en 4 km ten zuiden van de Seine. De detachering bij het 53 A/L Regiment hield op, daar dit voor vier dagen rust terugging. Wij werden opnieuw ingedeeld bij het 185 Field Regiment R.A. van de 49e Divisie.

28 augustus 1944
Vandaag niet geschoten.

29 augustus 1944
Vroeg in de ochtend van stelling veranderd. Het nieuwe stellingterrein lag tussen de Seine en het Forêt de Brotonne. Wij werden gewaarschuwd niet op de bermen van de wegen te rijden vanwege landmijnen. Talrijke mijnen waren reeds onschadelijk gemaakt.
In het bos dat wij doortrokken, had de vijand de nodige uitrustingsstukken en paarden achtergelaten. Na aankomst werd vuur uitgebracht op vijandelijke mortieren. ’s Middags en ’s avonds viel er tamelijk veel regen, wat gelukkig tegen het begin van de nacht ophield.

31 augustus 1944
Vanmorgen werd een bericht van R.H.Q. ontvangen dat de dag met onderhoud aan materieel moest worden doorgebracht, aangezien de Seine hier in de nabijheid niet kon worden overgestoken. De Troop werd aangevuld met twee vuurmonden, één jeep en vier drietons vrachtwagens.

1 september 1944
Vandaag dezelfde stelling behouden. Het nieuwe materieel werd schoongemaakt en geverfd. ’s Middags mochten tien man naar de bioscoop, die op de zolder van een hooischuur werd gegeven.

2 september 1944
Rond half vier ’s middags vertrokken naar een "Lan bourig area". Van daar enige tijd later vertrokken richting Rouen. Langs de weg waren talrijke mensen die ons toewuifden. Zodra wij stilstonden, werden wij bestormd door de bevolking om sigaretten, chocolade of zuurtjes te vragen.
Bij Rouen moest de Seine worden overgestoken. Dit was een langdurige geschiedenis. Uren stonden wij voor de brug te wachten.

3 september 1944
Bij het vallen van de nacht waren er grote schijnwerpers op de brug gericht, die ook een gedeelte van de oever aan de andere zijde van de Seine verlichtten. Dit was een fantastisch gezicht.
De bestaande brug was zwaar beschadigd en met een zeer voorlopige constructie gerepareerd, wat het gevolg had dat wij hier een munitiewagen verloren.
Doodmoe kwamen wij tenslotte in een boomgaard tussen Yvetot en Bolbec aan.
’s Ochtends vroeg kregen wij bericht dat wij ons naar het 2nd Army moesten begeven, zodat wij niet met het 185 Field Regiment aan de slag om Le Havre konden deelnemen.
Door het B-échelon waren grote moeilijkheden met het oversteken van de Seine ondervonden, zodat wij daarvan voorlopig waren afgesneden. De noodrantsoenen werden met goedkeuring van de kapitein aangesproken.
’s Middags vertrokken wij naar Gommerville, waar wij op nadere instructies moesten wachten.

4 september 1944
Vanmorgen voegde het B-échelon zich weer bij ons. Bevel werd ontvangen om naar St. Remy Bosorocourt (10 km noordoostelijk van Dieppe) te gaan, waar wij ons weer bij de Brigade voegden. ’s Middags gezamenlijk vertrokken naar Airaines, waar de nacht werd doorgebracht.

5 september 1944
’s Middags vertrokken langs de route Airaines – Amiens – Arras – Tournai, waar de Frans-Belgische grens werd overschreden.
Voor ongeveer vier uur gebivakkeerd in Leeuw-St.-Pierre, waar nadere instructies werden ontvangen voor het vertrek naar Diest. De brigade werd ingedeeld bij de Guards Armoured Division.

6 september 1944
Bij de opmars werd door Brussel en Leuven gereden, waar wij begroet werden door een uitgelaten bevolking. Dit maakte zulk een indruk op ons dat de algemene opinie was dat zo’n moment wel de nodige maanden opoffering waard was geweest.
Dat de oorlog echter nog niet voorbij was, werd bewezen door het feit dat de Brigade even voorbij Lubbeck werd aangevallen door een paar "self-propelled guns". Enkele ongelukken werden hierbij ondervonden.
De troop artillerie ging onmiddellijk in stelling en probeerde deze S.P.-guns te vernietigen. Het eerste schot viel op de boerderij waarachter een van de vijandelijke vuurmonden zich had opgesteld. Deze S.P. verplaatste zich hierna.
Artillerievuur bleek nu niet meer voldoende te zijn, zodat Engelse tanks de taak overnamen om de vijand buiten gevecht te stellen. Later vernamen wij dat twee van de drie vijandelijke S.P.’s waren vernietigd.
Na dit oponthoud werd weer doorgereden naar Diest, waar de colonne moest wachten voor de brug over het Albertkanaal.

