Organisatie bijlage 2
Normandië > Samenstelling Brigade


Baron van Voorst tot Voorst schreef onderstaande over de Verkenningsafdeling in maart 1957 aan Nierstratz, die een onderzoek deed naar de PIB en vragen aan hem stelde:
"Voor zover ik heb kunnen nagaan, was de organisatie van
de Verkenningsafdeling op 6 augustus 1944 (vertrek naar Normandie) als volgt:
één scoutcartroop, elk van 10 scoutcars,
twee carriertroops, elk van 7 carriers
één Atg (anti-tank) troop van twee 6 pounders
Sterkte:
Staf 2 officieren, 6 onderofficieren en 30 korporaals en huzaren.
scoutcartroop: 2 oficieren, 3 onderofficieren en 5 korporaals en 10 huzaren, zodat elke scoutcarpatrouille door een officier of onderofficier werd gecommandeerd en zich in iedere wagen tenminste één korporaal bevond.
twee carriertroops, elk van 7 carriers
één Atg (anti-tank) troop van twee 6 pounders
Sterkte:
Staf 2 officieren, 6 onderofficieren en 30 korporaals en huzaren.
scoutcartroop: 2 oficieren, 3 onderofficieren en 5 korporaals en 10 huzaren, zodat elke scoutcarpatrouille door een officier of onderofficier werd gecommandeerd en zich in iedere wagen tenminste één korporaal bevond.
Deze getallen heb ik uit officiële staten uit het archief van de Brigade, doch ik kan
niet positief zien of dit de organisatie in wording is of reeds uitgevoerd.
De onderofficieren en de korporaals behoorden vrijwel allemaal tot het Wapen der Marechaussee.
De huzaren waren enkele oude gasten uit 1940 (vnl. de anti-tanktroop), verschillende Nederlandse Zuid-Afrikaanders en meerdere Engelandvaarders.
De huzaren waren enkele oude gasten uit 1940 (vnl. de anti-tanktroop), verschillende Nederlandse Zuid-Afrikaanders en meerdere Engelandvaarders.
Toen de Recce eind maart 1945 werd opgeheven, werd het rijdend matriaal, voor zover dit niet elders in de Brigade nodig was, achtergelaten op een verzamelplaats nabij Bergen op Zoom."