7 september 1944
De nacht werd met wachten in de voertuigen doorgebracht.
De dag was weer een dag van wachten. Bij het Albertkanaal waren moeilijkheden ondervonden. De brug bleek vernietigd te zijn, en er werd eveneens vijandelijke tegenstand ondervonden.
’s Middags in stelling gekomen nabij Poel, 30 km ten zuiden van de Nederlandse grens. Hier zagen wij vele Duitse krijgsgevangenen voorbijvoeren.

8 september 1944
Na een rustige nacht werd er ook gedurende de dag niet geschoten. Enorme colonnes trokken voorbij in noordelijke richting.
De O.P.’s werden ingedeeld bij de gevechtsgroepen, daar aan de Brigade de taak was opgedragen om de brug bij Beeringen te beveiligen.

9 september 1944
’s Ochtends waren vijandelijke troepen ten zuiden van het Albertkanaal gerapporteerd. Een supplycolonne van de RASO was aangevallen, waarbij talrijke wagens en enkele mensenlevens verloren gingen.
De artillerie bracht vuur uit op een bos, waarbij zes Duitsers om het leven werden gebracht en 16 gewonden werden achtergelaten. Een aantal krijgsgevangenen werd door onze O.P. bewaakt.
De gehele dag werd door de artillerie een "all-round defence" ingenomen. ’s Avonds werden nog M.R.-doelen geschoten.

10 september 1944
Rond half tien werden vuren afgegeven op doelen die het resultaat waren van gegevens, verkregen van genomen gevangenen. Om half twaalf bracht Z.K.H. Prins Bernhard een bezoek aan de batterij.
’s Middags van stelling veranderd. Het nieuwe stellingterrein lag ten noorden van het Albertkanaal nabij Spiekelspode en Goursel. Vuur werd afgegeven op Oostham en de weg ten oosten daarvan.

11 september 1944
’s Ochtends werd een Mike-target geschoten op vijandelijk verkeer. Dit was door een van onze O.P.’s aangevraagd. Het vuur werd uitgebracht in samenwerking met het 86th Jeomamry S.P. 25-pounder regiment.
’s Middags vertrokken naar een "Lan bourig area" nabij Lilo, van waar een nieuwe stelling zou worden ingenomen. Dit bleek later in dezelfde omgeving te blijven. Stelling werd genomen nabij een school. D.F.-tanks werden op het planchet uitgewerkt.

12 september 1944
Dit was een dag van rusten. ’s Middags werd gebaad in het badlokaal van de zoldermijn. De commandopost was deze keer in een schoollokaal ingericht.
Verschillende bevorderingen werden bekend gemaakt. Soldaat Hortmanshof en soldaat eerste klasse Waning werden beide bevorderd tot korporaal. Korporaal Wolters werd tot wachtmeester bevorderd.
Tevens werd bij het B-échelon ingedeeld de vaandrig Rijssenbeek, die met de leiding daarvan werd belast. (Deze vaandrig was een week geleden uit Nijmegen ontsnapt).

13 september 1944
Onderhoud aan de stukken.

14 september 1944
Tot grote ontsteltenis werd ’s ochtends vernomen dat kapitein Risseeren een ongeluk had gekregen met de jeep, waarbij hij een been brak.

18 september 1944
’s Middags vertrokken naar de Transit Area nabij Helchteren, waar de gehele Brigade bijeenkwam.

20 september 1944
’s Avonds om kwart over zes vertrokken op weg naar Nederland.

21 september 1944
’s Ochtends om twee uur de Belgisch-Nederlandse grens overschreden. In Aalst werd even gestopt. De inwoners waren spoedig op straat. Hier werd geschonken!
De verdere tocht ging over Eindhoven naar Grave. De gehele tocht verliep zonder veel moeilijkheden. Overal langs de weg werden wij toegejuicht en welkom geheten. Niet te beschrijven!
In de buurt van de brug te Grave werd de nacht in een "Lan bourig area" (627-560) doorgebracht.

22 september 1944
In de vroegte stelling ingenomen nabij Balgorg (M.R. 605-558). Hier stonden wij in een goede boomgaard en genoten van de heerlijke appels! D.F.-tanks uitgewerkt.

28 september 1944
Zwaar afweergeschut in de avond.

29 september 1944
Stelling enigszins veranderd.

4 oktober 1944
Vanwege de kou sliep een groot gedeelte van de batterij in een schuur.

7 oktober 1944
In stelling gekomen nabij het dorp Horssen. Geschoten werd op een opslagplaats van de vijand ten noorden van de Waal.

8 oktober 1944
Vandaag eropuit getrokken met twee vuurmonden met het doel de vijand lastig te maken. Nabij Molenhoek werd in stelling gekomen. M.R.-doelen werden geschoten.

9 oktober 1944
Zoals gisteren werd er nu met drie vuurmonden uitgerukt. De stelling was nu nabij Altforst. Er werd onder andere gevuurd op een fabriek waarin zich vijand bevond. Later vernamen wij dat de vijand "running like hell" was toen ons vuur op de fabriek terechtkwam.
Ook op een Duits hoofdkwartier werd gevuurd. Tien voltreffers werden waargenomen.

10 oktober 1944
Vandaag werd met drie vuurmonden uitgerukt. Er werd op een boerderij met vijand geschoten, als ook op een sectie die graafwerk verrichtte.

11 oktober 1944
Een stelling werd ingenomen nabij Nieuwe Schans. Gevuurd werd op doelen die door de C-Troop van een Britse verkenningsafdeling waren opgegeven. Deze doelen bestonden onder andere uit schepen in de Waal.

12 oktober 1944
Vandaag weer gevuurd op schepen in de Waal, een hijskraan, een kruispunt van wegen en de haven van Tiel. Een van de schepen vloog in brand, terwijl er twee zwaar beschadigd werden.

13 oktober 1944
Met drie vuurmonden werd in stelling gekomen nabij de Leeuwense straat. Het eerste vuur werd afgegeven op een boerderij die gebruikt werd als een O.P. van Nederlandse nazi’s en Duitsers. Minstens vier treffers werden waargenomen.
Ook het tweede vuur werd afgegeven op een boerderij. Zeven treffers werden waargenomen. Deze boerderij was opgegeven als een plaats van samenkomst van Duitsers. Geen Duitsers werden echter waargenomen.
Om 11:00 werd een fabriek en een huis beschoten (M.R. 44,52-68,3), die gebruikt werden als een Duitse O.P. en waar vijf Duitsers werden waargenomen. (19 treffers).
Ook op een vermoedelijke opslagplaats (M.R. 451,0-68,0) werd geschoten. (3 treffers).
M.R. 438,2-68,9, zijnde een huis, werd beschoten. (5 treffers).
Om 15:30 werd gevuurd op een steenfabriek (M.R. 405.1-654.9). Vijandelijk machinegeweervuur kwam van deze plaats. (3 treffers).
Op een ploeg die aan het graven was in de nabijheid van de sluizen werd eveneens gevuurd. Het vuur viel in het doel. (M.R. 410.6-669.8).

14 oktober 1944
Op ongeveer dezelfde plaats als gisteren werd een stelling ingenomen met drie vuurmonden. De steenfabriek die ook gisteren werd beschoten, werd weer beschoten. Vijf Duitsers werden waargenomen. (20 treffers).
Ook een groep die aan het graven was, werd uit elkaar geschoten.

15 oktober 1944
Stelling genomen op M.R. 455.1-624.1.
Een fabriek waarin zich Duitsers wilden verstoppen, werd onder vuur genomen (M.R. 391.1-621.5). De vijand was bezig met een kleine vuurmond in te graven, vermoedelijk 20 mm, waarop het afgegeven vuur ter plaatse viel (M.R. 490.5-696.1).
Een vijandelijke graafgroep (M.R. 410.5-669.6) werd beschoten, waarvan het resultaat niet kon worden geobserveerd.
Ook een vijandelijke O.P. werd beschoten. Resultaat: 3 treffers. (M.R. 384.2-634.5).

16 oktober 1944
Stelling genomen op M.R. 466.9-6180. Gevuurd werd op een S.P.-gun en enkele andere M.R.-doelen.

17 oktober 1944
Vandaag van Horssen vertrokken. De brigade kreeg de taak om een gedeelte van het front te verdedigen. De nieuwe stelling bevond zich nabij Mortheuvel. Verschillende D.F.-tanks werden uitgewerkt.

25 oktober 1944
Vandaag werd bericht ontvangen om naar Hilvarenbeek te vertrekken. De artillerie werd ingedeeld bij 4 R.H.A.

26 oktober 1944
Vanuit de stelling nabij Hilvarenbeek werden M.R.-doelen beschoten, onder andere een machinegeweerpost van de vijand op de weg, enz. De O.P. lag geregeld onder vijandelijk mortiervuur.
Later in de middag werd van positie veranderd, en werd een stelling ingenomen meer in de richting van Tilburg.
Om enigszins een beeld te krijgen van hetgeen zich bij de O.P. had afgespeeld, hebben wachtmeester Busman en de seinen Hof een ooggetuigenverslag gegeven:
Wachtmeester Busman:
"Wij waren als O.P. I ingedeeld bij de Recce van de Brigade, en zo rukten wij in de vroege ochtend met hen op in de richting Tilburg. Ongeveer halverwege moesten wij stoppen, daar de weg versperd was met wagens, prikkeldraad, en dergelijke.
Onmiddellijk werd vuur op ons geopend. Dit kwam van een huis links van de weg. Wij vroegen onze artillerie om hierop te schieten. Dit vuur lag zeer goed, en het duurde dan ook niet lang voordat wij alle moffen eruit zagen trekken.
De barricade en het huis zaten vol boobytraps en mijnen. Nadat deze onschadelijk waren gemaakt, konden wij onze weg vervolgen. Wij waren nog geen 200 yards verder gekomen, of wij werden vanaf een heuvel rechts weer beschoten.
Dit werd weer door onze artillerie succesvol bestookt, waarna wij de vijand de weg zagen overtrekken, 300 yards voor ons op de weg naar Tilburg. Ook hierop schoten wij met onze artillerie. Dit vuur lag zeer goed, en de vijand werd dan ook verdreven.
Wij rukten verder naar Tilburg op, maar langs de gehele weg moesten wij steeds dekking zoekend voorwaarts gaan.
Op een gegeven moment kwamen wij voor een kleine rivier die onze opmars stuitte, aangezien de brug was opgeblazen. Aan de overzijde bevond zich een wasserij, die de vijand als H.Q. had ingericht.
Wij betrokken nu als O.P. een woonhuis, ongeveer 2 à 300 yards vanaf deze wasserij gelegen. Wij vroegen vuur aan op deze wasserij, en wij konden verschillende treffers waarnemen.
Hierna werd onze O.P. door de vijand waargenomen, en zoals uit later gevonden kaarten bleek, als doel "Dora" werd vastgelegd. Door een batterij van 88 mm vuurmonden werden wij beschoten.
Wij kregen een voltreffer op het huis, terwijl de andere schoten in de onmiddellijke omgeving vielen. Ik bevond mij als O.P. op de bovenste verdieping van dit huis, en met veel moeite en nog meer geluk kon ik de begane grond bereiken, waar ik op handen en voeten bij het overige O.P.-personeel in de keuken belandde.
Daar hebben wij misschien een kwartier dekking gezocht. Intussen was het ook in deze keuken niet zeer veilig, daar het glas overal heenvloog.
In de avond verminderde het vuur, en was het mogelijk naar onze batterij terug te keren. Het vuur op "Dora" veroorzaakte nog vele gewonden en enkele doden bij de Recce en de Gevechtsgroepen."

26 oktober 1944
Ooggetuigenverslag van de seiner Hof.
"Om half vijf werd ik uit mijn bed gehaald om mij gereed te maken om met de carrier te vertrekken. Om zes uur moesten we ons melden bij de Gevechtsgroep I om als O.P. (observatiepost) te fungeren.
In het donker reden wij naar ons rendez-vous, waar wij door een infanterist werden aangehouden en verder werden begeleid naar het hoofdkwartier (H.Q.), dat zich in de bossen had ingegraven.
De radioverbinding werd daar nogmaals gecontroleerd met de G.P.O. (Gun Position Officer) en in orde bevonden.
Om zes uur kwam het bericht door dat wij met een mitrailleuursectie zouden oprukken, met de bedoeling om een voor die dag bepaald doel te bereiken en te bezetten.
Bij het vertrek kregen wij de eerste kennismaking met de verschrikkingen die wij enige tijd later zouden meemaken. Op de weg lag een Britse officier die bij vergissing door eigen troepen was neergeschoten. Dit wijst op de spanning die er heerste, aangezien we hier in de eerste linie geen risico konden nemen.
Al snel zette de mitrailleuursectie zich in beweging door de zware ochtendmist. Aanvankelijk ging alles naar wens. De sectie rukte behoedzaam op, links en rechts de bossen verkennend.
Na enige tijd bereikten we een kleine sloot. Op de weg vonden wij een gespannen draad die aan een boobytrap bevestigd was. De brug bij de sloot bleek opgeblazen. De indruk werd gewekt dat er weinig vijandelijk verzet was achtergelaten.
Op een gegeven moment werd er plotseling massaal gevuurd vanuit de linkerflank, bestaande uit een concentratie van mortieren, zware en lichte mitrailleurs, alsmede geweerschoten. Hoewel hierop niet bedacht, werd door iedereen onmiddellijk dekking gezocht en werden onze mitrailleurs in stelling gebracht. Deze gaven daarop onophoudelijk vuur in die richting.
Onze O.P.-officier met een seinen waren intussen met een verkenningspeloton meegegaan, dat door de vijandelijkheden van de mitrailleursectie werd afgesneden en zich dus totaal zonder dekking van carriers in het voorterrein bevond.
Ik zelf was alleen met kapitein Jansma in de carrier achtergebleven en bevond mij bij het openen van het vuur aan het radiotoestel, terwijl de bestuurder aan het stuur zat.
Aanvankelijk bleven wij voorovergebogen zitten terwijl ons de kogels om de oren vlogen en de bladeren en takken van de bomen boven ons naar beneden kwamen. Ik meldde nu aan de batterij dat wij onder vijandelijk vuur lagen. Na enige tijd was ik van mening dat het beter was uit de carrier te gaan, aangezien het vuur niet verminderde, en dekking te zoeken naast de carrier om zodoende in staat te zijn de telefoon te blijven bedienen.
Aan de zich in onze nabijheid bevindende soldaten vroeg ik of zij de O.P.-officier wilden waarschuwen, aangezien het duidelijk was dat hier artillerievuur hoogst noodzakelijk was.
Na enige tijd arriveerden onze O.P.-officier en de seinen, die door een sloot hadden moeten waden om ons te bereiken. De seinen overhandigde mij een papiertje waarop het aan te vragen vuur stond. Aanvankelijk werd gevraagd om 1 of 2 schoten, maar dit hielp slechts tijdelijk, aangezien kort nadat het vuur was afgegeven (hetgeen niet te observeren was), het vijandelijke vuren met ongekende hevigheid weer begon en voortduurde.
Ook vanaf de rechterflank werd vijandelijk vuur op ons geopend, afkomstig van een daar aanwezige steenfabriek.
Toen ook de G.P.O. via ontvangen radioberichten duidelijk was geworden hoe moeilijk de toestand was, werd aangeboden om eventueel Mike-targets (massale artillerie-inzet) te geven. Hiervan werd nu gebruik gemaakt, en weldra viel er een regen van projectielen op de vijandelijke stellingen.
Gedurende het afgeven van het Mike-target kreeg het afgesneden verkenningspeloton gelegenheid zich over de sloot terug te trekken om een betere dekking te zoeken. Men kan zonder overdrijving zeggen dat het artillerievuur de vijand tijdelijk het zwijgen oplegde en hierdoor het peloton van een volkomen vernietiging behoedde.
De vijand scheen goed ingegraven te zitten, en het benaderen over het vlakke moerasland bleek onmogelijk te zijn. Kans op succes was hierdoor uitgesloten, en onder dekking van hernieuwd artillerievuur besloot men voorlopig terug te trekken.
Voor de laatste maal vroeg de O.P. nog 10 schoten per vuurmond aan. De chauffeur zou dan, zodra de projectielen overkwamen, de carrier in beweging zetten om zo op volle snelheid naar de batterij terug te keren.
Later die middag hadden wij een ongeluk te betreuren. De chauffeurs P. de Windt en Waterman waren met een Quad en de waterwagen naar een "waterpoint" gereden en waren op een landmijn gereden. P. de Windt liep ernstige verwondingen op aan hoofd en knieën. De waterwagen was licht beschadigd, terwijl de Quad onbruikbaar was geworden."

27 oktober 1944
Ook vandaag hadden wij een ernstig ongeval in de batterij te betreuren. De seinen Rodriguez was bij de waterwagen op wacht gezet met het uitdrukkelijke bevel daar in de buurt te blijven, aangezien het terrein vol mijnen zat. Toen de monteur Van den Berg reparaties aan de waterwagen wilde verrichten, vond hij Rodriguez in een greppel liggen, buiten bewustzijn en met zeer zware verwondingen aan hoofd, borst en armen.
In de vroege ochtend werd bevel gekregen "prepare to move", maar enige tijd later werd bericht ontvangen om 40 schoten per vuurmond gereed te maken. Dit werd later weer tot 60 schoten verhoogd.
Alle beschikbare vuurmonden die bij de aanval op Tilburg zouden deelnemen, moesten een Victor-target afgeven op M.R. 170.5-299.2, zijnde een fabriek aan de buitenkant van de stad waar zich veel vijandelijk verzet bevond.
Om 13:05 was het zover en begonnen de vuurmonden hun vuur af te geven. Het derde stuk schoot met rookprojectielen, terwijl de andere vuurmonden met H.E. (High Explosive) schoten. Het geheel duurde 30 minuten, en zo werden door onze batterij alleen al 300 H.E.-granaten en 60 rookgranaten afgevuurd.
Later op de middag werd van stelling veranderd naar M.R. 136.5-251.0, en werd de nacht in een druilerige regen onder de blote hemel doorgebracht.

28 oktober 1944
Vanmorgen reden wij door de buitenwijken van het pas bevrijde Tilburg om een nieuwe stelling in te nemen op de weg tussen Tilburg en Breda (M.R. 410509-532940). Gelukkig was het prachtig weer, en genoten wij van het landschap waar we door trokken, dat getooid was in fraaie herfstkleuren.
Vanuit deze stelling werden Mike-targets afgegeven op fabrieken in Reijen, die vol Duitse infanterie lagen. Volgens een bericht van de O.P. lag het vuur zeer goed. (745 schoten).

29 oktober 1944
Vanuit dezelfde stelling geschoten op dezelfde doelen als gisteren.

30 oktober 1944
Vanochtend, vanuit dezelfde stelling, werd om 6:45 vuur uitgebracht, wat tot resultaat had dat een antitankkanon buiten werking werd gesteld. Verder sneuvelden er 20 Duitsers en werden vele Duitsers krijgsgevangen gemaakt.
Later op de dag werd de stelling iets verplaatst naar de omgeving van een zwakzinnigengesticht. Het gebouw werd in gebruik genomen om erin te slapen.

31 oktober 1944
Om 10:30 werd bevel gekregen om via Tilburg naar Oosteinde te vertrekken, waar een stelling werd ingenomen (M.R. 40576-54251). Wij werden ingedeeld bij 5 RHA (Royal Horse Artillery) ter ondersteuning van de Brigade, die een linie zou bezetten met op de linkergrens Raamsdonk en de rechtergrens Waspik.

1 november 1944
Vandaag geschoten op een vijandelijke batterij. Het vuur viel in de omgeving van het doel.

2 november 1944
Vanuit dezelfde stelling gevuurd op een groep vijanden die in de nabijheid van een sluis aan het graven was. Ook op een door burgers gerapporteerde vijandelijke batterij werd vuur uitgebracht.

3 november 1944
Vanuit dezelfde positie werden "Stouks" en concentraties afgegeven ter ondersteuning van een aanval van de Polen om de vijand over de rivier de Mark terug te slaan.
Ook door onze O.P. werden doelen opgegeven, en wij schoten onder andere op een vijandelijke vuurmond. Alle schoten daarop vielen in het doelgebied. Het was een zeer drukke dag. In totaal werden er 1139 projectielen verschoten.

4 november 1944
Om 7:30 uit actie gegaan om ons gereed te maken voor een parade door Tilburg. Tilburg bood een zeer feestelijke aanblik. Getooid met rood, wit, blauw en oranje stonden dichte drommen mensen langs de straten. Nadat wij van deze parade waren teruggekeerd, schoten wij nog op vijandelijke S.P.-guns (zelfaangedreven geschut) aan de overzijde van de Maas.

5 november 1944
Ook vandaag vuurden wij op een S.P.-gun. In de namiddag werd van stelling veranderd. Wij namen een stelling in nabij Kaatsheuvel en werden ingedeeld bij 5 RHA.
Van de Poolse divisiecommandant ontvingen wij een bericht waarin hij bedankte voor de wijze waarop hij met artillerievuur was gesteund.

6 november 1944
Vanuit dezelfde stelling geschoten op een vijandelijke O.P.
In de namiddag kregen wij bezoek van generaal Pfaff.

7 november 1944
Vanuit dezelfde stelling werd geschoten op vijandelijke mortieren en dergelijke, terwijl 's avonds een "five plan" werd geschoten.

8 november 1944
Net als gisteren werd gedurende de dag geschoten op vijandelijke doelen aan de overzijde van de Maas.

9 november 1944
Vandaag was het zeer rustig, en werd er geen vuur afgegeven. Een aangekondigd bezoek van de Minister van Oorlog werd afgelast.

10 november 1944
Vanmorgen vroeg werd er op een vijandelijke vuurmond geschoten.

11 november 1944
Vandaag vertrokken wij naar een "concentration area" nabij Wuustwezel in België.

12 november 1944
Vandaag onderhoud aan wagens en vuurmonden.

16 november 1944
Vertrokken van Wuustwezel naar Arnemuiden op Walcheren, waar wij ondergebracht werden in twee rijnaken. Op een van de daar liggende schepen waren nieuwe Duitse stromatrassen en bedden aanwezig, die wij in onze verblijven konden gebruiken.

24 november 1944
Verhuisd van Arnemuiden naar Oud-Sabbinge.

2 december 1944
Vertrokken van Oud-Sabbinge naar Kortgene op Noord-Beveland, waar het A-échelon in de gemeenteschool en het B-échelon in de bewaarschool werd ondergebracht.

7 december 1944
Met zes stukken uitgerukt om zonodig in staat te zijn een commando-raid op het eiland Schouwen te kunnen ondersteunen.

15 december 1944
Vanaf een stelling nabij Wissekerke geschoten op vijandelijke artillerie en barakken.

16 december 1944
Net als gisteren werden vanuit de stelling nabij Wissekerke dezelfde doelen onder vuur genomen.

19 december 1944
Weer op vijandelijke artillerie geschoten.

20 december 1944
Vijandelijke artillerie op Schouwen onder vuur genomen.

25 december 1944
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.

28 december 1944
Idem.

30 december 1944
Idem.

31 december 1944
Geschoten op de haven van Zierikzee vanuit een stelling nabij Colijnsplaat.

Overzicht december 1944
Op 2 december werd een stelling betrokken nabij het dorp Kortgene op Noord-Beveland. Voor deze stelling werden ongeveer 500 D.F.-tanks (Defensive Fire) uitgewerkt voor het noordwestelijke gedeelte van Walcheren.
Bijna elke dag werd uitgerukt naar verschillende stellingsterreinen, zoals in de buurt van Kamperland, Wissekerke, Colijnsplaat en Kats.
Beschoten werden doelen op Schouwen, zoals troepenconcentraties en artillerieopstellingen van de vijand. Regelmatig moest de stelling worden veranderd om het vijandelijke tegenvuur te ontwijken.
Vanuit Wissekerke werd onder andere Burgsluis op Schouwen onder vuur genomen, evenals de vijandelijke artillerieopstellingen daar in de buurt.
Vanuit Colijnsplaat werd ook op de haven van Zierikzee en een ander stadsgedeelte geschoten (hiervoor werden alleen al 500 schoten afgevuurd). Tijdens deze beschieting werd een geweldige vuurzuil waargenomen van ongeveer 40 meter hoogte, die ongeveer 3,5 minuut bleef branden.
Vanuit Kats werden rijnaken en ander transport op het water onder vuur genomen. Ook een vijandelijke onderzeeboot werd beschoten (waarschijnlijk zonder veel succes) in het water genaamd de Roompot.
Air O.P.'s (luchtobservatieposten) rapporteerden goede successen van de door de batterij onder vuur genomen doelen.
Over het algemeen was het een zeer drukke maand voor de batterij. Behalve de grote bedrijvigheid wat het afgeven van vuur betreft, waren er vele nachten waarin een alarmtoestand gold en een verdedigende stelling moest worden ingenomen.
1 januari 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
2 januari 1945
Idem.
3 januari 1945
Geschoten op Schuddebeurs op maximale afstand (troepenconcentraties). Hierop werden 175 schoten afgegeven. Dit vuur werd ondersteund door 2 Engelse batterijen "Medium".
4 januari 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
5 januari 1945
Idem.
8 januari 1945
Vanuit stelling nabij Colijnsplaat een commando-raid ondersteund.
10 januari 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
13 januari 1945
Idem.
15 januari 1945
Idem.
16 januari 1945
Idem.
17-18 januari 1945
Idem.
21 januari 1945
Idem.
22 januari 1945
Idem.
23 januari 1945
Idem.
24 januari 1945
Idem.
26 januari 1945
Idem.
27 januari 1945
Idem.
29 januari 1945
Idem.
30 januari 1945
Idem.

Overzicht januari 1945
Net als in december werd geregeld uitgerukt om doelen op het eiland Schouwen onder vuur te nemen. Bijna steeds werd er geschoten met een Air O.P. Doelen waren onder andere vijandelijke artillerie, vijandelijke hoofdkwartieren, en dergelijke.

1 februari 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
2 februari 1945
Idem.
3 februari 1945
Idem.
7 februari 1945
Commando-raid ondersteund vanuit stelling nabij Colijnsplaat.
8 februari 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
10 februari 1945
Idem.
11 februari 1945
Idem.
13 februari 1945
Idem.
14 februari 1945
Idem.
15 februari 1945
's Ochtends werd alarm gegeven. Duitsers zouden proberen te landen op Noord-Beveland. Onmiddellijk was de stelling bezet om eventueel een "warme ontvangst" te kunnen geven. Later bleek echter dat het eigen troepen waren.
17 februari 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
19 februari 1945
Idem.
20 februari 1945
Idem.
21 februari 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
22 februari 1945
Idem.
23 februari 1945
Idem.
24 februari 1945
Idem.
25 februari 1945
Idem.
26 februari 1945
Idem.
27 februari 1945
Idem.
28 februari 1945
Idem.

Overzicht februari 1945
Nog steeds werd vanuit de standplaats Kortgene op het eiland Noord-Beveland geopereerd tegen vijandelijke doelen op het eiland Schouwen. Elke drie dagen had de batterij nachtdienst. Overdag werd er meestal met een Air O.P. geschoten. Ondersteuning werd gegeven aan enkele commando-raids.

1 maart 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
2 maart 1945
Idem.
3 maart 1945
Idem.
4 maart 1945
Idem.
5 maart 1945
Idem.
6 maart 1945
Idem.
10 maart 1945
Idem.
11 maart 1945
Idem.
12 maart 1945
Idem.
14 maart 1945
Idem.
15 maart 1945
Idem.
16 maart 1945
Idem.
17 maart 1945
Idem.
18 maart 1945
Idem.
19 maart 1945
Idem.
20 maart 1945
Idem.
21 maart 1945
Idem.
22 maart 1945
Idem.
23 maart 1945
Idem.
24 maart 1945
Idem.
25 maart 1945
Idem.
26 maart 1945
Idem.
27 maart 1945
Idem.
28 maart 1945
Idem.
29 maart 1945
Idem.

Overzicht maart 1945
Ook deze maand werd geopereerd vanaf Noord-Beveland op vijandelijke doelen op Schouwen.

2 april 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
3 april 1945
Idem.
4 april 1945
Idem.
6 april 1945
Idem.
7 april 1945
Target registration (registratie van doelen).
12 april 1945
Geschoten op vijandelijke doelen op Schouwen.
13 april 1945
Verhuisd van Kortgene naar Nieuwkuijk.
14 april 1945
Geschoten op vijandelijke doelen over de Maas.
15 april 1945
Idem.
16 april 1945
Idem.
18 april 1945
Idem.
19 april 1945
Idem.
20 april 1945
Idem.
22 april 1945
Idem.
23 april 1945
Ondersteuning gegeven aan aanval op Bommelerwaard.
24 april 1945
Idem.
25 april 1945
Verdedigend vuur gegeven tijdens het terugtrekken van troepen uit de Bommelerwaard.
26 april 1945
Geschoten op vijandelijke doelen over de Maas.
27 april 1945
Idem.
28 april 1945
Idem.
29 april 1945
Idem.
5 mei 1945
Vrede! Om 08:00.
6 mei 1945
Vertrokken van Nieuwkuijk naar Wageningen.
8 mei 1945
Vertrokken naar Den Haag.

Bron: NIMH
Terug naar de inhoud